Etienne Vermeersch

In het debat over de uitwijzing van illegalen is de kloof tussen 'algemene regel' en 'individueel geval' bijzonder groot, schrijft ETIENNE VERMEERSCH . 'In de voorbije acht jaar heb ik altijd gepoogd zowel het hart als de rede te laten spreken. Het heeft me te veel getekend om er nog mee door te gaan: laat anderen de draad opnemen.'

De uitspraken van mevrouw Pira, burgemeester van Mortsel, over de uitwijzing van illegalen en de reacties die erop volgden, confronteren mij opnieuw met een problematiek die ik meende achter mij gelaten te hebben. Na de tragische dood van Semira Adamu, op 22 september 1989, en het ontslag van Louis Tobback, was een van de eerste beslissingen van zijn opvolger, Luc Van den Bossche (SP.A), mij te vragen een commissie te leiden die de instructies voor de verwijdering van asielzoekers moest evalueren en verbeteren. Ik heb nooit een meer ondankbare taak op mij genomen en de andere commissieleden, onder wie de Leuvense hoogleraar Stephan Parmentier, die bergen werk verzet heeft, zullen het met mij eens zijn. Vrij vlug kwamen we tot de verscheurende vaststelling die in ons tweede eindverslag als volgt wordt verwoord. 'Verschillende leden van de commissie en ook de meeste personeelsleden van de instellingen die het vreemdelingenbeleid uitvoeren, hebben persoonlijk contact gehad met migranten waarvan het lot hen zo ontroerde dat zij die personen graag tot het land zouden toelaten. Zodra zij echter de algemene problematiek van de migranten in ogenschouw nemen, beseffen ze dat, indien hun persoonlijke medemenselijkheid de algemene regel zou worden, dit in feite op een politiek van 'open grenzen' zou uitlopen, met alle negatieve gevolgen daarvan.' Dit zijn maar woorden, maar de schrijnende gevallen waarmee ik zelf werd geconfronteerd, hebben krassen op mijn ziel nagelaten waarover nooit meer 'eelt' zal komen. Zelfs wijlen Guido Tastenoye van het Vlaams Belang heeft voor een vergelijkbaar gewetensprobleem gestaan. Ik betuig mijn respect voor zijn menselijkheid en zijn moed. Veel minder respect heb ik voor Bert Anciaux (Spirit), die oproept tot 'burgerlijke ongehoorzaamheid'. Met name tot het boycotten van een wet waarvoor zijn partij mede verantwoordelijk is. In dezelfde weblog noemt hij de bisschop van Los Angeles een huichelaar. Nooit gehoord over de splinter in het oog van de ander en de balk in het eigen oog? Ik lees over een burgemeester die belet heeft dat een alleenstaand kind van zijn moeder gescheiden werd en uitgewezen. Ik begrijp hem, maar dat is een particuliere beslissing in een geval dat door een ethisch aanvoelend mens als een noodsituatie wordt ervaren. We beseffen immers dat in de uitvoering van het vreemdelingenbeleid, zoals in de justitie en in alle menselijke activiteiten, fouten worden begaan. Daarmee rekening houden is iets helemaal anders dan het beleid zelf in zijn geheel aanvallen, zoals het geval lijkt bij mevrouw Pira en recent bij de burgemeester van Kortrijk, als gewezen minister ook medeverantwoordelijk voor het beleid. Het hervormen van dat beleid is in een democratie mogelijk, maar dan wel in het parlement. Nochtans, tijdens de discussies over de recente wijziging van de Vreemdelingenwet (2006) heb ik degenen die het nu weer zoveel beter weten niet gehoord. Blijkbaar hebben sommigen er geen gewetensprobleem mee een wet goed te keuren en daarna hun pijlen te richten op de mensen die ze ambtshalve moeten uitvoeren. Inderdaad, we staan nu en dan staan voor pijnlijke toestanden, vooral in verband met kinderen. Bij het bureaucratisch volgen van algemene richtlijnen loopt onvermijdelijk soms iets fout. Het fameuze artikel 9 ter van de wet van 15 december 1980 biedt de mogelijkheid om via de 'discretionaire bevoegdheid' van de minister, dergelijke problemen op te lossen. Maar ook daarop is kritiek: willekeur, gebrek aan duidelijke criteria. Ongetwijfeld is rechtszekerheid in ons bestel een belangrijke waarde, maar strikte regels leiden dan weer tot een bureaucratische molen die ook sukkelaars maalt en bovendien ontstaan mechanismen die de regels uitbuiten of omzeilen. Om dat alles te vermijden heb ik destijds voorgesteld een commissie te vormen met afgevaardigden van de democratische partijen die over de schrijnende gevallen advies aan de minister zou uitbrengen. Met hun ervaring zouden later verfijningen van de wet of de toepassing ervan, mogelijk zijn. Het voorstel vond geen gehoor. Misschien kan Yves Leterme het alsnog bovenhalen. Men betreurt dat mensen soms na lange tijd worden uitgewezen, maar vaak hebben ze meerdere bevelen om het grondgebied te verlaten niet opgevolgd. Ook hier wijst ons eindverslag op een pijnlijke paradox: bij gebrek aan strakke uitvoering van een dergelijk bevel groeit het aantal uitgeprocedeerden aan, met soms hartverscheurende gevolgen voor hun kinderen. Maar een radicale handhaving van de beslissingen vergt Gestapo-methodes. Daarom drongen wij er bij alle betrokken instanties op aan zowel krachtdadig als humaan samen te werken. Dat betekent dat in algemene regel de wet wordt toegepast, maar het sluit uitzonderingen in noodsituaties niet uit. Als mevrouw Pira in één bepaald geval haar geweten gevolgd had, moest iedereen dat respecteren, maar een algemene regel dreigt van haar gemeente het toevluchtsoord van mensensmokkelaars te maken. In de voorbije acht jaar heb ik altijd gepoogd zowel het hart als de rede te laten spreken. Het heeft me te veel getekend om er nog mee door te gaan: laat anderen nu maar de draad opnemen.