Natuurlijk moeten we mensen, met welke handicap ook, maximaal helpen

Etienne Vermeersch

Filosoof Etienne Vermeersch is uitzonderlijk hard voor zijn collega Ignaas Devisch: 'Ik streef naar genetische correctie, niet naar genetische optimalisatie. Hier werd manifest gelogen.'

De discussie in 'De Afspraak' over de NIP-test en het Downsyndroom had betrekking op een samenvatting van een telefonisch interview met mij over het thema in De Morgen (3/6).

Etienne Vermeersch over ethiek en zorg

Auteur: Harold Polis
Etienne Vermeersch door Jan Locus

De manier waarop we over grote ethische vragen spreken en denken is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Een van de wegbereiders van die veranderingen is zonder meer ethicus Etienne Vermeersch. Hoe kijkt hij naar de ontwikkelingen in de zorg? 

Jarenlang woedde er, ook in ons land, een intens debat over ethische hete hangijzers, zoals abortus en euthanasie. De debatten hadden een grote maatschappelijke en juridische dimensie, maar groeiden ook uit tot emotioneel geladen symbooldossiers. Zeker bij de aanvaarding van euthanasie speelde Etienne Vermeersch (1934), emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Universiteit Gent, een belangrijke rol, als professioneel ethicus en als publiek intellectueel.

Uiteindelijk stemden onze volksvertegenwoordigers een euthanasiewetgeving die een bredere invulling geeft aan de persoonlijke zelfbeschikking dan in tal van andere Europese lidstaten het geval is. Die maatschappelijke verschuiving is nauw verbonden geweest met de secularisering en de niet-aflatende ontwikkeling van de wetenschap, twee fenomenen die het denken en de loopbaan van Etienne Vermeersch fundamenteel hebben beïnvloed. Na het stopzetten van zijn jezuïetenopleiding werd hij militant atheïst. Vermeersch is een materialist die actief ingaat tegen allerlei vormen van bijgeloof en obscurantisme. Hij specialiseerde zich in wetenschapsfilosofie en de filosofische gevolgen van technologische ontwikkelingen, zoals cybernetica. In de loop der jaren groeide hij ook uit tot een veelgevraagd debater, een hoedanigheid die de boeken die hij heeft geschreven onterecht wat overschaduwt.

In De ogen van Panda. Een milieufilosofisch essay probeerde hij bijvoorbeeld eind jaren tachtig de essentie van de ecologische uitdagingen te vatten. De milieu-ethiek die hij in het boek heeft ontwikkeld, blijft tot vandaag overeind. Vermeersch ziet de oplossing vooral in een drastische beperking van het geboorteoverschot. Even belangrijk is de ecologische basishouding die Vermeersch ontwikkelt. In zijn visie heeft de mens in de loop der eeuwen de morele cirkel steeds vergroot. We vinden het belangrijk om zoveel mogelijk gelijke rechten te laten gelden, ook wat zorg betreft. Vermeersch pleit ervoor om die aandacht uit te breiden naar dieren en toekomende generaties, vooraleer de aarde onleefbaar wordt. Met dezelfde nuchterheid kijkt hij naar de manier waarop we vandaag welzijn en zorg organiseren.

De zorgvraag blijft toenemen. Professionele zorgwerkers staan onder druk. Zijn we het slachtoffer van ons succes?

Etienne Vermeersch: “Zeker in ziekenhuizen is die druk enorm voor verplegenden. Ze kunnen niet meer los en vrij de tijd nemen met een patiënt die het moeilijk heeft. Ze staan werkelijk onder druk. Het moet allemaal snel gaan. Het heeft uiteraard een financiële kant. Als je met directeurs erover praat, zullen die je zeggen dat het water hen aan de lippen staat. De feitelijke mogelijkheden van verzorgenden zijn inderdaad beperkt geworden. Ik heb minder ervaring met die kwestie in andere sectoren van de zorg.”

De technische kant van de behandeling wordt zodanig technisch, dat het menselijke aanvoelen vermindert. We hebben uiteraard een grotere gevoeligheid voor pijn. Persoonlijk vind ik dat men daar rekening mee moet houden.Etienne Vermeersch

Misschien is het ook zo dat men in de zorg de indruk heeft dat men de greep op het geheel verliest, omdat zorg bijvoorbeeld ook een heel technische aangelegenheid is geworden?

“Dat heeft wellicht ook iets te maken met het onderwijs. Mijn schoonmoeder was verpleegster en een aantal andere vrouwelijke familieleden ook. Als ik aan haar terugdenk, weet ik dat er een mentaliteitsverschil was. Of zij nu een uur langer bezig was met een patiënt, als dat nodig bleek, dan was dat voor haar geen probleem. Terwijl verpleegsters vandaag wellicht meer op een correcte navolging van hun uurrooster staan. Ze hebben dan niet de indruk dat ze een bijkomende inspanning moeten leveren in bepaalde zorgsituaties. Voor de introductie van antibiotica waren verpleegsters enorm getraind om volledig steriel te werken. Dat was meer dan een dogma, het was een levenshouding. Omdat we antibiotica hebben, is die mentaliteit verzwakt, wat natuurlijk niet goed is omdat antibiotica in toenemende mate resistent worden. Die ijzeren discipline van vroeger – die niet ideaal was, maar voordelen bood – is verminderd. Het feit dat verplegen vandaag een ‘normale’ job is, doet iets af van de mogelijkheid om zich totaal te engageren. Zoals je naar kantoor gaat, ga je naar het ziekenhuis, om een job uit te oefenen. Ik denk dat we aan die mentaliteit zouden kunnen werken. En dat we verplegen toch meer zouden kunnen beschouwen als een roeping, een opgave die meer voldoening biedt als je beseft dat je werkelijk iets betekent voor de patiënt. Het is niet louter de afhandeling van een routine.”

“Ik heb er persoonlijke ervaringen mee. Ik had ooit prostaatproblemen en onderging een pijnlijke behandeling. Ik zei aan de vrouwelijke arts dat de behandeling pijn deed, een lichte verdoving had geholpen. Haar antwoord was tekenend: ‘We doen dat zo bij jongetjes ook’. (lacht) Het is een mentaliteit. De technische kant van de behandeling wordt zodanig technisch, dat het menselijke aanvoelen vermindert. We hebben uiteraard een grotere gevoeligheid voor pijn. Persoonlijk vind ik dat men daar rekening mee moet houden.”

“Dat geldt ook wat onze gevoeligheid voor ongemak en onbehagen betreft. Men legt aan de mensen onvoldoende uit wat er tijdens een behandeling of operatie gebeurt. Na mijn hartoperatie was ik geïntubeerd, wat braakneigingen opwekt. Dat wou ik duidelijk maken, maar ik kon spreken noch schrijven op dat moment. Had men me gezegd dat ik me geen zorgen hoefde te maken, omdat de braakneigingen normaal waren en de buisjes toch alles opzuigen, dan was het probleem opgelost. Het is heel eenvoudig om dat uit te leggen. Dat niet doen is heel erg. Soms weten artsen het zelf niet, omdat ze die bepaalde ervaring niet hebben meegemaakt. Het merkwaardige is dat ik die ervaringen heb gehad, ondanks het feit dat men een beetje schrik heeft van mij. (glimlacht) Ik ben immers lid van de raad van bestuur van UZ Gent geweest. Ik mag uiteraard niet veralgemenen. Er zijn artsen die zeer goed informeren, maar een aantal heeft dat nog niet in de vingers.”

