Skeptische herinneringen aan Etienne Vermeersch

Het zal niemand zijn ontgaan dat Etienne Vermeersch, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, op 18 januari overleden is op de leeftijd van 84 jaar. Bij alle lof en eerbetoon die hem te beurt viel, is de belangrijke rol die hij speelde in de ‘skeptische beweging’ wat op de achtergrond geraakt. 

Er was op het einde van zijn leven dan ook weinig belangstelling daarvoor. Zelfs het boek In gesprek met Etienne Vermeersh, dat toch grondig op zijn opvattingen ingaat, besteedt maar weinig ruimte aan dat aspect. Dat komt ongetwijfeld omdat dit overschaduwd werd door de vele andere onderwerpen waar hij de publieke belangstelling mee haalde. 

Het is ook zo dat Vermeersch daar relatief weinig over geschreven heeft. De belangrijkste tekst over een skeptisch onderwerp is trouwens gebaseerd op de bandopname van een lezing die hij, zoals gewoonlijk, uit zijn hoofd hield. Wellicht heeft Vermeersch zich over die onderwerpen meer mondeling dan schriftelijk uitgedrukt. Wie hem daarover niet heeft horen spreken, zal wellicht nooit beseffen hoeveel belang hij daaraan hechtte.

Een beter idee over die belangstelling zal er misschien komen als ooit de krantenknipsels worden verzameld met de meningen die Vermeersch hierover formuleerde in de vorm van tribunes en vooral lezersbrieven in diverse bladen. Etienne Vermeersch was een van de weinige Vlaamse academici (naast de sterrenkundige Karel Cuypers) die in de jaren 1970 openlijk standpunten innam tegen pseudowetenschappelijke onzin.

Twee eigenschappen lijken hem daartoe te hebben aangezet: zijn eruditie en zijn moed om tegen de mening van anderen in te gaan. Om met dat laatste beginnen, het was in die tijd, in de zeer tolerante sfeer van het post-mei‘68-tijdperk heel normaal om allerlei ‘alternatieve’ waarheden te verkondigen: van voetmassage tot antroposofie, van handlezen tot scientology, het moest allemaal kunnen, zowel in TV-programma’s als lezingen van het Davidsfonds. Als de alternatieve opvatting tegen de gevestigde waarheden inging, was dat geen bezwaar. Wie er openlijk kritiek op formuleerde, was zo niet onverdraagzaam, dan toch onbeleefd.

Vermeersch formuleerde toen wèl kritiek, maar altijd vanuit een solide, bijna fenomenale kennis. Om even persoonlijk te worden: voor mij was hij veel meer een erudiet, een geleerde in de ouderwetse betekenis van het woord dan een filosoof, hoewel hij zichzelf wel degelijk als filosoof beschouwde. Dat hij een vrij grote belangstelling had voor wis- en natuurkunde, hoewel hij geen wiskundige opleiding had genoten, vond ik bijzonder boeiend. Je kon hem niet betrappen op een uitspraak over een onderwerp dat hij niet beheerste. Als hij iets niet kende, ging hij het eerst grondig bestuderen.

De rechtlijnigheid van Vermeersch, gecombineerd met zijn fenomenale kennis leidde toen al tot die eigenschap die hem ‘berucht’ zou maken: uitleggen waarom de ander ongelijk had. Ik herinner me nog een snede uit een lezersbrief in Humo (uit het geheugen geciteerd) “Overigens gooi ik niemand op de brandstapel. Voor mij mag iedereen in elfjes geloven, maar ik heb het recht om daar binnenpretjes over te hebben.” Vooral die ‘binnenpretjes’ zorgden voor boze reacties. Het was nog voor de tijd dat James Randi’s optreden over het paranormale hele zalen deed bulderen van het lachen. Vermeersch kende natuurlijk wel de humoristisch geschreven scherpzinnige artikels over pseudowetenschap van Martin Gardner.

Vermeersch’ kritische standpunten kregen meer uitstraling toen de BRT — zoals die toen nog heette — in 1986 een documentaire televisiereeks Vreemde krachten over het paranormale uitzond. Het was een aangekochte reeks, maar door de toenmalige wetenschapsredactie van de BRT onder Wim Offeciers bewerkt en aangevuld met commentaren en interviews. Elke uitzending werd afgesloten met de kritische opmerkingen van Etienne Vermeersch. Die zorgden soms voor kwade reacties vanwege de adepten van het paranormale. Zijn reputatie als skepticus (de term werd al in de reeks gebruikt) was gevestigd.

