Niemand euthanasie opdringen

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch wil het nog een keer herhalen: 'Niemand, maar dan ook niemand wordt onder druk gezet om euthanasie te vragen.' We hadden het kunnen verwachten, maar toch worden we het niet gewoon. Sinds meer dan dertig jaar herhalen de voorstanders van de euthanasiewetgeving dat zij geen uitspraken doen over andere mensen, dat zij het niet over de menselijke waardigheid in het algemeen hebben, en natuurlijk, dat zij niemand, maar dan ook niemand iets willen opdringen. Wij vragen alleen dat ieder mens die geconfronteerd wordt met lijden en aftakeling - met wat hij/zij voor zichzelf als lijden en aftakeling beschouwt - daaraan op waardige wijze een einde zou mogen maken.  

 

Meer dan anderhalf jaar geleden heb ik met Hugo Claus over zijn mogelijke euthanasie gesproken. Had hij het daarbij over het feit dat hij 'zijn familie niet meer tot last wou zijn, de ziekteverzekering niet wou opzadelen met medische en verzorgingskosten', zoals broeder Stockman schrijft? Neen. Vond hij dat andere dementen zijn voorbeeld moesten volgen? Neen. Hij had het heel gewoon over het feit dat hij, Hugo, die jarenlange aftakeling niet wou meemaken. Hij had altijd een zelfbeeld gehad van de creatieve persoon die zijn lot in eigen handen nam, voor wie 'Ni Dieu, Ni Maître' geen slogan, maar een levenshouding was. Daarbij kwam geen afkeuring over de levenskeuze van bijvoorbeeld Gerard Reve over zijn lippen. Wel wou hij voor zichzelf een andere keuze maken. Vanwaar komt toch die blijkbaar maniakale gedachte dat iemand die voor zichzelf een wijze van leven en sterven kiest, zonder anderen een strobreed in de weg te leggen, daarbij die anderen als 'eng, dom en kwezelachtig' (Stockman) zou beschouwen? Wellicht gaan zij die aan anderen eeuwenlang een eenheidsdenken over leven en dood hebben opgelegd, ervan uit dat iedereen die voor zichzelf - en alleen voor zichzelf - een andere visie ontwikkelt, die meteen ook aan anderen wil opdringen. Dogmatici denken blijkbaar dat iedereen die een afwijkende mening heeft, ook zelf een dogmaticus wil zijn. De werkelijkheid is echter van een heel andere orde. In Frankrijk is zopas weer gebleken hoe gruwelijk een samenleving kan zijn die een vreselijk lijdende vrouw weigert te helpen en haar in eenzaamheid een pijnlijke dood laat sterven. Christelijke naastenliefde heet dat En ook in België gaan na Hugo's dood de mensen zich niet tot euthanasie verplicht voelen. Wel integendeel, nog altijd is het in sommige katholieke ziekenhuizen zo - en ik kan recente voorbeelden geven - dat aan patiënten die mateloos lijden een waardig sterven wordt ontzegd. Dat 'broeder van liefde' Stockman maar beter zijn gezag laat gelden om daar orde op zaken te stellen. Hoewel ons land door zijn wetgeving wereldwijd vanuit ethisch oogpunt op een eenzame hoogte staat, is het bevrijdend karakter ervan nog niet voor alle zinloos lijdenden toegankelijk. Weliswaar stijgt het aantal humane artsen, maar een harteloze ethiek is nog bij veel geneesheren en hospitaaldirecties blijven hangen. Hoewel dat niet zijn eerste bedoeling was, zal de euthanasie van Hugo Claus wellicht op termijn tot een nieuwe doorbraak leiden. Binnen de huidige wetgeving kan euthanasie alleen worden toegestaan zolang de betrokkene wilsbekwaam is, dat wil zeggen in volle bewustzijn en met kennis van zaken zijn aanvraag kan formuleren. Een levensbeëindiging bij een niet-wilsbekwame persoon, op basis van een 'voorafgaande wilsbeschikking' is alleen mogelijk als die persoon onbewust is, dit wil zeggen in coma. Verregaande vormen van mentale verwarring of van dementie komen hiervoor niet in aanmerking. Nochtans had een van de groepen in het Raadgevend Comité, die het advies inzake levensbeëindiging hebben voorbereid, aangedrongen op een oplossing voor wilsonbekwamen in het algemeen; met name dus ook voor de zwaar dementen. Het is de hoogste tijd dat tijdens deze regeerperiode gewerkt wordt aan een uitbreiding van de euthanasiewet ten behoeve van deze groep en ook van de minderjarigen. Het pijnlijke in het geval van Hugo Claus is immers dat hij nog een tijd in een min of meer aanvaardbare situatie had kunnen leven (met ups en downs), maar op een bepaald ogenblik zou zijn situatie zo ver gevorderd zijn dat door de diepe dementie een euthanasieaanvraag onmogelijk geworden zou zijn. Er is uiteraard nog wat denkwerk nodig om de criteria voor zo'n wetsuitbreiding uit te werken, maar juist daarom is het nodig er nu aan te beginnen. Het wordt in deze omstandigheden eentonig en zelfs pijnlijk - maar het blijkt toch nodig het nog eens te herhalen - dat hierbij niemand, maar dan ook niemand, onder druk zal worden gezet om een euthanasie te bekomen, of zelfs aan te vragen: alles blijft gebaseerd op de vrije wilsbeschikking van een persoon op een ogenblik dat hij over al zijn geestelijke vermogens beschikte.