Heeft het ook te maken met het feit dat we er in de zorg van uitgaan dat we alles kunnen oplossen? Dat ‘alles’ is wel heel veel om te beheren, laat staan om uit te leggen.

“Het heeft te maken met de aard van de specialisatie. Toen ik aan de universiteit begon, kende ik een professor-chirurg die alles deed. Hij heeft nog de arm van mijn schoonmoeder geopereerd na een ongeval. Maar hij deed ook maag-, en hartoperaties. Hij had als arts een zeer breed overzicht van alle medische mogelijkheden. Vandaag is de specialisatie enorm en wordt er door gespecialiseerde artsen zeer veel kennis opgebouwd. Terwijl vroeger de algemene medische kennis groter was. Ik herinner me een arts die heel wat ervaring in Congo had opgedaan, waar hij in zeer bescheiden omstandigheden moest werken. Wel, die man had een techniek ontwikkeld om zonder bloedverlies te opereren – omdat hij in Congo niet anders kon. Zulke mensen verdwijnen uiteraard door de specialisatiedruk. Die toegenomen specialisatie is niet ideologisch geïnspireerd door een maakbaarheidsideaal. Ze is ontstaan uit de feiten, doordat de medische ontwikkeling nu eenmaal steeds verdergaat. De tweede stent die ik heb gekregen is geplaatst door dokters die niets anders deden dan stents plaatsen. Het is dan ook zeer goed gedaan. (glimlacht)”

“Ook op dit punt vind ik het essentieel dat patiënten op een humane manier informatie krijgen. Je gelooft het niet, maar je hebt mensen die dat echt slecht en brutaal aanpakken. Toen ik lezingen over euthanasie gaf voor artsen stond er op een mooie avond een chirurg recht die plompverloren zei: ‘Wat is dat nu voor een onzin, die euthanasie. Iedereen kan toch gewoon een revolver kopen als hij er een eind aan wil maken?’ Zo’n onzin heb ik dus echt gehoord. Je mag niet veralgemenen, want er zijn artsen die hun informerende taak zeer humaan opvatten. Maar informatie is dus niet brutaliteit. Je moet altijd denken: hoe zal de patiënt het verstaan? Je kan dingen zeggen die volstrekt waar zijn, maar die bij de patiënt verkeerd overkomen. Ik herinner me het geval van een arts, twintig jaar geleden, die tegen een patiënt zei: ‘Ik kan het nu wel zeggen, je hebt een kanker gehad en we hebben die genezen.’ Die patiënt reed naar huis en pleegde zelfmoord, omdat het woord kanker zo angstwekkend was.”

De medische wetenschap is zeer ver gevorderd, en levert vaak ingewikkelde informatie op en moeilijke keuzes. Vergroot dat niet de moeilijkheid om correct te informeren?

“Op dat vlak is er gelukkig een positieve evolutie. Weet je, in jaren zestig, zeventig werd artsen aangeraden om patiënten zoveel mogelijk af te schermen van gevoelige informatie. Door de aanvaarding van euthanasie is het bespreken van de dood veel opener geworden. Je kan meer zeggen aan de mensen dan vroeger. Neem nu de diagnose van een Downsyndroom. De hypothese van een abortus was vroeger gewoon onwettig. Vandaag gebeurt het in het merendeel van de gevallen en zijn het net de mensen die niet voor abortus kiezen die raar worden bekeken. Wat ook weer overdreven is, want mensen moeten hun eigen inzichten volgen. Maar de mentaliteit van patiënten is werkelijk diepgaand veranderd.”

“Zelf praat ik graag over de dood, om de eenvoudige reden dat ik er binnen een jaar of vijf bij ben. (glimlacht) Het doet me niets. Ik ben er niet bang van. Ik wil het wel zolang mogelijk uitstellen, dat is de pointe. Maar in het algemeen is de openheid groter. Artsen zullen er vandaag ook voor kiezen om de waarheid te zeggen, maar liefst op een oordeelkundige manier. Sommige mensen hebben er immers meer last mee dan anderen. Vroeger hadden artsen nood aan een deontologische code, waar ik tegen ben. Je moet weten wat helemaal niet kan en wat zeker moet. En daartussen ligt er een waaier van mogelijkheden, die je aftoetst en hanteert, afhankelijk van geval tot geval. Elk individu reageert anders. Ik heb verschillende mensen gekend die jaren hebben gestreden tegen kanker en die, toen het bericht kwam dat strijden zinloos was geworden, eerder gelijkmoedig voor euthanasie kozen. Zij waren voorbereid. Het verloopt veel meer ontspannen dan vroeger. Een goeie vriendin van me had haar euthanasie vastgelegd en op de geplande avond zag ze dat ik op tv kwam. Ze vroeg aan haar arts om even te wachten tot ze het programma had gezien. (glimlacht) Die soepelheid komt door de feiten. Het is zoals met de introductie van de pil. Die heeft ook een verreikende invloed gehad, op van alles. Zo is het met abortus en euthanasie ook gegaan. Ik heb die mentaliteitsverandering zelf zien gebeuren. Ik gaf elk jaar een college over ethische problemen, in de vorm van een discussie met een katholieke professor of met de aalmoezenier van een ziekenhuis. Vroeger waren de vragen van de studenten vrij conservatief. Ik heb hen in de loop der jaren progressiever zien worden, door de feiten zelf.”

“Dezelfde evolutie heb ik gezien bij de aanvaarding van crematie. Die aanvaarding is veel sneller gegaan dan ik had gedacht. Toen ik jong was, was crematie voor erge goddelozen. Ik heb moeten meemaken dat conservatief-katholieke familieleden van me kozen voor crematie. De feiten zelf doen de geesten rijpen. We moeten er alleen op bedacht zijn dat die feiten ons niet in een verkeerde richting laten gaan. Voor ontsporingen moeten we ons hoeden, zoals de al te technische benadering die de menselijkheid naar de achtergrond duwt.”

Levensbeschouwing speelt geen rol meer?

“Voor de meeste problemen maakt het niet uit of je in een katholiek of niet-katholiek ziekenhuis ligt. Je hebt van allebei goeie en slechte. Nog steeds echter heb ik in sommige katholieke ziekenhuizen een probleem met het levenseinde en het aanvaarden van euthanasie. Het afremmen of niet aanvaarden van euthanasie vind ik een gebrek aan respect voor de medemens. De levensbeschouwelijke strekking van het hospitaal wordt dan als reden ingeroepen, maar een hospitaal is een organisatie en heeft geen ideologie. Een individuele arts kan wel gewetensvragen hebben. Als die arts vindt dat hij euthanasie niet kan doen, moet hij er iemand bij roepen die het wel kan. Maar als hij het wel kan doen, dan heeft de directie daar niets mee te maken. Dat is nog een van de weinige weeffouten.”

De levensbeschouwing in de zorg verdwijnt, of het nu om katholieke of vrijzinnige instellingen betreft. Voor u levert dat geen problemen op?

