Postscriptum over de god van het christendom

Etienne Vermeersch

Wanneer ik over het bestaan van "God" spreek, preciseer ik altijd dat ik het over "de God van het christendom" heb. Dat heeft uiteraard een reden. De godsbegrippen van de diverse culturen en, binnen onze cultuur, van vele individuen, zijn zo gevarieerd dat daarover in het algemeen in positieve of negatieve zin niets te zeggen valt. Onder degenen die zich nu nog christen noemen, zijn er heel wat die vinden dat ze zelf kunnen bepalen wat christendom is en wat de term God daarin betekent.

Mijn critici vertrekken vaak van een idiosyncratische visie op God en een al even idiosyncratische visie op het christendom ("idiosyncratisch" betekent "heel bijzonder en eigenzinnig"). Meestal expliciteren ze die visies niet, maar zodra ze daar een poging toe wagen, blijkt al snel dat het niet om één (de) "hedendaagse" opvatting gaat, maar over een hele waaier van opvattingen.

Die critici drukken zich dan soms neerbuigend uit over mijn onwetendheid betreffende die actuele stromingen. Maar ik ken natuurlijk Bultmann, Robinson, Tillich, Schillebeeckx, en ga zo maar door; ik ken de opvattingen van talloze exegeten van het Oude en Nieuwe Testament, inclusief die van de meest recente auteurs betreffende het leven van Jezus.

Kort vertoog over de god van het christendom - waarom de god van het christendom niet kan bestaan

Etienne Vermeersch

In de meest strikte zin van het woord bestaan er geen absolute zekerheden. We weten allemaal dat een mens in een toestand van krankzinnigheid kan komen waarin hij waandenkbeelden niet van waarheid kan onderscheiden. Zo iemand kun je er op het moment van zijn waan niet van overtuigen dat hij verkeerd zit. Wanneer wat ik nu beleef en schrijf een waandenkbeeld zou zijn, zou ik het zelf niet weten; maar dat geldt voor ieder van ons op ieder moment. Absolute zekerheid kan niemand dus hebben. Het heeft in de praktijk echter weinig zin met deze beperking rekening te houden, want dat zou ons niets vooruit helpen.

​​​​​​​Etienne Vermeersch

Analyse van de problematiek rond de multiculturele samenleving

Etienne Vermeersch

Om de problematiek van de zogenaamde multiculturele maatschappij te behandelen, moet ik een beetje schoolmeesterachtig beginnen en een aantal begrippen duidelijk vastleggen. Ten eerste het begrip cultuur. Die term heeft tenminste drie verschillende betekenissen, die alle drie geregeld worden gebruikt.

Waar komt de idee van een ziel vandaan?

Etienne Vermeersch

De ziel, een fictief product van menselijke noden en behoeften doorheen de geschiedenis. 

Bij de kultuurvolkeren waarmee wij het dichtst verwant zijn bestaat er vanaf het begin van hun literatuur een "atman" (adem) in het Sanskriet, een "psychè" in het Grieks, een "anima" in het Latijn, een "ruach" in het Hebreeuws, een "aralou" in het Babylonisch, enz..

Het Scheermes van Ockham ('de meest eenvoudige verklaring is meestal de beste')

Etienne Vermeersch

Wanneer je een fenomeen kunt verklaren door de werking van drie krachten, is het niet nuttig er ook nog een vierde (overbodige) kracht bij te veronderstellen. 

Het scheermes van Ockham is een vuistregel die zegt: "je moet het aantal zijnden niet groter maken dan nodig" ("entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem"). Bijvoorbeeld wanneer je een fenomeen kunt verklaren door de werking van drie krachten, is het niet nuttig er ook nog een vierde bij te veronderstellen. Kortom de meest eenvoudige verklaring is meestal de beste. Soms kan dat eens anders uitvallen, maar dan merk je dat wel bij verder onderzoek.

