Etienne Vermeersch

Dat de SP.A in haar nieuwe beginselverklaring het hoofddoekenverbod begraaft, gaat er bij Etienne Vermeersch niet in. En al zeker niet dat die ommezwaai alleen ondersteund wordt met holle slogans.

Wat men ook, na alles wat in de twintigste eeuw gebeurd is, over het marxisme moge denken, men kan er niet om heen dat het Charter van Quaregnon, de beginselverklaring van de Belgische Werkliedenpartij (1894), een indrukwekkend document was.

Inhoudelijk steunde het op waarden, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit, waarover sinds de Verlichting diepgaand was nagedacht en als concreet maatschappijproject leunde het in hoofdzaak aan bij de theorie van Marx, die in een monumentaal Das Kapital een definitieve voltooiing had gekregen. Na de leninistische revolutie in Rusland koos de Werkliedenpartij weliswaar voor de sociaal-democratische (niet de ‘communistische') interpretatie van het marxisme, maar toch werd dit charter tot 1979 als inspiratiebron door de Belgische socialisten in ere gehouden.

De maatschappij is, zowel op binnenlands als op internationaal vlak, dermate complex geworden, dat een zo breed opgezette partijdoctrine opstellen niet meer mogelijk is. Het project van de beginselverklaring ‘Het Vlaanderen van morgen' wijkt echter wel heel ver af van het hooggestemde model van Quaregnon. Ongetwijfeld vinden we er hier en daar nog analyses en voorstellen in die blijk geven van behoorlijk onderzoek en argumentatie (bijvoorbeeld inzake fiscaliteit of fraude). Maar wat moeten we denken van een nieuw ‘charter' van een Vlaamse partij, meer bepaald een socialistische, dat blijkbaar onze institutionele problemen ‘rechts' laat liggen, maar een markante plaats toekent aan… de ‘hoofddoek'? De indruk over die klemtoon wordt overigens door de reacties in de media bevestigd. Uit eerlijke schaamte wordt die topic wel ingebed in een onderdeel ‘diversiteit', maar de uitwerking daarvan geeft blijk van een pijnlijke intellectuele armoede. Men begint met: ‘In onze diverse steden en gemeenten moeten we vertrekken van wat ons verbindt. We hebben te lang gefocust op onze verschillen…'. Als er één maatschappelijk fenomeen is dat de laatste twintig jaar nadrukkelijk ‘focust op onze verschillen', dan is het wel de hoofddoek.

De Franse PS

Welke verschillen er daarnaast nog problemen stellen, wordt in het hoofdstuk ‘diversiteit' nauwelijks besproken. En over het hoofdthema, die hoofddoek, wordt niet uitgelegd waar die vandaan komt en welke maatschappelijke voordelen of eventueel nadelen die heeft. Kortom, er is een totale afwezigheid van enig probleembesef. Men behandelt een belangrijke maatschappelijke thematiek zonder vermelding van de argumenten pro en contra. Alsof de besluiten van de Franse Stasi-commissie (die de effecten van de laïciteit onderzocht) niets betekenen, alsof het Franse hoofddoekenverbod niet massaal gesteund werd door de Parti Socialiste. Het op de praktijk gebaseerde betoog van Karin Heremans, directrice van het Atheneum in Antwerpen, komt niet in aanmerking en evenmin alle andere argumenten die we in dit verband konden lezen.

In 1977 heb ik, samen met Frank Beke en Jacques Vandersichel, een uitvoerige nota opgesteld ter voorbereiding van het Ideologisch Congres. Wekenlang hebben we toen gewerkt rond één enkel thema: ‘een socialistische visie op de media'. Heel wat partijleden werkten tegelijkertijd aan andere topics. De termen ‘studie', ‘inspraak' en ‘democratie' hadden toen blijkbaar nog een betekenis. Een Antwerpse verkiezingsuitslag of een peiling waren nog niet richtinggevend. Nu ligt hier een delicaat onderwerp voor dat nog voor jaren tot discussie, onbehagen en tweedracht kan leiden… en een paar zinnetjes moeten volstaan.

