Pleidooi voor de opkomstplicht

Artikel
Etienne Vermeersch
Photo by Elliott Stallion on Unsplash

Problemen die een wereldwijde relevantie hebben, zoals de vraag hoe democratie moet functioneren, moeten zo worden benaderd, dat de argumenten die men aanvoert, een universele draagkracht hebben. Zo moet, in verband met verkiezingen, de vraag gesteld worden hoe die zo goed mogelijk kunnen functioneren. We weten, op basis van de 'Arrow impossibilities' , dat een ideale oplossing niet mogelijk is; maar we kunnen er wel naar streven dat duidelijk negatieve factoren zoveel mogelijk verwijderd worden.

De democratieën waaraan wij de voorkeur geven zijn niet gebaseerd op directe uitingen van de "volkswil", maar worden gekenmerkt.

(a) door hun representatiekarakter: men kiest voor een beperkte periode "vertegenwoordigers", die dan zelf wetten stemmen, een regering een meerderheid geven, en die regering controleren;

(b) door hun constitutioneel karakter: het gehele politieke leven verloopt binnen een kader van principes en regels dat slechts via een bijzondere meerderheid kan worden gewijzigd;

(c) in de 20ste eeuw is daar een min (wereldniveau) of meer (europees niveau) formeel vastgelegde richtsnoer bijgekomen: de mensenrechten.

De wijze waarop de representatie wordt gerealiseerd, kan uiteenlopende vormen aannemen, naarmate men meer of minder belang hecht aan de nauwkeurige vertegenwoordiging van de diverse standpunten, dan wel aan de mogelijkheid stabiele regeringen te vormen. Binnen elk van deze specifieke regelingen bestaat wel de bedoeling dat de "volkswil" er zo goed mogelijk in tot uiting komt, en daarmee bedoelt men thans (1) dat alle volwassen staatsburgers aan die verkiezingen kunnen deelnemen en (2) dat zij hun stem volkomen vrij kunnen uitbrengen; met andere woorden dat zij zich bij het uitbrengen van die stem door niemand in de ene of andere richting gedwongen of beperkt voelen.

Een elementaire voorwaarde voor een volledige vrijheid in het stemgedrag, is dat deze stemming geheim is. Er is niet veel diepzinnig denkwerk nodig om in te zien dat alleen een verplichte stemming echt geheim is. Hiermee bedoel ik niet dat iedereen verplicht wordt voor een welbepaalde partij te stemmen: men kan bijvoorbeeld een blanco stembiljet indienen, maar wel dat iedereen zich naar het stemhokje moet begeven. Immers, zodra men weet dat iemand niet is gaan stemmen, weet men automatisch ook voor wie hij niet gestemd heeft, en dat betekent een afbreuk aan het geheim.

Men zou kunnen zeggen dat dit aspect van het geheim niet relevant is, maar dat is strijdig met de historische feiten. Gedurende vele decennia werden de zwarten in de Zuidelijke staten van de USA onder druk gezet (door KKK en anderen) om niet te gaan stemmen, met het gevolg dat de zwarte stemmen nauwelijks konden doorwegen op het eindresultaat. Kortom, zolang er enige vorm van intimidatie mogelijk is op de beslissing om al dan niet te gaan stemmen, bestaat er geen reële vrijheid van alle burgers ten aanzien van het kiesrecht.

Men antwoordt hierop dat dit gebrek aan vrijheid bij ons geen belang meer heeft, omdat echte intimidatie op dit gebied niet meer bestaat; maar

(1°) dit is irrelevant omdat, zoals ik zei, het om zo belangrijke principes gaat, dat ze universaliseerbaar moeten zijn;

(2°) dit wordt nog des te meer duidelijk als men beseft dat ontwikkelingslanden hun model van dit van de westerse landen afkijken ("die weten immers beter wat democratie is"); terwijl bij hen wel degelijk nog diverse vormen van zulke intimidatie kunnen bestaan;

(3°) tenslotte is dat argument ook bij ons feitelijk onjuist: men kan bij "vrije opkomst" niet uitsluiten dat bij mensen van een bepaalde etnische afkomst de mannen hun vrouwen onder druk zouden zetten om niet te gaan stemmen.

Kortom, alleen door een algemene opkomstplicht kan het volledige geheim van de verkiezingen worden gegarandeerd, en alleen dit geheim garandeert een volledige vrije keuze om al dan niet effectief te stemmen, en eventueel voor een bepaalde partij te stemmen. Dit is een, naar alle culturen en tijdperken universaliseerbaar beginsel, waar geen speld tussen te krijgen is.