“Wel, het probleem zou ik eerder in het onderwijs situeren. Er is een tekort aan behoorlijke levensbeschouwelijke opvoeding. Ik vind dat je in onze cultuur een schilderij met een godsdienstige achtergrond moet kunnen duiden. Hoe kan je anders die hele cultuur verstaan? Hetzelfde met literatuur. Men schijnt niet te beseffen hoe rijk die is. (begint spontaan een vers uit het theaterstuk The Merchant of Venice van William Shakespeare te citeren) ‘The quality of mercy is not strain’d.// It droppeth as the gentle rain from heaven// upon the place beneath. It is twice blest.// It blesseth him that gives and him that takes.’ Wat een fantastische tekst. Ik vind dat je niet alleen de Bijbel moet kennen, maar ook dit soort teksten. (glimlacht)”

“Levensbeschouwingen hebben positieve en negatieve kanten gehad. Dat moeten we doorgeven. Het is belangrijk dat men die traditie kent, zoals in het citaat van Shakespeare. Ik moet altijd het verschil tussen katholieken en protestanten uitleggen, alsof ik in Indië zou lesgeven. Men weet werkelijk van toeten noch blazen. Nu kan je zorg uiteraard uitbouwen in een bepaalde sfeer, katholiek, vrijzinnig of islamitisch. Maar de laatste eeuwen is er in het spoor van de Verlichting ook heel wat veranderd in ons denken over mensenrechten en zingeving. Die gemeenschappelijke kennis zou men toch zoveel mogelijk moeten bijbrengen aan aspirant-zorgverleners, in alle zorgopleidingen. Het is ondenkbaar dat men geen les zou geven over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de toepassing daarvan in de zorg. Of neem het beroepsgeheim: dat gaat al mee van in de tijd van Hippocrates. Zij het dat men toen vooral de privacy van de mensen thuis wilde beschermen. Deontologie moet je kaderen in een algemene visie op het respect voor elk individu.”

De feiten zelf doen de geesten rijpen. We moeten er alleen op bedacht zijn dat die feiten ons niet in een verkeerde richting laten gaan. Voor ontsporingen moeten we ons hoeden, zoals de al te technische benadering die de menselijkheid naar de achtergrond duwt.Etienne Vermeersch

Dat respect komt dus niet uit de lucht vallen. Je moet het leren.

“Absoluut. Je moet ook ingaan tegen iets dat traditioneel in het beroep van arts zat: paternalisme. Dat was niet zolang geleden de norm in dat beroep. ‘Wij weten het beter.’ Je moet erop wijzen dat dit niet mag. Hetzelfde met de mentaliteit van verplegenden om oudere mensen te behandelen als kinderen. Het gebeurt misschien met de beste bedoelingen, maar het getuigt ook van een onvoorstelbaar paternalisme. Behandel mensen met respect, ook als ze dement worden.”

U hebt een groot deel van uw leven doorgebracht met het debatteren over wetenschappelijke vooruitgang in de gezondheidszorg. Maakt de medicalisering ons naïef, omdat we misschien denken dat we aan alles wel een mouw kunnen passen? Of leven we, binnen de beperking van ons bestaan, in een comfort dat in de geschiedenis nooit zo groot is geweest?

“Dat laatste is in West-Europa zeker waar. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Ik slik al ruim dertig jaar medicatie. Had ik dat niet gedaan, dan was de kans heel groot geweest dat ik allang dood was. De familie van mijn vader heeft neiging tot hoge bloeddruk. De oudsten stierven rond de vijftig. De jongsten van de familie, zoals mijn vader, kregen de eerste bloeddrukverlagende middelen. Die mensen hebben twintig jaar langer geleefd dan hun oudere broers en zussen. Het is natuurlijk naïef om te denken dat zo’n medische vooruitgang eeuwig doorgaat. Vroeg of laat verouderen je lichaamscellen toch. Zelfs als het lichaam vijfhonderd jaren oud zou worden, dan zit je nog met je brein en dat is eindig. Je zou niet meer weten wie je vijfhonderd jaar geleden was. (glimlacht) Je kan niet onsterfelijk zijn. Het is echter niet alleen de medische wereld die je gezondheid bepaalt. Gebruik vooral ook je gezond verstand. Een leek, en dan vooral mensen die niet wetenschappelijk geschoold zijn, is bijvoorbeeld niet in staat om aan zelfmedicatie te doen. We beschikken over enorme mogelijkheden, maar het gevaar op misbruik is reëel. Het evenwicht bewaren is een onnoemelijke opgave. Ik ben dus in algemene zin positief, op voorwaarde dat men niet al te optimistisch is en dat men, aan de andere kant, nagaat wat de risico’s zijn.”

En op voorwaarde dat men een dagelijkse dosis Shakespeare krijgt.

“(lacht en begint weer spontaan Shakespeare te citeren, uit het theaterstuk Macbeth dit keer) ‘To-morrow, and to-morrow, and to-morrow,// Creeps in this petty pace from day to day,// To the last syllable of recorded time.’ Prachtig toch En zo gaat dat maar verder. ‘Life's but a walking shadow, a poor player,// That struts and frets his hour upon the stage,// And then is heard no more. It is a tale// Told by an idiot, full of sound and fury,// Signifying nothing.’”

Overhaaste euthanasie? Geloof niet alles wat 'The New Yorker' schrijft - 26 Juni, 2015 I De Morgen

prof. Jan Bernheim en prof. Etienne Vermeersch

Volgens The Death Treatment, een groot essay van negen pagina's door Rachel Aviv in The New Yorker (oplage meer dan een miljoen!) zouden Belgische zenuwzieke patiënten overhaaste en onzorgvuldige euthanasie krijgen en de professoren Distelmans en De Deyn 'cowboys' zijn. De Morgen berichtte erover (DM 17/6). Het essay was verontrustend voor iedereen, en discrediterend voor artsen en het Belgisch model van levenseindezorg. 

The New Yorker was echter niet bereid een Engelse vertaling van de volgende respons te publiceren. 

Professor Jan Bernheim en professor Etienne Vermeersch

26 Juni, 2015 I De Morgen

Rachel Aviv stelde zich aan ons voor als onderzoeksjournaliste over de 'geschiedenis, ontwikkeling en filosofie van de Belgische levenseindezorg'. Dit model interesseerde haar als vooralsnog uniek systeem waar euthanasie in de palliatieve zorg ingebed is en streeft naar 'integrale levenseindezorg'. Zij kreeg studies toegestuurd en kwam hier wekenlang wetenschappers en practici interviewen.

Aviv had haar huiswerk gedaan en stelde pertinente vragen. Alleen terloops vroeg zij wat we dachten van het 'geval Tom Mortier'. Zij leerde veel bij over, onder andere, 'Wanneer mogen mensen met een niet-terminale ziekte geholpen worden te sterven?', de ondertitel van haar artikel. Maar wat je kreeg, was Tom Mortiers kruistocht tegen de vermeende onzorgvuldige euthanasie van zijn moeder, die niet meer voort wilde na een jarenlang vruchteloos behandelde depressie.

We lezen dat Mortier, die in zijn moeders buurt woont, een conflictueuze relatie met haar had en van haar was vervreemd. Toen zij haar kinderen liet weten dat een euthanasieprocedure onderweg was, antwoordde hij niet. Zijn zus, daarentegen, die in Afrika als mensenrechtenjuriste werkt, betuigde haar verdriet, maar legde zich neer bij haar moeders wil. De procedure duurde acht maanden, met talrijke raadplegingen bij Distelmans, meerdere psychiatrische adviezen en intense betrokkenheid van een priester.

Recht op empathie, medelijden en therapie

Tom Mortier geeft zijn versie van de familiesaga. Een van de trauma's was de zelfdoding van zijn vader. Alleen al uit Avivs verhaal blijkt overduidelijk dat het over een multigenerationeel psychologisch zeer verstoorde familie gaat.