In verband met de hoofddoek in openbare besturen horen we alleen holle slogans: ‘Bij het verkrijgen van een bouwvergunning heeft het geen belang welk hoofddeksel de ambtenaar draagt, als die zijn werk maar goed doet'. Maar ook in de rechtbank is het essentieel dat de rechter optreedt zoals het hoort; daar volgt nochtans niet uit dat het irrelevant is of er al dan niet een kruisbeeld aan de muur hangt. ‘Een persoon met een hoofddoek kan iedere burger correct behandelen.'

Niemand betwist dat; maar is de volgende overweging absurd? Op vier plaatsen in de koran staat uitdrukkelijk dat homoseksualiteit afschuwelijk is en de unanieme soenna bevestigt dat. Mag ik dan niet verwachten dat tenminste enkele mensen die vinden dat de koran de hoofddoek voorschrijft, zo consequent zijn dat ze tevens op dat andere gebied de koran volgen? Hoe moet een homoseksueel zich voelen als hij voor zo iemand meent te staan? Tot in den treure moeten we hier herhalen: wij zeggen niet dat mensen met een hoofddoek niet neutraal kunnen handelen. Wij beweren wel dat men zelfs een vermoeden van partijdigheid onmogelijk moet maken.

Een identiteit, maar een collectieve

Wat de scholen betreft, vernemen we dat veel meisjes uit eigen beweging de hoofddoek dragen. Wie betwist dat? Wel is het zo dat hier geen individuele, maar een collectieve ‘identiteit' wordt uitgedrukt. Men draagt met andere woorden een uniform en zoiets leidt tot uniformisering en ‘communautarisering'; niet tot de echte diversiteit, namelijk persoonlijke identiteit. Een via gemeenschappelijke kledij uitgedragen ‘identiteit' bevat altijd het risico van collectieve druk op individuen en niemand heeft ooit een middel voorgesteld dat efficiënt tegen deze druk in kan gaan. Het aantal argumenten tegen de hoofddoek in het basis- en secundair onderwijs is zo groot dat ik ze hier niet eens kan vermelden (zie echter op www.etiennevermeersch.be het artikel ‘De islam en de hoofddoek, met de breedhoeklens').

En in Gent

Is het te veel gevraagd deze en andere overwegingen aan de congresgangers voor te leggen; of wordt het een showcongres zoals in Peking? Terloops, mogen we dan eindelijk eens vernemen of een atheïstische wereldbeschouwing uitdragen eveneens toegelaten is in het onderwijs of in het openbaar ambt? Een trui met ‘God (Allah) bestaat niet' bijvoorbeeld, of andere ideologisch getinte uitingen? Het huidige voorstel zal voor lange tijd leiden tot een onheilzame verwarring en verharding van standpunten, naargelang van de politieke meerderheden in gemeenten en de plaatselijke meerderheden in scholen. Het begint nu al in Gent. En wat indien de meerderheden bij de volgende verkiezingen veranderen? Wegens het feit dat geregeld een beroep gedaan wordt op de mensenrechten, moet een wet of decreet bepalen dat een verbod op levensbeschouwelijke uitingen in bepaalde contexten legitiem is.

Is het echt zo dat socialisten de meest socialistische uitspraak ooit, totaal vergeten zijn? Entre le fort et le faible… (in dit geval de druk van een hele herkenbare groep tegenover de individuele moslima) c'est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit.' (Lacordaire).

Wie? Emeritus hoogleraar wijsbegeerte (UGent).

Wat? Een persoon met een hoofddoek kán inderdaad neutraal handelen, maar elke schijn van partijdigheid moet vermeden worden.

ZIE OOK: De islam en de hoofddoek in België. Een bredere benadering