Over geloof en ongeloof - Etienne Vermeersch en Peter Schmidt

Etienne Vermeersch en Peter Schmidt
Video: TOESPRAAK Peter SchmidT: event "Vermeersch 80" (2 mei 2014 I UFO-Auditorium UGent)

 

gesprek over geloof en ongeloof: Tussen ja en neen

Op 15 oktober organiseert de Universitaire Parochie (KU Leuven) een veelbelovend gesprek over geloof en ongeloof tussen de bekende Gentse emeritus Etienne Vermeersch en de Leuvense theoloog Peter Schmidt. Wij spraken met beiden.


CK: Kan je eigenlijk debatteren over geloof?


Etienne Vermeersch: "Voor mij alleszins wel. Het westers geloof, van Zoroaster over het Judaïsme tot de Islam en het Christendom, bevat een grote hoeveelheid cognitieve elementen, tastbare dingen die je als gelovige voor waar moet aannemen. Sinds de opkomst van de moderne wetenschap is dat cognitieve gedeelte wel teruggeschroefd, maar het is er nog steeds. Daar kan je uitstekend over debatteren, in het bijzonder als het gaat over de kerkelijk voorgeschreven geloofspunten. En die zijn er nog heel wat meer dan sommige moderne theologen lief is. Dat is natuurlijk niet met iedereen mogelijk. Met sommige mensen mondt zo'n gesprek snel uit in een zeer emotionele confrontatie. Vooral bij jongeren tref je dat wel aan: je botst op een muur, en een uitspraak van iemand die zich ongelovig noemt, wordt ervaren als een persoonlijke aanval."

 


Peter Schmidt: "Je moét over geloof spreken. Zolang mensen naar zin en waarheid zoeken, en zolang velen die zin vinden in God, moet er over God gesproken worden. Of de taal daar rijk genoeg voor is, is een andere vraag. Het gaat uiteraard niet om een welles-nietes-debat, en er kan ook niet over alles gesproken worden met strikt rationele middelen. Mijn 'ja' aan God is geen 'wetend ja', zoals ik weet dat twee plus twee vier is. Er komt een moment waarop je een vertrouwenssprong moet wagen, net zoals in een liefdesrelatie. Dat kan je niet expliciteren, maar daarom is het nog niet onbespreekbaar. Alleen is het 'tastend praten', niet 'rationeel weten'."
 

Ik heb voor mezelf een zingeving gemaakt. Het leven heeft intrinsiek geen zin, maar die moet je er wel zelf aan geven. Ik kan daar op heel concrete grensmomenten op terugvallen, ook in het aangezicht van de dood.

Etienne Vermeersch

 

Als je je in diep vertrouwen gedragen weet door een werkelijkheid, ook al is die transcendent, dan valt die fundamentele eenzaamheid inderdaad weg.

Peter Schmidt

 

CK: U noemt zichzelf atheïst, en u gelovig. Wat betekenen die termen voor u, en hoe bent u geworden wat u bent?


Vermeersch: "Een atheïst is diep overtuigd van het niet-bestaan van God. De openbaringsboeken, waarin God aanwezig gesteld wordt, zoals de Bijbel of de Koran, hebben voor mij dezelfde waarde als andere boeken: ze bevatten mooie passages en hoge ethische principes, naast klinkklare onzin en verwerpelijk gedachtengoed. Ik ben religieus opgevoed, ben vijf jaar Jezuïet geweest, en heb twee geloofscrisissen meegemaakt. De eerste, toen ik in het voorlaatste jaar van de humaniora zat, was bijzonder zwaar en ontredderend. De tweede, na mijn uittreden, was eerder geleidelijk. Ik liet mezelf groeien, dacht na zonder te willen forceren, en stelde na verloop van een jaar vast dat ik ongelovig geworden was, heel rustig, heel ongedwongen."


Schmidt: "Niemand gelooft op dezelfde manier. Sommige van mijn atheïstische vrienden verbazen zich over de taaiheid van mijn geloof, terwijl sommige van mijn katholieke vrienden me integendeel wel eens verdenken van ongeloof. Verder evolueert je geloof natuurlijk ook, het is niet statisch. Het is geen 'dingen geloven', maar iets dat groeit tijdens je standing in the world, met een fundamenteel vertrouwen en optimisme. Hoe ik over bepaalde dogmatische elementen denk, heeft daar weinig mee te maken. De Bijbel bevat voor mij geen 'informatie over God'. God is voor mij geen 'ding', geen 'object' van kennis, Hij is, in zekere zin, om het met Eckhart te zeggen, 'niets', Hij beantwoord nooit aan 'iets'. Dat is trouwens de enige manier om geloof en wetenschap met elkaar te laten bestaan. De wetenschap is geen affirmatie of ontkenning van God, terwijl het geloof de wetenschap niet in de weg staat."
 