Mortier heeft ook twee gelijkaardige gevallen gerekruteerd waar, zoals hijzelf, een van de kinderen eronder geleden heeft niet door hun moeder te zijn betrokken bij haar euthanasie. De clinicus onder ons (JB) kent details die hem geruststellen, maar die hij, net als de beschuldigde dokters Distelmans en De Deyn, omwille van het beroepsgeheim niet kan vrijgeven. Maar je hoeft geen details te kennen of expert te zijn om uit Avivs tekst te begrijpen waar Tom Mortier aan lijdt: pathologische rouw, een welbekende klinische entiteit die vooral voorkomt wanneer mensen een verstoorde en door schuldgevoelens doordrongen relatie hadden met de overledene. Dit is intriest, maar mag het grotere verhaal niet verhullen: een grootschalige Nederlandse studie vond minder pathologische rouw onder de nabestaanden van patiënten die met euthanasie stierven dan na 'natuurlijk' overlijden.

Mortier heeft recht op empathie, medelijden en therapie. In plaats daarvan ging hij voor zelfbehandeling, met rechtsgedingen tot bij het Europees Hof van de Mensenrechten. We mogen hopen dat het bereiken van miljoenen lezers, onder wie die van De Morgen, zijn lijden zal verzachten.

Euthanasie, zoals zelfdoding, is in de eerste plaats individueel, maar kan ook relationele aspecten hebben. Zoals er een element van agressie kan bestaan bij zelfdoding, zo kan dat ook bij euthanasie. Clinici als Distelmans en De Deyn zijn extra omzichtig wanneer de familiale achtergrond verstoord is. Zij nodigen hun patiënten steeds uit hun nabestaanden zo veel mogelijk te betrekken in het euthanasieproces. Patiënten die familiebetrokkenheid afwijzen, mogen dit doen, maar moeten weten dat hun nabestaanden eronder kunnen lijden, en de artsen overtuigen dat dit niet het doel is.

We zijn niet alleen bezorgd om Tom Mortier maar ook om miljoenen lezers die de stuipen op het lijf werden gejaagd. Zeker, het Belgisch model van levenseindezorg heeft nog mankementen. De onvolmaaktheden van de levenseindezorg wegen niet op tegen de redelijke zekerheid van de Belgen om na goede palliatieve zorg volgens hun wensen te sterven. De Canadese provincie Québec heeft net een wet over levenseindezorg aangenomen die het Belgisch model goeddeels overneemt.

Wat indien een Belgische journaliste het Amerikaanse model van wetenschappelijk onderzoek ging bestuderen, en alleen het smeuïger verhaal van een paar verongelijkte wetenschappers bracht? Zij zou recht hebben op een persoonlijke visie (antiwetenschappelijkheid, bijvoorbeeld), maar zou die niet mogen verhullen onder een misleidende vlag. Avivs discrediteren van artsen en het Belgisch model was dan maar collateral damage. Om haar titel te parafraseren: wanneer mogen journalisten goede informatie door onterechte discreditering en griezelige toeters en bellen vervangen?

 

Het artikel in The New Yorker  : https://www.newyorker.com/magazine/2015/06/22/the-death-treatment

Jan Bernheim is emeritus hoogleraar geneeskunde aan de VUB en onderzoeker van de End-of Life Care Research Group (VUB en UGent).

Etienne Vermeersch is emeritus hoogleraar filosofie (UGent).

Etienne Vermeersch ontvangt eerste gepersonaliseerde LEIFkaart

LEIF/BELGA

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch krijgt vandaag als eerste zijn gepersonaliseerde LEIFkaart. De emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Gentse Universiteit, krijgt de eerste LEIFkaart omdat hij reeds in 1971* het debat aanging over euthanasie. Op de LEIFkaart staan alle wilsverklaringen aangeduid waarvan de houder verklaart ze te bezitten. Bovendien bevat ze ook de naam en het telefoonnummer van een vertrouwenspersoon die hiervan op de hoogte is en dit aan de arts kan bevestigen.

(*In 1960 kwam Etienne Vermeersch reeds tot de opvatting over euthanasie die hij later verdedigde in ethische en politieke debatten en die uiteindelijk in wetgeving werd omgezet.)

Etienne Vermeersch in discussie met politicus Bart De Wever: een filosofisch gesprek over de Verlichting, onderwijs en kennis, en over neutraliteit aan het loket (video)

Etienne Vermeersch en Bart De Wever in gesprek (video)

Moraalfilosoof Etienne Vermeersch (UGent) in discussie met politicus Bart De Wever (N-VA): een filosofisch gesprek over de Verlichting, onderwijs en kennis, en over neutraliteit aan het loket.  Lieven Van Gils modereert het gesprek in Reyers Laat van woensdag 6 februari 2013. © 2013 VRT

Bronnen vooraf aan het TV-debat : 

1. ‘De mens is niet goed van nature' — Bart De Wever in De Standaard, 2 februari 2013 — Link: https://www.standaard.be/cnt/dmf20130201_00454147

2. 'Het is goed zoals het is aan het loket en op school' — opinie Etienne Vermeersch (reactie op uitspraken Bart De Wever in De Standaard van 2 februari 2013) — Link: https://www.demorgen.be/nieuws/het-is-goed-zoals-het-is-aan-het-loket-en-op-school~b9777fac/

Laudatio uitgesproken door Johan Braeckman bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 aan prof. em. dr. Etienne Vermeersch

Johan Braeckman
Laudatio uitgesproken bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 aan emeritus prof. dr. Etienne Vermeersch

Etienne heeft nooit begrepen waarom niet veel meer filosofen, academici en intellectuelen zich confronteren met pseudowetenschappen en irrationeel denken. Het is immers daar dat je kan ontdekken hoe sterk je in je schoenen staat, net zoals een ethicus zich moet bemoeien met de moreel beladen kwesties van zijn tijd, alleen al om te onderzoeken of zijn eigen opvattingen de toetsing aan de realiteit kunnen weerstaan.  Johan Braeckman 

Clement Attlee, de politieke rivaal van Winston Churchill, stond bekend als zeer bescheiden. Churchill merkte op dat Attlee dan ook veel had om bescheiden over te zijn. Nu is bescheidenheid niet de eerste karaktertrek die men in verband brengt met Etienne Vermeersch, maar er is dan ook veel waarover hij onbescheiden mag zijn.

