Artikel
Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Refugees

De commissie ad hoc belast met de evaluatie van de instructies inzake de verwijdering van vluchtelingen is zwaar op de korrel genomen omdat ze nieuwe richtlijnen inzake de uitwijzing van vluchtelingen voorstelde en zich als 'dienstmaagden van een repressief en kortzichtig beleid' zou hebben gedragen. De critici hebben het verslag van de commissie niet goed gelezen.

Als je het principe van de "open grenzen" afwijst, betekent dat dat je criteria moet opstellen, en dat impliceert dan weer dat wie er niet aan beantwoordt, moet worden uitgewezen.   Is het niet godgeklaagd? Een Belgische minister richt een beperkte commissie ad hoc in, "belast met de evaluatie van de instructies inzake de verwijdering", en wat doet die commissie? In plaats van een nieuw ontwerp van de "Universele verklaring van de Rechten van de Mens voor de 21ste eeuw" op te stellen, evalueert ze de instructies inzake de verwijdering en stelt ze een aantal nieuwe richtlijnen voor. Je zou voor minder een onweerstaanbare drang voelen opkomen om een opiniestuk naar De Morgen te sturen. Dat overkwam ook Ronald Commers (RC) (DM 1/2/99). In zijn onstuimigheid zag hij wel een aantal zaken over het hoofd. Vooreerst heeft hij het rapport dat zijn toorn heeft opgewekt, niet gelezen (dat blijkt uit zijn relaas erover, want ik kan hem toch niet van bewuste kwade trouw verdenken); dat is misschien geen ramp, maar het is evenmin een ethisch en wetenschappelijk hoogstandje; verder vergeet hij dat verslagen in de pers onvolledig, inadequaat en zelfs onjuist kunnen zijn, zodat een kritiek die daarop gebaseerd is, nogal vlug het beeld van de man van La Mancha met zijn windmolens oproept. Ten slotte, maar dat is een detail, lijkt er in de geest van RC enige verwarring te bestaan tussen de Conventie van Genève van 1951 en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het zal dus duidelijk zijn dat het weinig zin heeft dit stuk punt voor punt te weerleggen; het is voor de lezers nuttiger nu eindelijk eens te vernemen wat die commissie heeft gerealiseerd; al moet ook dit een korte samenvatting blijven. Uit het rapport zelf, uit de persconferentie en uit mijn uiteenzetting voor de senaatscommissie, blijkt het groot belang dat wij hechten aan de Ethische Verantwoording (blz 5-7): de eisen die daarin aan de Belgische regering worden gesteld, zijn noodzakelijke voorwaarden voor de aanvaardbaarheid van onze voorstellen. Ik vemeld hier slechts twee van de vijf voorwaarden. (1) De regering moet garanderen dat alle asielzoekers op wie artikel 1,A,2 van de Conventie van Genève van toepassing is, het statuut van vluchteling zullen verkrijgen, binnen één jaar (wie dit laatste weglaat is te kwader trouw). (2) Echt baanbrekend is ons pleidooi voor een "liberale" interpretatie van artikel 1,A,2, waarbij niet alleen vervolging die van een staat uitgaat, maar ook inefficiënte bescherming vanwege de staat, als basis voor het statuut van vluchteling kan gelden. Hoewel ons Commissariaat-Generaal deze interpretatie soms in de praktijk toepast, zijn wij de eersten die expliciet eisen dat die op Europees niveau zou worden erkend. Dat is radicaal in strijd met de Position Commune van de Raad van 4/3/96. Dit probleem werd in het nochtans waardevolle rapport van de bevoegde senaatscommissie (bijna 500 blz.) slechts terloops aangeraakt: wij formuleren het duidelijk, algemeen en met concrete voorbeelden (waaronder vrouwenonderdrukking). De hoofdstukken I en II zijn veeleer descriptief en behandelen de juridische situatie en de concrete procedure van verwijdering. Ik kan er hier niet op ingaan; wel moet ik vermelden dat wij een scherpe kritiek uitoefenen, met voorstellen tot wijziging, op het rijkswachtcentrum in Zaventem. Dit heeft niemand ons voorgedaan, ook niet de tientallen humanitaire verenigingen die in de senaatscommissie werden gehoord! In hoofdstuk III doen wij dertien aanbevelingen. In de tiende dringen wij aan op een speciaal statuut voor de Kosovaren, vragen wij een verhoogde inspanning om het universitair en hoger onderwijs in de ontwikkelingslanden te stimuleren en vooral wijzen we erop dat de migratiebewegingen "slechts een onderdeel vormen van de ongelijke verdeling van de welvaart en de bedenkelijke politieke toestand van een aantal landen".