CK: Kunt u begrip opbrengen voor iemand die gelovig is, en u voor iemand die atheïst is?


Vermeersch: "Uiteraard wel, ook al is een gesprek niet altijd gemakkelijk. Je moet met een eerlijk en deskundig iemand te doen hebben, en dan kan je een vruchtbaar gesprek verwachten. Peter Schmidt is dat, en dus ben ik graag op de uitnodiging voor dit gesprek ingegaan."


Schmidt: "Je kunt een heel verschillende bottom line hebben, maar dat staat begrip voor redenen en overwegingen niet in de weg. Ik vind contacten met ongelovigen in het algemeen trouwens zeer verrijkend. Ik betreur het dat zowel de Kerk als de humanistische organisaties die contacten niet wat meer aanmoedigen. Het feit dat ik het atheïstisch 'neen' niet kan beamen, doet niets af van de waarde van onderlinge contacten."
 

CK: Gelovigen en ongelovigen gaan op een verschillende manier om met de grote vragen en de grote confrontaties van het bestaan. Hoe doet u dat?


Vermeersch: "Ik heb voor mezelf een zingeving gemaakt. Het leven heeft intrinsiek geen zin, maar die moet je er wel zelf aan geven. Ik kan daar op heel concrete grensmomenten op terugvallen, heb ik kunnen vaststellen, ook in het aangezicht van de dood. Ik heb op zo'n moment minder behoefte aan de Bijbel dan aan Spinoza. Dat heeft misschien met mijn karakter te maken. Ik hou er niet van mijn emoties te volgen, maar tracht de zaak eerder intellectueel aan te pakken. Dat maakt wel dat ik mensen met angst of depressie moeilijk kan helpen, omdat je dan natuurlijk niet ver raakt met een intellectuele uiteenzetting. Ik heb lang getwijfeld, maar nu twijfel ik nooit meer over de fundamentele stellingname, namelijk dat de christelijke God niet bestaat. Rond ethische kwesties uit mijn eigen of andermans leven, daarrond heb ik natuurlijk wel vragen en twijfels. Maar die zijn er niet rond de uiteindelijke bestemming: als ik sterf, blijft er van mijn persoon niets over, geen ziel die wacht op de wederopstanding."


Schmidt: "Ik vind niet dat ik als gelovige beter 'gewapend' zou zijn tegen dergelijke breekpunten in het leven. Een atheïstische vriendin vertelde me wel eens dat ze vond dat gelovigen zich op zo'n moment minder eenzaam voelen, en dat zal wel zo zijn. Als je je in diep vertrouwen gedragen weet door een werkelijkheid, ook al is die transcendent, dan valt die fundamentele eenzaamheid inderdaad weg. Ik twijfel nooit aan mijn vertrouwen, maar er zijn natuurlijk wel zaken waar ik als gelovige geen antwoord op weet. Het probleem van het lijden bijvoorbeeld, lijden dat de mens zonder enige schuld en zonder eigen verantwoordelijkheid gewoon aangedaan wordt, daar weet ik ook als gelovige geen weg mee. Het verschil zit hem echter in het feit wat je met zo'n vraag doet. Voor een atheïst is het een bevestiging van zijn 'neen', voor mij is het iets dat mijn 'ja' wel in vraag stelt en me tot actie dwingt, maar dat mijn 'ja' niet wegneemt."

Ludo Meyvis

Is een oorlog tegen Irak ethisch verantwoord ?

Etienne Vermeersch

Is een oorlog tegen Irak ethisch verantwoord ?