Johan Braeckman
Gent, 21 juni 2011

Wie bezit zoveel kennis over zoveel disciplines en onderwerpen als hij? De kloof tussen de zogenaamde twee culturen, de humanities enerzijds en de natural sciences anderzijds, bestaat wel degelijk, maar niet in het hoofd van Etienne. Of het nu over Shakespeare of de tweede wet van de thermodynamica gaat, over Lysistrata of de niet-euclidische meetkunde, over de Vespers van Monteverdi of de moleculaire biologie, Etienne kan erover meepraten. De kans is bijzonder groot dat hij er meer van afweet dan u en ik. Er is zelfs een zeker risico dat hij je duidelijk maakt wat je precies verkeerd begrepen hebt, en hoe dat zo gekomen is. Ik vermoed dat er behoorlijk wat mensen rondlopen die zich een dergelijke conversatie met Etienne nog levendig herinneren. Misschien hebben ze reeds een groep opgericht op facebook, ik zou het moeten nakijken. Hoe dan ook is het zo goed als zeker dat eenieder die door Etienne op een denkfout of een lacune in zijn kennis is gewezen, meteen ook het genoegen smaakte de correcte informatie van hemzelf te horen. Het is een van zijn essentiële eigenschappen: de drang en de wil om uitleg te verstrekken, om onbegrip te bestrijden, om misverstanden te voorkomen. Hij kan het als geen ander, het is een van zijn grootste talenten. Tienduizenden mensen die ooit zijn lessen volgden kunnen het bevestigen. Als Etienne iets uitlegt, hoe moeilijk of technisch het ook is, wordt het begrijpelijk, inzichtelijk, en bijna steeds ook spannend en intrigerend. Dat komt natuurlijk omdat hij datgene waarover hij praat eerst zelf zeer grondig bestudeert. Ce que l’on conçoit bien s’énonce clairement.  Ik ben bijna zo goed als zeker dat Etienne ondertussen in zijn hoofd reeds aanvulde: Et les mots pour le dire arrivent aisément. Dat geldt evenzeer voor onderwerpen die hem helemaal niet liggen. Zo bijvoorbeeld loopt hij niet hoog op met de ideeën van de Duitse filosoof Martin Heidegger, maar er zijn er weinig die Heidegger zo helder kunnen uitleggen als Etienne. Had Heidegger zijn ideeën toegelicht gekregen door Etienne, dan had hij ze misschien zelf begrepen.

Er zijn er weinig die Heidegger zo helder kunnen uitleggen als Etienne. Had Heidegger zijn ideeën toegelicht gekregen door Etienne, dan had hij ze misschien zelf begrepen.

Wellicht tot zijn verbazing, wordt dat niet steeds door iedereen even sterk geapprecieerd. Wie hem kent, weet dat hij het erg vindt om iets belangrijks niet te kennen, of, erger nog, het verkeerd te begrijpen. Zelf houdt hij ervan om iets uitgelegd te krijgen door iemand met een grondige kennis van zaken, en eenieder die hem overtuigend op een fout wijst – wat zich eerder zelden voordoet – kan rekenen op zijn grote erkentelijkheid. Als hij dan zelf iets corrigeert bij een ander, gaat hij er automatisch van uit dat die ander dat eveneens zal waarderen, want wie wil er rondlopen met foute denkbeelden? Helaas, misschien meer mensen dan Etienne voor lief neemt. In wezen is hij een optimist, overtuigd van de kracht en mogelijkheden van het redelijke denken en de dialoog.

Wie, zoals Etienne, gezegend is met meerdere talenten en een intellect bezit dat scherper is dan dat van de meeste mensen, is paradoxaal genoeg misschien minder makkelijk in staat om te begrijpen waarom zoveel mensen er zoveel ondermaatse ideeën op nahouden of gebrek aan inzicht hebben in hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. De meesten zien aparte noten op de partituur, maar Etienne denkt in akkoorden. Hem een hedendaagse Homo universalis noemen gaat te ver, want bij mijn weten bestaan er geen schilderijen, composities of dichtwerken van zijn hand, maar ik kan niettemin met de hand op het hart getuigen dat hij een onberispelijk rechte muur kan metselen. Bovendien kan naar verluidt zijn konijn op Vlaamse wijze zich meten met het werk van de betere televisiekoks.

Maar zijn ware verdiensten liggen elders. Iedereen die hier aanwezig is kent ongetwijfeld in grote lijnen Etiennes biografie. Ik ga er hier maar enkele aspecten van aanhalen, ze is recent nog uiteengezet in het boek dat hij samen met Dirk Verhofstadt publiceerde, en eerder reeds door Ludo Abicht in een tekst over zijn leven en werk. We zijn met zijn allen wellicht geneigd om Etienne op de eerste plaats als hoogleraar te zien, als geëngageerd filosoof, als opiniemaker en als mediafiguur, maar we mogen niet vergeten dat hij zich ook meerdere decennia inzette voor de Universiteit Gent door bestuurlijke en administratieve taken op zich te nemen, als decaan, als vakgroepvoorzitter, als voorzitter van de onderzoeksraad en de bouwcommisie, als lid van de raden van bestuur van het Universitair Ziekenhuis en het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, en, niet in het minst, als vice-rector. Ik herinner me vooral die laatste functie, aan de Universiteit wellicht zijn belangrijkste, omdat een deel ervan overlapte met het werk aan mijn doctoraat. Etienne had het toen ongemeen druk, dus het was niet eenvoudig om mijn onderzoek regelmatig met hem te bespreken, er was immers zelden of nooit een gaatje vrij in zijn agenda. We vonden evenwel een oplossing. Ik reed mee met François, de chauffeur van de dienstwagen die Etienne van de ene vergadering naar de andere bracht, van kabinetten naar universiteiten, van wetenschapsraden naar commissies. Tijdens de ritten heen en terug bespraken Etienne en ik op de achterbank mijn werk. Zo ging geen moment verloren, voortdurend waren er besprekingen, rapporten die zijn aandacht vroegen, vergaderingen die hij moest voorzitten en duizend-en-één andere zaken die het universitaire bestuur nu eenmaal met zich meebrengt. Niet slecht voor iemand die zichzelf als eerder lui typeert. Enigszins tot mijn verbazing kon hij me tussendoor ook nog uitleggen wat er in het jongste boek van Daniel Dennett of van Richard Dawkins stond, uiteraard niet zonder er zijn kritische commentaren bij te geven.

Etiennes maatschappelijk engagement en gedrevenheid bracht hem er toe om ook buiten de universiteit belangrijke verantwoordelijkheden op te nemen. Zo was hij in 1999 en 2000 voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, en zat hij, op verzoek van de Federale overheid, de “commissie Vermeersch” voor, die na de tragische dood van Semira Adamu in 1998 het uitwijzingsbeleid evalueerde en aanbevelingen formuleerde. Het was wellicht de meest frustrerende taak die hij ooit op zich nam. Een taak die moest uitgevoerd worden, maar ongetwijfeld vreselijk ondankbaar was. Men kan immers, in acht genomen de politieke complexiteit, de morele en emotionele beladenheid en de diepe humanitaire dimensie van de asielproblematiek, onmogelijk hierover een reeks opvattingen naar voren brengen die aantoonbaar sluitend zijn. Voor iemand als Etienne, die als kind reeds in de ban kwam van Euclides, die eenieder die er zich toe inspant beloont met een zachte maar dwingende zekerheid die alle culturele wrijvingen en onenigheden overstijgt, moet dit erg lastig zijn geweest.

Vergis u echter niet. Etienne wordt gedreven door “een zoektocht naar waarheid”, zoals de ondertitel luidt van zijn jongste boek. Maar ondanks zijn bewondering voor het Griekse ideaal van “kennis voor de kennis”, staat zijn zoektocht ultiem toch in het teken van de basisvraag van de ethiek: hoe kunnen wij ons leven zinvol invullen, hoe kunnen we ons leven betekenisvol beleven, zodat we op het einde met Wittgenstein kunnen zeggen: “Tell them I’ve had a wonderful life”. Zo’n leven, voor Etienne, kan alleen maar echt “wonderful” zijn als het geleefd wordt in volle authenticiteit, als men iedereen recht in de ogen kan kijken, als men consequent is in zijn denken en handelen, als waarden en deugden als rechtvaardigheid, vriendschap en eerlijkheid, maar ook trots, moed, eer en loyaliteit, hoog in het vaandel staan.

