Etienne Vermeersch (Opiniestuk - De Standaard)

Volgens de Koran is God barmhartig (dus ook voor dieren)

Onlangs besliste de Raad van State dat een verbod op onverdoofd slachten in strijd is met de godsdienstvrijheid. Maar dat zo’n verbod een moslim in gewetensnood brengt, is compleet onwaar, schrijft Etienne Vermeersch. Dat staat zo in de Koran, en wel meermaals.

Wie? Hoogleraar emeritus filosofie (UGent).

Wat? Door in te stemmen met een humanere wetgeving inzake slachten, zou de Moslimexecutieve aan iedereen kunnen duidelijk maken hoe centraal de barmhartigheid van God in zijn geloof staat.

In de Bijbel noch in de Koran is de huidige wijze van slachten voorgeschreven. Verdoofd slachten kón ook niet verboden worden: de huidige techniek bestond niet eens

Wie op Google ‘If this is kosher…(long)’ intikt, krijgt een Youtube-filmpje te zien van een goede 11 minuten. Het is gemaakt door de joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer en zijn betoog wordt ondersteund door zowel orthodoxe als conservatieve rabbijnen. Het is moeilijk om tot het einde te blijven kijken, maar wie een stem wil hebben in het debat over onverdoofd slachten, moet dat zeker doen.

Het beeldmateriaal is opgenomen in koosjere slachthuizen, vooral bij Agriprocessors, het grootste koosjere slachthuis van de wereld. Safran Foer zegt dat de afgrijselijke beelden die je te zien krijgt, geen uitzondering vormen. Integendeel, nadat de hals van de koe is opengesneden ‘volgens de regels van de kunst’, blijft het dier in 20 procent van de gevallen bewust, soms meerdere minuten. Het is allicht mogelijk deze vorm van slachten iets efficiënter en minder gruwelijk te maken, maar alleen verdoofd slachten schakelt deze ontsporingen en dus ten minste deze vorm van dierenlijden met zekerheid uit.

Slavernij

Ik weet niet of de leden van de Raad van State die een algemene verplichting van verdoofd slachten strijdig vinden met de mensenrechten (DS 30 juni), deze video gezien hebben. Beseffen zij dat 20 procent van de miljoenen onverdoofde slachtingen wereldwijd zoveel zinloos dierenlijden inhoudt, dat al wie daar enige verantwoordelijkheid voor draagt, onder de grond zou moeten zinken van schaamte?

Tegenover dit lijden leggen zij de godsdienstvrijheid in de balans. Maar in de Bijbel noch in de Koran is de huidige wijze van slachten voorgeschreven. Overigens kon verdoofd slachten daar onmogelijk verboden worden, omdat de huidige techniek niet eens bestond. De actuele details van ritueel slachten zijn in de loop der tijden gepreciseerd in de Talmoed en de Sharia, maar die kunnen aangepast worden aan het algemene ethische aanvoelen van onze tijd. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de voorschriften inzake slavernij: noch door joden noch door moslims (behalve IS) worden die momenteel nog toegepast. Ook inzake slachting gebeurt dat: vlees van dieren die onder verdoving geslacht zijn, wordt vanuit Nieuw-Zeeland naar moslimlanden uitgevoerd.

In verband met de Koran moeten we op het volgende wijzen. Van de acht passussen waarin de regels voor halal voedsel besproken worden, zijn er vijf waarin uitdrukkelijk staat dat wie ertoe genoopt wordt die te overtreden, zich geen zorgen hoeft te maken. Viermaal wordt er bij vermeld: ‘God is vergevend en barmhartig’. Het is dus volkomen onjuist dat een verbod op onverdoofd slachten een echt gelovige moslim in gewetensnood kan brengen. Het verwondert mij dan ook dat de Moslimexecutieve deze gelegenheid niet aangrijpt om, door hun instemming met een humane wetgeving, aan iedereen duidelijk te maken dat Gods barmhartigheid een centraal geloofspunt van de islam is: iedere soera (behalve de 9de) begint immers met de woorden: ‘In naam van God de barmhartige, de erbarmende’. Waarom zou die barmhartigheid zich niet tot het dierenwelzijn uitstrekken?

Besnijdenis

Nu weet ik wel dat het in de Raad van State, en ook bij andere juristen, gangbaar is te stellen dat men zich niet in theologische discussies mag mengen. Dat hoeft ook niet, maar bewuste onwetendheid verheerlijken, is iets helemaal anders. Er zijn voorschriften in de islam die manifest strijdig zijn met onze normen, zoals die over het gezag van de man over zijn echtgenote, en andere waarbij dat minder evident is, zoals die over de hand niet drukken van iemand van het andere geslacht. Als de overheid daarin regelend optreedt, dan is het zinvol dat men het relatief belang van onze norm afweegt tegenover het belang van een regel binnen een bepaalde godsdienst. Hoewel er bijvoorbeeld ernstige bezwaren zijn tegen besnijdenis van minderjarigen, is het beter dat niet onmiddellijk te verbieden, omdat dit – voor jongens – heel centraal is binnen de godsdienst. Voor de besnijdenis van meisjes geldt aan beide zijden het tegenovergestelde. Als men het immense dierenleed in de balans legt tegenover een praktijk die in geen enkele Openbaring is voorgeschreven, lijkt het me irrationeel te weigeren kennis te nemen van alle relevante gegevens. Het zou het Vlaams Parlement sieren deze uitspraak van de Raad van State met de mantel van Noach te bedekken.