Etienne Vermeersch (geschreven in september 2002, gepubliceerd in Menzo, oktober 2002)

Het is de laatste maanden voor iedereen duidelijk geworden dat het president Bush menens is met zijn plannen om Irak binnen te vallen en zo de dictatuur van Saddam Hussein ten val te brengen. In tegenstelling met de Golfcrisis en de Golfoorlog (1990-1991), zijn de vroegere bondgenoten weinig geneigd om de Verenigde Staten in dit avontuur te volgen. Veel mensen stellen zich immers de vraag of een dergelijke inval politiek en ethisch te verantwoorden is.

    Ik behoor tot degenen die in 1990 het principe ondersteunden van de oorlog tegen Saddam, zonder het daarom eens te zijn met de wijze van oorlogvoering en de manier waarop die beëindigd werd.  Nu echter ben ik een radicaal tegenstander van de plannen van Bush.  Men kan zich uiteraard afvragen op welke gronden deze uiteenlopende beoordeling gebaseerd is.

     Vooreerst iets over een zogenaamde ‘rechtvaardige oorlog’.  Dat is een misleidend begrip. Een oorlog is meestal een zo overrompelende explosie van geweld dat er nagenoeg zeker onschuldige slachtoffers vallen. Man kan redetwisten over wat ‘onschuldigen’ zijn, maar waar burgers vallen, zijn er ook altijd kinderen bij en die dragen geen enkele schuld. Wanneer kinderen gedood of verwond worden, kan een oorlog niet ‘rechtvaardig’ meer zijn : als er onschuldigen lijden is er bij definitie een mateloos onrecht.  Oorlogen zijn in die zin door de eeuwen heen altijd onrechtvaardig geweest en het is er in de 20ste eeuw niet op verbeterd. Tijdens de eerste wereldoorlog (14-18) waren 5% van de slachtoffers burgers;  tijdens de tweede wereldoorlog was dat 50% en in de oorlogen sinds 1980 steeg dit cijfer tot 80%.  UNICEF schat dat sinds 1980 1,5 miljoen kinderen in een oorlog gedood werden. Als men daarbij ook verwonden en verminkten telt (o.a. door landmijnen), dan komt men tot een cijfer van 10 miljoen kinderen die leden onder de brutaliteit van een oorlog. Wie daar even bij stilstaat  - en men zou hopen dat Bush daartoe in staat is -  moet inzien dat de beslissing om een oorlog te voeren iets huiveringwekkends is.

    Hoewel er geen ‘rechtvaardige’ oorlog bestaat, vinden veel mensen, waaronder ikzelf, toch dat het voeren van oorlog, hoe vreselijk ook,  soms ‘gerechtvaardigd’ kan zijn. Toen Engeland en Frankrijk na de inval in Polen (1939) aan Duitsland de oorlog verklaarden, was dit gewettigd. Hetzelfde geldt voor de oorlog die Amerika voerde na de Japanse aanval op Pearl Harbour (7 dec. 41).

    Om een oorlog te verantwoorden moeten er zwaarwichtige motieven bestaan. Vooreerst is er, zoals ook voor de individuele mens, het recht op zelfverdediging.  Wie wordt aangevallen zonder daarvoor zelf enige aanleiding te hebben gegeven (zoals het geval was met België in de twee wereldoorlogen), heeft het recht oorlog te voeren tegen de aanvaller. Een tweede motief kan samenhangen met een verdrag van wederzijdse bijstand (zoals tussen Engeland en Polen in 1939): het gaat hier om een indirecte zelfverdediging. Een derde motief is iets subtieler: men kan een oorlog beginnen om een veel erger kwaad te voorkomen.  Zo zou een aanval op Hitler in 1938 (na de inval in Tsjechoslovakije) wellicht de militaire macht van Duitsland gebroken hebben en de wereldoorlog vermeden. Of, meer recent, een militaire ingreep van de UNO in Rwanda tijdens de genocide, had het leven van honderdduizenden kunnen redden.