SKEPP

Etienne Vermeersch was een van de 13 stichters van de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale (SKEPP), op 8 juni 1990, samen met onder meer Wim Betz, Jean Paul Van Bendegem, Ronny Martens en mijzelf. Zijn rol in de oprichting was veel meer dan een formaliteit. Anderhalf jaar daarvoor al was hij betrokken bij intens overleg en samenwerking tussen Vlaamse skeptici, wat tot de oprichting van SKEPP zou leiden.

 

Afbeelding verwijderd.

Inderdaad hadden we, alvorens er ook maar aan te denken een vereniging op te richten, gepoogd om iedereen die kritisch nadacht over pseudowetenschappen bijeen te brengen. Een informeel groepje, waartoe ook Vermeersch behoorde, organiseerde een colloquium Para of Pseudo? dat, mede door de steun van Knack, veel belangstelling kreeg. Zelf hield Vermeersch toen zijn lezing Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale, waarover straks meer. Het elan van deze eerste grote bijeenkomst leidde min of meer vanzelf tot de oprichting van SKEPP.

Mijn allereerste contact met Vermeersch dateert van nog veel vroeger, maar ging ook al over pseudowetenschap. In 1978 nam ik met andere leden van de werkgroep Prometheus deel aan een gesprek met hem, in zijn bureau in de Gentse universiteit. Die groep was een paar jaar eerder gevormd binnen de Vereniging Voor Sterrenkunde en kan als een rechtstreekse voorganger van SKEPP worden beschouwd. We hielden ons vooral bezig met de kritische studie van de astrologie, een pseudowetenschap waar elke rechtgeaarde sterrenkundige van walgde.

Ik had zijn naam nog nooit eerder gehoord, maar op een of andere wijze wisten we dat Vermeersch als classicus en wetenschapsfilosoof nogal wat afwist over de oorsprong van de astrologie in de oudheid. Het gesprek gaf ons, die tot dan toe het onderwerp vrijwel uitsluitend vanuit de natuurwetenschappen hadden benaderd, een bredere kijk op het onderwerp.

Die informatie zou ons helpen bij het maken van een boek over astrologie, dat pas veel later, in 1995, zou verschijnen, en wel nadat dezelfde Etienne Vermeersch persoonlijk bij een uitgever had aangedrongen om het manuscript, dat al jaren af was, te bekijken.

Geheim wapen

Zeker in het begin, toen veel nog moest geregeld worden, was Etienne Vermeersch zeer belangrijk voor SKEPP. Hij hielp met raad en daad, onder meer door contacten te leggen. Hij was intussen al een vrij bekend mediafiguur geworden (wellicht voor een deel omdat er steeds meer oud-studenten van hem voor de media werkten, in de eerste plaats de krant De Morgen) en als de pers aandacht moest krijgen was het altijd gemakkelijker om Vermeersch naar voren te schuiven.

In 1990, nauwelijks enkele maanden na de oprichting van SKEPP vond in Brussel het (tweede) Europees Skeptisch Congres plaats. Op een persconferentie in café Falstaff, waar Vermeersch broederlijk naast James Randi en Paul Kurtz zat, kreeg de Belgische pers te horen dat er zoiets als een skeptische stroming bestond. Voor SKEPP was het in de beginfase een ongekende reclame.

Misschien nog belangrijker dan zijn mediabekendheid was de uitstraling die hij had bij studenten en medewerkers op de universiteit waar een hele generatie kritisch denkende jongeren werden gevormd, waarvan een aantal onder hen – en niet de minsten – actieve leden van SKEPP werden, ook als lag het niet in zijn aard om aan zieltjeswinnerij te doen.

Hij was wel meer dan een uithangbord. Zeker in de eerste jaren kwam hij regelmatig naar vergaderingen. Hij hield af en toe een voordracht of nam deel aan een discussie. Toen hij het evenwel steeds drukker kreeg (hij was in 1993 vicerector van zijn universiteit geworden) en ook meer voor andere onderwerpen gevraagd werd, nam hij meer een rol op de achtergrond in. Maar als het moest was hij present. Dan verkondigde hij de kritische stem waar geen speld tussen te krijgen was. Ons geheim wapen, zeiden we wel eens.

Een echt leidende rol in SKEPP wilde hij niet spelen. Hij werd nooit lid van het bestuur. Wel heeft hij in het begin de commissie voorgezeten die de Zesde Vijs en de Skeptische Put toekenden. Zoals kon worden verwacht was de keuze van die eerste laureaten onder zijn leiding even gemotiveerd als verrassend.