Etiennes authenticiteit is een van zijn eigenschappen die wat mij betreft het meest kenmerkend zijn. Het laat zich niet makkelijk verwoorden wat ik daarmee precies bedoel, maar met wat beeldspraak kom ik er wel. Etienne is iemand die helemaal samenvalt met zichzelf. Zoals acteurs compleet miscast kunnen zijn, bijvoorbeeld John Wayne in de rol van Genghis Khan, zo kunnen ook mensen hun leven leiden alsof ze niet thuishoren in het tijdsgewricht waarin ze leven, of zich in een verkeerde plaats bevinden, een foute relatie hebben of een job die niet bij hen past. Dit alles is Etienne volkomen vreemd.

Het is alsof de praktijk van zijn leven de antwoorden biedt op vragen waar de zeventiende-eeuwse humanist Montaigne mee worstelde; alsof zijn levensverhaal is opgetekend in een van de weinige boeken uit Borges’ Bibliotheek van Babel die informatieve vormen bevatten en daarom betekenisvol zijn.

Dat wil niet zeggen dat Etienne steeds volkomen consequent is in alles wat hij denkt en doet. Tenslotte is hij ook maar een mens. De manier waarop hij inconsequent kan zijn, zou evenwel herkenbaar zijn voor Walt Whitman; zie deze regels uit Song of Myself, opgenomen in de bundel Leaves of Grass:

“Do I contradict myself?
Very well then I contradict myself.
(I am large, I contain multitudes.)”

Maar onmiskenbaar gaat het in zijn leven over authenticiteit, waarheid en ethiek. Daarom denk ik dat Etienne de grootste vorm van tevredenheid ervaart als hij terugblikt op de vele inspanningen die hij leverde om de abortus- en euthanasiewetten tot stand te helpen brengen. Die wetten plaatsen België aan de top van de landen die een beleid voeren dat ook echt rekening houdt met menselijke waardigheid, met zelfbeschikking en met mededogen. De teksten die hij hierover schreef, de vele lezingen die hij gaf en de talloze debatten waaraan hij deelnam; ze getuigen alle van de basisaspecten van zowel zijn intellectueel werk als zijn maatschappelijk engagement: rationele gestrengheid en respect voor de waarheid enerzijds, en liefde en empathie voor lijdende mensen anderzijds. Sta me een klein gedachte-experimentje toe. Wat zou Etienne het liefst hebben bereikt: een belangrijke bijdrage leveren tot pakweg de theoretische fysica, of een tekst schrijven die een ethische opvatting helpt legaliseren? Toegegeven, het is misschien geen gemakkelijke keuze, maar we weten waarvoor hij heeft gekozen, en ik denk dat we ook weten waarom. Etienne, geïnspireerd als hij is door Spinoza, zou misschien zelf zeggen dat het helemaal niet om een keuze ging. Zijn verstand bracht hem met onweerlegbare logica tot bepaalde inzichten, waarna het handelen noodgedwongen volgde. Hij kon niet anders. Daarom is hij ook zo’n vrij man: hij heeft nagenoeg zijn hele leven lang zoveel mogelijk zichzelf gedetermineerd.

Ook zijn engagement voor de organisatie SKEPP, waarvan hij overigens een stichtend lid is, vertoont die dubbele tendens. Het lijken natuurlijk bij uitstek intellectualistische bezigheden, uitleggen waarom de moderne scheikunde aantoont dat homeopathie niet werkt of waarom een perpetuum mobile te pletter slaat op de basiswetten van de fysica. Maar de morele dimensie is even sterk aanwezig. Het is schrijnend en onrechtvaardig dat er misbruik wordt gemaakt van de lichtgelovigheid en van andere zwakheden van mensen. Het toont andermaal aan hoe Etienne in elkaar zit. De waarde van complexe filosofische analyses moet blijken uit wat je ermee kan aanvangen. Als bijvoorbeeld de moderne wetenschapsfilosofie niet in staat is om duidelijk te maken dat pakweg het creationisme minder waarschijnlijk is dan de evolutiebiologie, dan is er iets ernstig fout met de wetenschapsfilosofie. Etienne heeft nooit begrepen waarom niet veel meer filosofen, academici en intellectuelen zich confronteren met pseudowetenschappen en irrationeel denken. Het is immers daar dat je kan ontdekken hoe sterk je in je schoenen staat, net zoals een ethicus zich moet bemoeien met de moreel beladen kwesties van zijn tijd, alleen al om te onderzoeken of zijn eigen opvattingen de toetsing aan de realiteit kunnen weerstaan.

Etiennes inzet om zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen dat we de demografische tijdbom moeten ontmantelen, is nog zo’n voorbeeld. Hij kan moeilijk begrijpen dat verstandige mensen maar niet inzien dat het evident is dat een toename van de bevolking zoals ze zich nu voordoet, in acht genomen de eindigheid van de aarde en haar grondstoffen, vroeg of laat wel moet uitmonden in een catastrofe. De analyse is onweerlegbaar in haar eenvoud, en hij blijft ze keer op keer herhalen vanuit een diepe bezorgdheid over de toekomst van de mensheid en van de wonderlijke planeet waarop we met zijn allen leven.

En toch krijgt hij vaak haatmail in zijn mailbox, publiceren kranten scheldproza aan zijn adres, soms van hun eigen journalisten, en ontvangt hij slagen onder de gordel, van rechts maar evenzeer van links. Voor een deel ligt het misschien aan zijn stijl. Mensen voelen zich soms overdonderd, ze krijgen er geen woord tussen omdat Etienne nu eenmaal zijn visie wil uiteenzetten, liefst uitvoerig en gedetailleerd. Maar een veel belangrijker verklaring voor de irritatie en de negatieve reacties die hij opwekt is de onmacht die sommigen ervaren om hem te weerleggen. Natuurlijk is het voor velen niet zo prettig wanneer Etienne een heilig huisje sloopt, wanneer hij uitlegt waarom een geliefkoosd bijgeloof of een pseudowetenschappelijke opvatting niet houdbaar is. En natuurlijk weet hij dat mensen vaak om psychologische en emotionele redenen vasthouden aan denkbeelden die eigenlijk onhoudbaar zijn. Maar zou het niet buitengewoon paternalistisch en neerbuigend zijn om die mensen daarom je analyse, je kritiek, je betwisting of weerlegging, te besparen?

De manier waarop Etienne te werk gaat kan soms hard en pijnlijk zijn, maar ze komt voort uit een diep respect voor elke medemens. Anders dan bij sommige van zijn tegenstanders en critici, liggen bij hem steeds alle kaarten op tafel, zal hij nooit op de man spelen maar steeds op de bal en moet het debat over de kwaliteit van de argumentatie gaan. Dat hij daarbij soms botst, ook met mensen waarmee hij bevriend is of waarmee hij zich filosofisch en levensbeschouwelijk verwant voelt, dat neemt hij er dan maar bij. Etienne zoekt de controverse niet op voor de controverse op zich, hij heeft zelfs een hekel aan ruzie. Maar als vrije denker, voor wie de intrinsieke kwaliteit van argumenten primeert, kan hij niet anders dan zijn mening uiteenzetten over kwesties die hij belangrijk vindt. Het politiek correcte denken is aan hem niet besteed, evenmin als het a priorische redeneren vanuit dogma’s, of economische, psychologische of andere menswetenschappelijke sjablonen. Hoewel hij vaak duidelijke politieke standpunten inneemt, is hij ideologisch onbevooroordeeld. Het verrast soms vriend en vijand, zie bijvoorbeeld zijn standpunten over de golfoorlog, de multiculturele samenleving of de toekomst van Vlaanderen en België. Etienne weet dat men hem voor zijn opvattingen over dergelijke kwesties zal bekritiseren, maar het zal hem er niet van weerhouden ze uiteen te zetten. Ik zou kunnen zeggen: hij kan niet anders, het is sterker dan hemzelf. Maar dat zou foute beeldspraak zijn; het is immers niet sterker dan hemzelf, het is gewoon eigen aan de mens Etienne Vermeersch en geheel in lijn met de morele moed die hem karakteriseert.

