Etienne Vermeersch

Bij de Grieken, Romeinen, Babyloniërs, enz. bestond er een vaag idee van een onderwereld waarin de doden 'leven'; dat was echter een sterk verminderde vorm van bestaan: een bestaan van negaties: geen licht, geen jeugd, geen mannenkracht, geen geestesleven.  

Deze Hades (Sheol) was voor iedereen dezelfde. In Griekenland bestond er wel een mythe van het Elysium waarin de grote helden een positief bestaan hadden.  Daaraan werd echter geen algemeen geloof gehecht, want in de Odyssea bv. bevindt Achilleus zich wel degelijk in Hades.


In de Egyptische traditie is langzamerhand een gedachte ontstaan dat de dode die in de onderwereld verder leefde (dank zij balseming, enz) na de dood geoordeeld werd en daarbij een bepaalde beloning of straf kreeg, aangepast aan de aard van de handelingen.

De oorsprong van onze hemel ligt waarschijnlijk in de gedachte van Zarathoestra die op het einde der tijden de wederopstanding van de doden voorhoudt, waarbij de goeden voor altijd beloond worden in het paradijs.  De gedachte aan een plaats van eeuwige beloning komt zeker daar vandaan.  In de bijbel (NT) is de term 'paradijs' meestal (niet altijd) vervangen door 'hemel' Gr. ouranos, Lat coelum (of caelum).  Deze termen hebben oorspronkelijk betrekking op de hemel als uitspansel boven ons, maar ze kregen stilaan ook de betekenis van de plaats waar God is, met zijn engelen, en waar dus ook de gelukzaligen terecht zullen kunnen.