  Deze laatste motivering stelt echter grote problemen. Immers, wie zal uitmaken of die situatie, het vermijden van een groter onheil, zich inderdaad voordoet. De aanvaller kan immers een verdoken (bv. economisch) motief hebben en gebruikt de ethische argumentatie als ‘window dressing’.  Om zo’n schijnbare ethische motivering te vermijden, is het zowel om ethische als om politieke redenen noodzakelijk een supplementaire argumentatie voor te leggen. Die kan bestaan in het verwijzen naar een schending van het internationaal recht die door een gezaghebbende internationale instantie als zodanig wordt erkend.  Er moeten dus altijd twee argumenten aanwezig zijn: én het vermijden van een groter onheil én een solide argumentatie voor dit argument die door een neutrale instantie,  bv. de UNO, als zodanig wordt erkend.  Deze dubbele garantie is nodig omdat machtige landen zoals de VS  of Rusland gemakkelijk argumenten kunnen vinden om te stellen dat ze zich in hun nationale belangen (bv. oliebelangen) bedreigd voelen.

    In het geval van de Golfoorlog was aan de volgende voorwaarden voldaan. Er was een niet uitgelokte inval van Irak in Koeweit en die inval werd door de Veiligheidsraad onmiddellijk veroordeeld; in een latere beslissing gaf de Veiligheidsraad met een ruime meerderheid de toestemming tot de oorlog tegen Irak. Het vermijden van een groter onheil bestond volgens mij hierin, dat door de verovering van Koeweit, Saddam Hussein de controle kreeg over een immense petroleumvoorraad, wat hem zou toelaten zijn militair potentieel (inclusief atoomwapens) enorm uit te breiden.  Zijn vorige oorlog tegen Iran had bovendien aangetoond dat hij er zelfs niet voor terugschrok een oorlog te voeren die zijn eigen land honderdduizenden slachtoffers kostte. Indien men hem geen halt toeriep, zou hij ook de andere olielanden in de buurt bedreigen.  Een dergelijke macht in de handen van een zo gevaarlijke figuur kon een oorlog veroorzaken die nog veel erger zou zijn dan de Golfoorlog zelf.  Sommige mensen meenden dat er een beter alternatief was:  economische sancties.  De feiten hebben intussen bewezen dat dit alternatief niet zou gewerkt hebben:  Saddam trekt zich persoonlijk niets aan van dergelijke sancties, ook al zijn in Irak tienduizenden kinderen daarvan het slachtoffer.  Men kan uiteraard zeggen dat die oorlog geen definitieve oplossing bracht en dat de dictator nog altijd stevig in het zadel zit.  Maar dat is natuurlijk het gevolg van de absurde wijze waarop de Golfoorlog beëindigd werd.

   De argumentatie van Bush en zijn medestanders die opnieuw oorlog willen voeren, bestaat er in essentie in dat Saddam nog altijd een krijgszuchtige dictator is  - wat juist is -  die nog steeds een wapenarsenaal ontwikkelt  - wat niet bewezen is -. Maar zelfs als het argument volledig zou kloppen, volstaat dit, volgens de criteria die ik hierboven voorstelde, niet om een oorlog te voeren.  Saddam valt momenteel noch de VS,  noch een ander land aan;  alle pogingen om hem met Bin Laden te associëren zijn mislukt.  Men heeft niet aangetoond dat een huidige oorlog een groter onheil zou vermijden en de Veiligheidsraad heeft geen groen licht gegeven voor een aanval. (*In het tegenovergestelde geval zou men zich, gezien de belangenstrijd, de vraag kunnen stellen of die Veiligheidsraad wel een neutrale instantie is, maar dat is een ethische vraag die op het vlak van de internationale politiek geen formele kracht heeft) .

    Irak heeft geen sterk leger meer: de bewapening is voor 2/3 vernietigd en het financieel en industrieel potentieel kan momenteel onmogelijk een situatie zoals die van 1990 herstellen. Hoe erg het regime binnenin ook is, voor andere landen betekent Hussein geen gevaar.  Wanneer men daartegenover de plannen ziet die nu in voorbereiding zijn, met massale bombardementen op de grote steden, dan is het duidelijk dat dit tot een veel groter aantal burgerslachtoffers (en dus kinderen) moet leiden, dan in de Golfoorlog. Dat een nieuwe oorlog een groter onheil zou vermijden dan die nieuwe oorlog zelf zou teweegbrengen, is dus totaal onwaarschijnlijk.