Bij twee vaak gehoorde verwijten aan Etiennes adres wil ik even stilstaan. Sommigen noemen hem een ‘verlichtingsfundamentalist’. Het zou een geuzennaam kunnen zijn, maar het lijkt me beter om het begrip als onzinnig te beschouwen, want dat is het ook. Er bestaat niet zoiets als verlichtingsfundamentalisme, omdat het onmogelijk is een teveel aan respect voor de democratie te hebben, net zomin als je een té sterk pleidooi voor de mensenrechten kunt houden. Enkel zij die bang zijn voor het licht van de rede bedenken absurde woorden als ‘verlichtingsfundamentalisme’. Wat helaas wel bestaat is ‘verduisteringsfundamentalisme’, de miskenning van fundamentele rechten, het beknotten van emancipatie, het verwerpen van kennis, van wetenschap en het redelijk denken.

Een andere aantijging die Etienne vaak te horen krijgt is dat hij een ‘rationalist’ is, zelfs een ‘positivist’ of een ‘sciëntist’. Als die termen betekenen dat hij een groot vertrouwen heeft in de rede en in de wetenschappelijke methode, dan kan men zich afvragen wat het probleem is. Het lijken dan eerder complimenten te zijn, kwaliteitslabels van zijn denkvermogen. Maar vanzelfsprekend bedoelt men dat hij een te groot vertrouwen in de wetenschap zou stellen, of blind zou zijn voor emoties, voor alles wat zich niet redelijk laat beschrijven en toch diep menselijk is. Ik vind het een vreemd verwijt aan het adres van iemand die in meerdere publicaties en tal van lezingen en lessen waarschuwt voor het wetenschappelijk en technologisch optimisme dat kenmerkend is voor het Westen sedert de negentiende eeuw. Maar bovenal ziet men blijkbaar niet in dat er weinig mensen zijn die zo’n passionele liefde hebben voor het ware, het goede en het schone als Etienne.

Ik wil ook nog iets zeggen over zijn relatie tot God. Etienne ontvangt vandaag de prijs Vrijzinnig Humanisme, en hij heeft er nooit enige twijfel laten over bestaan waar ‘vrijzinnig’ in zijn visie voor staat: het betekent ongelovig zijn; ontkennen dat God bestaat.

Etienne is een atheïst, en anders dan in de postmoderne en cultuurrelativistische invullingen van ‘vrijzinnig humanisme’ is hij bereid om zijn atheïsme te verdedigen en te expliciteren, en om het geloof in een bovennatuurlijk wezen, of het nu God, Jahweh, Allah of Pierewiet wordt genoemd, te betwisten.

Iedereen weet dat Etienne heeft bewezen dat God niet kan bestaan, tenminste toch niet de God zoals hij gedefinieerd wordt in de monotheïstische tradities afkomstig uit het Midden-Oosten. De joodse, christelijke en islamitische god is almachtig, alwetend en algoed. Dat leidt tot onoplosbare problemen, waaruit volgt dat zo’n god niet kan bestaan, net zomin als een kapper die iedereen scheert die zichzelf niet scheert. En zoals een onstuitbare kracht en een onbeweeglijk voorwerp niet samen kunnen voorkomen, zo ook kan er geen volmaakte god zijn die zinloos lijden toestaat, of het zelfs veroorzaakt.

Maar laat ons even, als gedachte-experiment, veronderstellen dat God wel bestaat. Misschien zijn er logische en natuurkundige wetmatigheden waar wij gewone stervelingen geen weet van hebben, en die Gods bestaan mogelijk maken. Laat ons bovendien ook veronderstellen dat er een hiernamaals is, dat de ziel bestaat, en dat ieder mens na zijn dood een gesprek heeft met God. Tijdens dat gesprek wikt en weegt God je leven, en op het einde beslist hij waar je ziel in terechtkomt, hemel of hel, en dit tot het einde der tijden. Ik heb me proberen voor te stellen hoe zo’n gesprek zou verlopen tussen God en Etienne. Alvorens ik u daar een beeld van schets, vertel ik u eerst nog een kleine anekdote. Toen Etienne klassieke filologie studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent volgde hij in een bepaald jaar als enige student een vak bij een prof waarvan ik me de naam niet meer herinner. Uiteraard ging hij iedere week naar de les, aangezien zijn afwezigheid zou opvallen. Vakken werden toen nog een heel academiejaar gegeven, dus Etienne en die prof zaten iedere week, van begin oktober tot in april, tegenover elkaar. In juni legde Etienne een uitstekend mondeling examen af over dat vak.

De prof zei: “Het lijkt wel alsof je op alles een antwoord weet, om het even wat ik je vraag. Hoe komt dat?”
Waarop Etienne antwoordde: “Misschien omdat ik de enige student was voor uw vak professor, en daarom iedere week aanwezig was en altijd goed oplette?”
Waarop de prof reageerde: “Tiens, was jij dat?”.

De ontmoeting tussen Etienne en God zal gegarandeerd anders verlopen. God zal hem reeds van ver zien aankomen, en hem armzwaaiend toeroepen dat hij zich moet haasten. “Zet u Etienne, zet u”, zal God zeggen. “Ik heb er lang naar uitgekeken om een gesprek met je te voeren. Ik heb al een paar keer geprobeerd om je naar hier te krijgen, maar de geneeskunde van tegenwoordig, met haar pillen en bypass-technologie en wat weet ik al, was me te slim af. Maar het doet er niet toe, je bent er. Wees welkom, en laat ons je levensloop samen bespreken.”

Ik denk dat dit gesprek goed zou verlopen. Etienne zou citeren uit teksten die hem nauw aan het hart liggen, en die geschreven zijn voor de voorlopers van de God met wie hij een onderhoud heeft. Hij zou vrijwel zeker het Egyptische dodenboek aanhalen: “Ik heb niemand doen wenen, ik heb de naakten gekleed, de dorstigen gelaafd, de hongerigen gespijsd. Ik heb het vee niet mishandeld”.

Het zou me niet verwonderen mocht God na verloop van tijd tot de conclusie komen dat deze man een plaats in de hemel verdient. Wellicht zou hij opmerken dat het prettig zou zijn had Etienne in het bestaan van zijn schepper geloofd, maar hij zou ook beseffen, hij is tenslotte God, dat het belangrijker is om mensen op hun ethiek en hun daden te beoordelen dan op de inhoud van hun geloof. Kortom, hij zou op de klok kijken, heel even zuchten omdat hij nog een drukke dag voor de boeg heeft, een gevolg van een aardbeving in Latijns-Amerika, goed voor enkele honderden extra gesprekken, naast het dagelijks gemiddelde van zeventigduizend, en aan Etienne zeggen: “’t Is goed Etienne, je kan gaan. Je plaats in de hemel is gereserveerd.”