Toen bij hem gepolst werd of hij voorzitter van de vereniging wilde worden, wees hij dat meteen af. Velen onder ons zouden dat ongetwijfeld gewild hebben, maar achteraf gezien was het wellicht beter van niet. De buitenwereld zou ongetwijfeld SKEPP te veel geïdentificeerd hebben met Etienne Vermeersch (en omgekeerd) en dat had verwarrend kunnen zijn.

Apriori's

Want hoezeer hij ook de skeptische zaak ondersteunde, steeds had hij zijn eigen visie op het onderwerp. Vanaf het begin verdedigde hij de stelling dat paranormale verschijnselen eigenlijk niet kunnen bestaan. Dat blijkt al uit zijn eerder genoemde lezing “Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale”. Sommige andere skeptici, zoals Rob Nanninga, de grote Nederlandse kenner van het paranormale, waren daar niet gelukkig mee. Als skepticus verwerp je in principe niets a priori, vonden zij. Je mag voor het grote publiek niet de indruk geven dogmatisch of vooringenomen te zijn.

Vermeersch’ opvatting was echter niet dogmatisch of vooringenomen. Vooreerst sprak hij – zoals alles waarover hij sprak – met kennis van zaken over de parapsychologie, over de vele onderzoekingen naar het paranormale. Tegelijk had hij een goede kennis van de moderne natuurkunde en zeker over het begrip energie (voor zijn doctoraat had hij een studie gemaakt van het verband tussen thermodynamica en informatietheorie). Paranormale verschijnselen waren daar duidelijk tegenstrijdig mee, zo meende hij. Wie daarin geloofde, aldus Vermeersch, kon de natuurkunde niet vertrouwen en zou daarom ook beter niet in een vliegtuig plaatsnemen!

Je kunt altijd theoretische discussies voeren of die apriori’s zo streng gelden, maar dit laatste bezwaar is er een met wel heel concrete gevolgen. Voor Vermeersch gold dat de wereld van de waarneembare verschijnselen rationeel te begrijpen is. Daar kan dus niet zomaar iets irrationeels in gebeuren.

Hoe dan ook, apriori’s tegen het paranormale formuleren is niet hetzelfde als het paranormale a priori verwerpen. Dat wist Vermeersch zeer goed. Zoals gezegd kende hij de klassieke gevallen van het parapsychologisch onderzoek, met alle discussies die er waren geweest over aangetoond en mogelijk bedrog. Al dat onderzoek had uiteindelijk zeer weinig en zeker niets spectaculairs opgeleverd. Vermeersch merkte dan ook op dat je, als je al duizend beweringen over het paranormale hebt bestudeerd en afgewezen, niet moet wachten op de duizend-en-eerste om een oordeel te vormen.

Die opvatting – die vrijwel elke rechtgeaarde skepticus deelt – betekende niet dat Vermeersch geen aandacht kon hebben voor wie echt met een paranormale ervaring afkwam. Ik herinner me nog, in de beginjaren, een besloten bijeenkomst van SKEPP waarin een man kwam vertellen over poltergeistverschijnselen (‘klopgeesten’) die hij in zijn huis had meegemaakt. Vermeersch luisterde zeer aandachtig en stelde indringende vragen met de grootste ernst. Geen enkel ogenblik kwam hij af met een afwijzing a priori van deze vreemde getuigenis. En achteraf had ook hij geen duidelijke verklaring hiervoor (die is er ook niet geweest: het hele verhaal heeft ook nooit verdere gevolgen gekregen).

Toen hij ouder werd nam hij vrijwel geen publieke standpunten meer in als het om pseudowetenschappen ging, maar het was voor zijn skeptische vrienden altijd mogelijk om hem te bellen en zijn mening of advies over een bepaald onderwerp te vragen. Wat ik nog meermaals gedaan heb. We konden nog altijd profiteren van zijn kennis en – misschien nog belangrijker, want veel zeldzamer – zijn wijsheid.

Zelfs mijn laatste boek, over de ster van Bethlehem, is er in zekere zin dank zij Etienne Vermeersch gekomen. Al in 1990 was ik zeer verwonderd dat een planetarium rond de kersttijd een voorstelling over de wetenschappelijke verklaring van de “ster” gaf. Ik vroeg zijn mening hierover en kreeg meteen een hele uitleg over antieke wonderverhalen waarin een ster verschijnt. Ik wist genoeg voor een eerste artikel hierover. Zowat een kwarteeuw later kwam het boek er, maar niet zonder dat ik hem opnieuw had geraadpleegd. Het zou de laatste keer worden dat hij me geholpen heeft.

Niemand is onvervangbaar, zo wordt gezegd, maar Etienne Vermeersch laat in de skeptische beweging een grote leemte achter, als geleerde en denker, maar ook als vriend en goede steun