   Indien men de argumenten inzake dictatuur en mogelijke bewapening  als enig criterium zou nemen, dan zou men voortdurend oorlog moeten voeren.  Dictators zijn er bij bosjes en zwaarbewapende landen eveneens: de VS, Rusland, China, India, Pakistan, Frankrijk, Engeland, Israël, (*Noord-Korea), om alleen maar de landen met atoomwapens te noemen.  Wanneer een man als Bush, in een zo verschrikkelijke materie zoals oorlog, met zulke vanzelfsprekende afwegingen  geen rekening houdt, dan kan men zich ernstig de vraag stellen of hij momenteel op wereldvlak niet een veel gevaarlijker man is dan Saddam Hussein zelf.

De euthanasiewet: vreugde en wrevel

Etienne Vermeersch

De euthanasiewet: vreugde en wrevel

"België heeft de beste euthanasie-regeling ter wereld". Prof. Vermeersch legt uit waarom.

23 mei 2002 I Etienne Vermeersch — In 1971 kon ik voor het eerst - samen met professor Clara - in een tv-debat een pleidooi houden voor een euthanasiewet. Nu, een goeie dertig jaar later, is die droom werkelijkheid geworden en de gedachte dat ik daar een steentje toe bij heb mogen dragen, is een bron van grote vreugde. Maar de blijdschap is niet onverdeeld. De kamerdebatten volgen via de website en achteraf de reacties horen, zorgen voor een wrange nasmaak. Dat mensen van mening verschillen, is normaal, maar moet men daarbij de waarheid geweld aandoen?

Zin of onzin van het migrantenstemrecht

Etienne Vermeersch
Pixabay Creative Commons - Migrants

Veeleer dan het migrantenstemrecht (voor de 'eerste generatie') autoritair op te dringen, met de suggestie dat het immoreel of dwaas zou zijn een andere mening te hebben, kan men er beter een humaan pleidooi voor houden. Onze mensen kunnen heus wel begrip opbrengen voor een argumentatie die erop wijst dat die migranten enerzijds van hun land van oorsprong blijven houden, en anderzijds in grote mate in ons maatschappelijke leven geïntegreerd zijn.

Euthanasiedebat vraagt om waarachtigheid

Etienne Vermeersch

In de Mechelse catechismus stond een uitspraak die me als kind intrigeerde: er bestaan ,,zonden tegen de Heilige Geest'', waarvoor men nooit vergiffenis kan bekomen. Een ervan is in mijn geheugen gegrift: ,,de 'welgekende' waarheid bestrijden''. We kunnen ons allemaal vergissen, maar dat sommigen beweringen uiten waarvan ze pertinent weten dat ze onwaar zijn, slaat mij nog altijd met verstomming.

Een noodzakelijk debat, filosoferen over de affaire-Guggenheimer

Etienne Vermeersch

In november 1999 laat een rechter de satirische roman "Uitgeverij Guggenheimer" van Herman Brusselmans uit de handel nemen na klacht van ontwerpster Ann Demeulemeester, die samen met vele andere bekende Vlamingen in het boek figureerde. De uitspraak ten gronde op 21 december 2000 bepaalde dat de roman terug verkocht mocht worden. Herman Brusselmans werd veroordeeld tot het betalen van 100.000 BEF schadevergoeding.

Commissie-Vermeersch - Vakgroep Wijsbegeerte UG Naar een monopolie op humaniteit?

H. Van den Enden, J. Braeckman, T. Claes, M. De Vlieghere, F. Mertens en W. Coolsaet

Johan Braeckman, Hugo Van den Enden, Tom Claes, Willy Coolsaet, Martin De Vlieghere en Frank Mertens betreuren de heftige aanvallen op de commissie-Vermeersch. Zij vinden dat men alleen maar bewondering kan hebben voor de praktische dossierkennis waarmee Etienne Vermeersch belangrijke progressieve aanbevelingen doet die op korte termijn concrete toepassingen kunnen hebben voor het asiel- en uitwijzingsbeleid.

Vermeersch steekt zijn nek veel verder uit dan wie veilig aan de zijlijn droomt van een betere wereld.