(ts)
Wikimedia Commons - Talisma Nasrin

Als opgejaagd wild is de Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin de voorbije weken door India gevlucht, waar ze maandagnacht in New Delhi onderdook. Radicale moslims in India hebben eerder dit jaar al een prijs op haar hoofd gezet. Het is het zoveelste dreigement voor de feministische voorvechtster.

 

Door Kris Jacobs.

NEW DELHI l Een soort vrouwelijke Rushdie is ze al veel langer, aldus Etienne Vermeersch, die in 1995 de lofrede uitspraak toen Nasrin een eredoctoraat ontving aan de UGent. 'Bedeesd in haar gedrag, maar zeer moedig in haar meningen.' 

Nasrin vecht al meer dan tien jaar tegen rechtbanken, voor haar mening, zelfs voor haar leven, maar vorige week nam de hetze tegen haar een agressievere wending. Eerst moest ze haar huis in de deelstaat West-Bengalen verlaten, onder meer omdat haar aanwezigheid tot rellen had geleid in Calcutta. De politie moest knuppel en traangas gebruiken om de menigte te bedwingen die de annulering van haar visum eisten. Donderdagavond vertrok Nasrin naar Jaipur in het westelijke Rajasthan. Na één nacht daar besloten de plaatselijke autoriteiten echter dat ze opnieuw moest vertrekken, vanwege het risico op geweld. De vlucht ging nu naar een schuilplaats in New Delhi. Nasrin, die sinds 2004 in Calcutta verblijft met een toeristenvisum, zegt dat ze "zo snel mogelijk terug naar huis wil. Ik heb nergens anders om naar toe te gaan. India is mijn thuis en ik zou graag in dit land blijven wonen tot ik sterf."

Prijs op haar hoofd 

Haar eerste thuisland Bangladesh moest ze dertien jaar geleden ontvluchten, toen een rechtbank besliste dat ze "doelbewust en kwaadwillig" de religieuze gevoelens van moslims gekrenkt had met haar in het Bengaals geschreven roman Lajja, vertaald als Schaamte. Islamitische fundamentalisten hadden een prijs op haar hoofd gezet, zo'n 3.700 euro. Ze verliet het land, wellicht met een stilzwijgende 'oef' van de overheid. "Schaamte ging over de onderdrukking van de vrouw in de islam, meer bepaald in Bangladesh", aldus Vermeersch. "Als ik me goed herinner werd haar ook aangewreven dat ze met betrekking tot de rellen in Ayodhya (waar duizenden hindoes in 1992 een moskee afbraken, KJ) de indruk gaf dat de moslims in dat oude conflict een even zware verantwoordelijkheid dragen als de hindoes. Men ervoer haar in elk geval niet als zonder meer promoslim."

Nasrins ouders waren gematigde moslims. Toen ze de koran in Bengaalse vertaling las, was ze geschokt over de slavenbehandeling die vrouwen zich moeten laten welgevallen. Als ze later als gynaecologe op het platteland aan de slag gaat, wordt ze in de praktijk geconfronteerd met het lot dat veel vrouwen beschoren is. Seks of een huwelijksaanzoek weigeren, kan je op een fikse scheut zuur in het gezicht of een verminking komen te staan. Dat ze daarover ook schrijft, werd haar niet in dank afgenomen.

Het jaar van haar vlucht onderscheidde het Europese Parlement de schrijfster met de Sacharovprijs voor de mensenrechten. Lange tijd is haar Europese standplaats Zweden, maar ook op het oude continent laten extremisten haar niet met rust. Zo moet ze een aanval van islamitische studenten ondergaan in Bristol. Als ze in 2004 haar toevlucht zoekt in India, heet opnieuw niet iedereen haar welkom. 

Eerst verbiedt de West-Bengaalse overheid de verkoop van Dwikhandito, het derde deel van haar autobiografie, een beslissing die het hooggerechtshof een klein jaar later verbreekt. Afgelopen zomer werd ze in Hyderabad aangevallen bij de presentatie van haar nieuwste boek. Eerder dit jaar loofde een moslimgeestelijke 100.000 roepies, nog geen 2.000 euro, uit voor wie haar vermoordt. 

Sluipend gif 

Ze heeft ondertussen in haar gastland India het staatsburgerschap aangevraagd, maar ze is het slachtoffer van een staaltje politieke pingpong dat de seculiere Indiase staat het schaamrood op de wangen brengt. "Democratisch zijn we misschien wel, liberaal duidelijk niet", aldus een commentaarstuk in de Hindustan Times dat het land bekritiseert omdat het de vrije meningsuiting onvoldoende verdedigt. 

Gisteren drukte de internationale schrijversvereniging PEN haar bezorgdheid uit over Nasrins veiligheid. Geert van Istendael is voorzitter van PEN Vlaanderen en bepleit haar zaak met vuur. "Je mag zonder meer god, de paus, Mohammed, Allah bespotten, Geert van Istendael ook. Maar deze mevrouw spotte zelfs niet, ze kwam op voor een betere positie van de vrouw in Bangladesh. Je moet met je poten afblijven van wie daartegen protesteert. En bovendien, we weten allemaal dat de mensen die destijds woedend betoogden tegen Salman Rushdie zijn boeken niet gelezen hebben. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat dat ook hier weer het geval is."

Etienne Vermeersch heeft heel goede herinneringen aan de Bengaalse, die in 1995 in Gent een eredoctoraat ontving, als waarschuwing tegen het sluipend gif van het fundamentalisme. "Dat gebeurde op mijn voorstel", aldus de professor-emeritus, die destijds ook de lofrede uitsprak. "Ze gaf mij de indruk van een zeer grote authenticiteit. Ze is zeer moedig, durft voor haar mening uitkomen, maar naar buiten toe is ze minder assertief dan bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali."

Vermeersch herinnert zich ook hoe hij haar begeleidde. "Ze was een beetje bang voor andere mensen, en blijkbaar vertrouwde ze mij. Ik herinner me dat ik haar bij het afscheid wilde kussen, maar daar schrok ze van terug, allicht vanuit haar opvoeding. "Literair is ze niet van het niveau van Rushdie", aldus Vermeersch, "maar je hebt mensen - en dat is echt schandelijk - die vonden dat ze daarom geen recht van spreken had. Een dame met een uitzonderlijk grote moed." 

De in New Delhi ondergedoken Taslima Nasrin: 

"India is mijn thuis en ik zou graag in dit land blijven wonen tot ik sterf".