Wij roepen de regering op om in het beleid de belangen van de bevolking van die landen centraal te stellen in plaats van andere opportunistische doeleinden zoals handelsbelangen of wapenexport. Wij stellen dat men het asielbeleid ondubbelzinnig in verband moet brengen met een consistent buitenlands beleid van internationale samenwerking en heel concreet wijzen we op de noodzaak om het streefdoel van 0,7 procent van het BNP voor Ontwikkelingssamenwerking nu eindelijk te realiseren. In de senaatscommissie heb ik gezegd dat een tekortschieten op dit vlak aan de regering het ethische krediet zou ontzeggen om het huidige asielbeleid voort te zetten. Voor "dienstmaagden van een repressief en kortzichtig beleid" lijkt mij dat niet mis, maar zodra de "Verklaring van de Rechten van de Mens voor de 21ste eeuw" af is, zullen we uiteraard voor de nodige aanvullingen zorgen. Een aantal aanbevelingen heeft het over opleiding tot communicatievaardigheden bij de ordediensten, algemene criteria en gedetailleerde verbodsbepalingen voor sommige wijzen van optreden, het invoeren van structuren voor geregelde evaluatie, controle en eventuele beteugeling van het overtreden van de richtlijn en een meer humane ombouw van de infrastructuur (1,2,3,4,6,11,12,13). Hierbij gaan we verder in de bescherming van de betrokkenen dan de meeste instanties, zelfs verder dan het Europees Comité voor de Preventie van Foltering. We verbieden ook heel expliciet elke handeling die tot doel heeft weerspannigheid van de betrokkene te straffen en elke handeling die als een uiting van woede of frustratie van de ordehandhavers kan worden beschouwd. De aanbevelingen die het meest aandacht hebben gekregen, zijn 5 en 7. In 5 wordt een hele reeks incentives voorgesteld die het pijnlijke van de terugreis enigszins moeten verzachten, zoals een belangrijke som geld, die, samen met een verbeterde omringing, een ontradend effect moeten hebben op het gewelddadig verzet. Daarnaast hebben wij vastgesteld dat er geen humane manier bestaat om te beletten dat de verwijderden in een lijnvliegtuig door kreten de sympathie van de passagiers pogen te winnen. Pogingen om dat te verhinderen worden daarom uitgebannen, maar om de rechtszekerheid te garanderen moet er dan voor gezorgd worden dat die mensen op een andere wijze worden gerepatrieerd, niet als "mensengoederentransport", maar in een zakenjet, met nog iets meer luxe dus dan in de eerste klasse van een lijnvliegtuig! Wie ons rapport met aandacht leest, en zonder kwade trouw, zal moeten toegeven dat wij, vertrekkend van onze ethische uitgangspunten, het probleem in al zijn facetten hebben behandeld, en dat wij zowel de rechtszekerheid als de humanitaire aanpak garanderen. Je kunt natuurlijk van het principe uitgaan dat niemand moet worden uitgewezen, zelfs geen Russische gangsters, Albanese pooiers, enz., maar ik heb nog niemand een samenhangend betoog horen houden over hoe het dan wel moet. Ook de meeste humanitaire verenigingen wijzen het principe van "open grenzen" af, maar dat betekent dat ze criteria moeten voorstellen en dat impliceert dan weer dat degenen die er niet aan beantwoorden, moeten worden uitgewezen. Maar misschien wordt dat allemaal opgelost in de "Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de 21ste eeuw". Ik zie er met belangstelling naar uit.