Artikel
Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Wetstraat 16

Hoe meer men beseft dat een mislukking op termijn naar het einde van België leidt, hoe sterker de motivatie zal zijn om dat te vermijden. Etienne Vermeersch over het falen van de vorige regering, de moeilijkheden bij het vormen van een nieuwe en de gordiaanse knoop waar ze mee worstelen.

 Toen De Standaard enkele maanden geleden aan een aantal mensen de vraag stelde wanneer de (oranjeblauwe) regering zou gevormd zijn, was mijn aarzelend antwoord: 15 december. Ik tipte een zo vroege datum omdat ik verwachtte dat tegen die tijd enkele onderhandelaars door de knieën zouden gegaan zijn. Verre van mij de gedachte immers dat men dan de institutionele problemen zou hebben opgelost. Daarom verbaast het mij momenteel dat zoveel commentaren en lezersbrieven de indruk wekken dat de huidige impasse vooral de fout is van enkele (of van alle?) onderhandelaars. Sinds de verkiezingsstrijd en nog meer sinds 10 juni moet het voor iedereen duidelijk zijn dat dit land een zeer zware crisis doormaakt en het lijkt mij volkomen naast de kwestie enkelingen daarvoor als schuldigen met de vinger te wijzen. Zoals Rolf Falter het scherp ontleedt (DS 3 december), is er een reeks ontwikkelingen die de jongste jaren de mentaliteit van de Belgische politieke partijen grondig gewijzigd hebben. Voor de Vlamingen heeft zich dat gekristalliseerd rond de vijf resoluties van het Vlaams Parlement, de Verklaring van 13 mei 2004 aan de burgemeesters van BHV en het Vlaams Regeerakkoord van 2004. Het is waar dat het kartel deze standpunten op radicale, en voor de Walen stuitende wijze, heeft geformuleerd, maar voor de inhoud zijn alle Vlaamse regeringspartijen mee verantwoordelijk. Wie deze stellingnamen week na week vergeleek met wat in de debatten op RTBf en RTL naar voren kwam, moest inzien dat een traditionele regeringsvorming - zelfs met mensen van topniveau - deze Gordiaanse knoop niet kon ontwarren. En er is intussen weinig veranderd. Vorige week verscheen in Télé Moustique een interview met Olivier Maingain waaruit opnieuw blijkt dat hij het territorialiteitsbeginsel hooghartig afwijst. Zijn oplossing is un Brabant bilingue. Wat heeft hij dan al die maanden aan de onderhandelingstafel geleerd? Welke mantra's over een tripartite de diverse partijen ook mogen herhalen, het wederzijds onbegrip tussen Vlamingen en Franstaligen is zo groot dat alleen een confrontatie tussen minstens de drie traditionele formaties van Noord en Zuid enige kans op oplossing kan bieden. En aangezien een overleg zonder deelname aan de macht de PS nooit tot enige toegeving zal dwingen, moeten we afstappen van de gedachte dat men het met een gewone regeringsvorming kan redden. Alleen een crisisregering op brede basis tot 2009 (en daarna federale verkiezingen) met als hoofdopdracht de staatshervorming en BHV kan alsnog een uitweg bieden. Zelfs dat is niet eens zeker, maar hoe meer men beseft dat een mislukking op termijn naar het einde van België leidt, hoe sterker de motivatie zal zijn om dat te vermijden. De Vlaamse partijen zullen hierbij, zoals de Franstaligen, toegevingen moeten doen (denk aan het voorstel Philippe Van Parijs inzake BHV waarbij vier faciliteitengemeenten naar Brussel gaan), maar twee basisbeginselen moeten in elk geval versterkt uit de hervormingen naar voren komen: het territorialiteitsbeginsel en de responsabilisering. Vlamingen en Franstaligen moeten respect voor elkaar hebben en dus ook voor het gebied van de andere en ze moeten ook zelfrespect hebben, dit wil zeggen de verantwoordelijkheid willen dragen voor hun beslissingen en de financiële gevolgen ervan. De concrete invulling en het tempo waarop we die responsabilisering moeten invoeren, zal nog heel wat denkwerk en discussie vragen, maar uiteindelijk kan dit land er versterkt uitkomen. Zoals het momenteel weinig zin heeft schuldigen aan te wijzen, is ook de vraag wie in deze nieuwe formatie het voortouw moet nemen, niet relevant: men moet de nadruk leggen op het ploegverband en de persoonlijke ambities moeten wijken voor het algemeen belang.