Een tweede, minder dwingend, maar toch belangrijk argument voor de opkomstplicht bestaat erin dat die een duidelijk signaal betekent voor de burgers - dat uiteraard nog duidelijker zou zijn als alle partijen het belang ervan zouden beklemtonen - dat burgers in een maatschappij niet alleen rechten hebben, maar ook plichten en dat het hun plicht is zich om het welzijn van het gemenebest te bekommeren, tenminste die ene keer, om de x jaar wanneer zij de kans krijgen anderen een mandaat te geven om dat continu in hun plaats te doen.

De andere argumenten voor en tegen, die in verband met stemplicht worden aangehaald, zijn misschien, bij gebrek aan voldoende feitenmateriaal niet beslissend, noch in de ene, noch in de andere richting, maar men kan toch het volgende opmerken. Het is inderdaad niet noodzakelijk zo dat de afwezigheid van opkomstplicht systematisch belangrijke verschillen in de resultaten van de verkiezingen tot gevolg heeft en misschien zijn er wel situaties waarin die plicht iets nadeliger zou kunnen uitvallen voor een goed beleid; maar de algemene regel gaat zeker niet in die richting. We moeten toegeven dat de verschillen voor de Europese landen vermoedelijk meestal niet zo belangrijk zijn, maar ik moet opnieuw wijzen op het belang van de universaliseerbaarheid van een systeem.

Ik heb reeds het voorbeeld aangehaald van de scheeftrekking van de stemresultaten in de Deep South gedurende decennia. Voor de USA komt daar ongetwijfeld bij dat de armste bevolking systematisch minder gaat stemmen, wat tot gevolg heeft gehad dat bijvoorbeeld de hervorming van het ziekteverzekeringsstelsel door Hillary Clinton uitgewerkt, geen schijn van kans had; eveneens heeft dit tot gevolg dat de aanzienlijke belastingvoordelen voor de zeer rijken onder Bush, nauwelijks tegenwind krijgen in het Congres.

Een heel belangrijk en onloochenbaar fenomeen is echter het volgende. Door hun grote deelname aan de verkiezingen in de staat New York hebben de Joden daar een veel grotere inbreng dan hun percentage binnen de bevolking zou doen vermoeden. Aangezien nu bij de presidentsverkiezingen de uitslag in New York soms van beslissende betekenis is, is de invloed van de Joden, vooral op de politiek tegenover Israël van groot belang. Bij opkomstplicht zouden de kandidaten zich veel minder verplicht voelen om rekening te houden met die inbreng, omdat die, tegenover de rest van de bevolking drastisch gereduceerd zou zijn. Je zou nu kunnen zeggen: de afwezigen hebben ongelijk, maar die afwezigen weten dat niet en overigens trekken zij zich van de buitenlandse politiek van de VS niets aan. De gevolgen laten zich echter gevoelen op wereldvlak.

Tenslotte, om naar Europa terug te keren: het is bijna ondenkbaar dat Le Pen bij opkomstplicht de tweede plaats zou bekomen hebben in de presidentsverkiezingen; en die eerste ronde heeft zo een beslissend gevolg gehad voor de tweede: de uitslag lag zonder enige twijfel van vooraf vast.

Er zijn nog heel veel voorbeelden te vinden waaruit zou blijken dat de afwezigheid van opkomstplicht nadelige gevolgen heeft voor de meerderheid van degenen die niet gaan stemmen; misschien ook enkele voorbeelden van het tegendeel; maar in elk geval kunnen die laatste voorbeelden niet opwegen tegen de principiële argumenten pro.

Overigens, wat is eigenlijk het argument tegen de opkomstplicht? De vrijheid? Maar niemand is vrij van verplichtingen tegenover de maatschappij en dit is een heel kleine inspanning voor een heel belangrijke zaak. Dat men liever gaat vissen of kaarten? Komaan! Dat sommige mensen er niets van af weten? Maar wie zegt dat degenen die wel gaan stemmen er meer van afweten? Omdat ze beter geïndoctrineerd zijn?

Men kan er uiteraard op wijzen dat België in dit opzicht stilaan alleen begint te staan binnen de landen rondom ons; dat is te betreuren, niet voor ons, maar voor die andere landen; tenzij zij solide argumenten kunnen voorleggen om aan te tonen dat hun systeem beter is.