Waarop Etienne antwoordt: “Momentje. Ik had u graag ook enkele vragen gesteld.”

God is verrast, trekt zijn rechterwenkbrauw op, en in minder dan een seconde haalt nieuwsgierigheid het van irritatie. “Goed”, zegt hij, “doe maar”. Wat volgt is een spervuur van vragen en een verhitte discussie over ondermeer het ontstaan van het universum, het waarom van de natuurwetten en de natuurconstanten, de aard van ruimte en tijd, de zin van het leven en de zinloosheid van het lijden, de slavernij en de godsdiensten, de onverenigbaarheid van Gods definitie en de Holocaust, het al dan niet platonische bestaan van de getallen pi en e, de kwalitatieve verschillen tussen de uitvoeringen van de Mattheüspassie door het Collegium Vocale en La Petite Bande, de stelling van Gödel, de precieze betekenis van Socrates’ uitspraak “We zijn Asklepius een haan verschuldigd”, het onzekerheidsprincipe van Heisenberg en de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Tussen Etiennes vragen en Gods antwoorden kun je Etienne zo nu en dan horen zeggen “Je had dat beter anders gedaan, ik zal u dat moeten uitleggen”, en “Hoe is het in godsnaam mogelijk dat gij dat niet weet?”, en aan het eind zal hij vragen: “Wat is je reactie op de uitspraak van Stendhal dat het feit dat je niet bestaat, je enige excuus is?”.

God wist het zweet van zijn voorhoofd, vraagt of hij een tijdje mag nadenken en wat notities mag maken, en geeft uiteindelijk antwoord.

Er valt een stilte. God, aarzelend, schuchter, nattigheid voelend, vraagt: “Is het niet juist, professor?”
Waarop Etienne zegt: “Ik zie u in september terug.”

Waarde Etienne, ik hoop met iedereen die hier aanwezig is, en met zeer velen die hier niet konden aanwezig zijn, dat je gesprek met de Grote Gebuisde nog lang op zich mag laten wachten. De prijs die je vandaag ontvangt, is een prijs waarmee de Vlaamse vrijzinnig-humanistische beweging haar grote dankbaarheid en erkentelijkheid uitdrukt voor alles wat je, nu reeds vijf decennia lang, voor haar, en vooral voor haar idealen, betekent. Tevens wordt de vorm van humanisme gelauwerd die staat voor een duidelijk atheïsme en vrijdenken. Een humanisme dat zich blijvend geïnspireerd weet door het beste wat de Verlichtingsfilosofen ons leerden en, gedreven door radicaal democratische idealen, op compromisloze wijze de universaliteit van de mensenrechten bepleit. Omdat jij dit alles als geen ander belichaamt, waarde Etienne, reikt de vrijzinnig-humanistische gemeenschap jou vandaag haar belangrijkste prijs uit. Twee van de vorige laureaten van deze prijs, met name Leo Apostel en Jaap Kruithof, waren ook twee leermeesters van je. Ze hebben zich uitstekend van hun taak gekweten, aangezien je opinies op meerdere punten afwijken van die van hen, wat naar het schijnt een kenmerk is van een goede leermeester. Maar over meerdere kernwaarden die ik met deze prijs in verband breng, zouden jullie drieën geen onenigheid hebben.

Tenslotte wil ik nog een persoonlijke bedenking maken. De prijs Vrijzinnig Humanisme lijkt een hele loopbaan van iemand te bekronen. Maar de voorbije vijf jaar tonen aan dat je pas nu goed op dreef lijkt te komen. Er is het zeer erudiete boek De Rivier van Herakleitos, er is je tekst over atheïsme, de heruitgave van De Ogen van de Panda, het gesprekkenboek met Dirk Verhofstadt. Stuk voor stuk belangrijke en recente publicaties. Je beste werk ligt niet in het verleden; het situeert zich in het heden, en het allerbeste moet ongetwijfeld nog komen. Daarom wil ik dat je deze prijs niet zozeer als een bekroning, maar veeleer als een aanmoediging beschouwt.

Ik dank je, in naam van ons allen, uit de grond van mijn hart voor alles wat je voor het vrijzinnig humanisme betekent en nog zal betekenen, en wens je in naam van alle aanwezigen en sympathisanten nog vele gelukkige en vruchtbare jaren, samen met Josiane.

 

Universiteit Gent verliest met Jaap Kruithof een van zijn iconen

Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Jaap Kruithof

 'Hij heeft vele duizenden studenten leren nadenken’.

Jaap Kruithof is niet meer. De bekende Gentse filosoof overleed gisteren op 79-jarige leeftijd. Generaties studenten aan de Universiteit Gent hingen aan zijn lippen tijdens de lessen Ethica en Waardenfilosofie. 'Zijn invloed is dan ook nauwelijks te onderschatten', zegt professor-emeritus Etienne Vermeersch.

Vermeersch over het boek 'De welwillenden' van Jonathan Littell

Etienne Vermeersch
Roman 'De Welwillenden'

Etienne Vermeersch vertelt waarom u het boek "De welwillenden" moet lezen. 'Het greep me naar de keel'.

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

 

In memoriam: professor Hugo Van den Enden: door Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch
Ethicus Hugo Van den Enden

In memoriam (uitvaart) Hugo Van den Enden door Etienne Vermeersch

Bij de uitvaart van Simone de betreurde vrouw van Hugo, had hij mij gevraagd een tekst voor te lezen die hijzelf geschreven had; ik heb daar een paar details aan toegevoegd zonder hem ontrouw te zijn, en hij apprecieerde dat.

Voor hetgeen ik vandaag om hem te gedenken moet zeggen, sta ik er alleen voor, maar ik denk dat het mijn opgave is hier getuigenis af te leggen van wie hij geweest is en om hem trouw te blijven zal ik hem ook zoveel mogelijk zelf aan het woord laten.

In memoriam Hugo Van den Enden

Etienne Vermeersch

Morgen vindt de uitvaart plaats van Hugo Van den Enden, emeritus hoogleraar van de Universiteit Gent. Ik heb Hugo leren kennen in het akademiejaar 59-60; we volgden toen de eerste kandidatuur Wijsbegeerte, maar ikzelf voltooide daarnaast ook mijn licentie Klassieke Filologie en hij zat in de eerste licentie Germaanse. Het eerste jaar dat ik samen met deze briljante student heb meegemaakt, was een van de belangrijkste van mijn leven en we hebben er beiden een levensbeschouwelijke ommekeer meegemaakt. We hadden toen bij Leo Apostel en Jaap Kruithof seminaries over kennisleer, antropologie en ethiek. Tegen het einde van dat jaar hadden wij onze eigen wijsgerige persoonlijkheid ontwikkeld.

— Etienne Vermeersch

Na vier jaar euthanasiewet (evaluatie)

Wim Distelmans, Etienne Vermeersch, e.a.

'De euthanasiewet heeft niet tot de ontsporingen geleid die sommigen voor onvermijdelijk hielden.' 

De Standaard — DE wet die euthanasie onder strikte voorwaarden mogelijk maakte werd op 22 september 2002 van kracht. Het initiatief was vrij gedurfd. In tegenstelling tot Nederland was er bij ons immers geen lange periode van juridische tolerantie aan voorafgegaan of geen jurisprudentie die geleidelijk aan was gegroeid. Tot op de vooravond van het in voege treden van de wet, werd euthanasie in ons land nog beschouwd als moord met voorbedachten rade en liepen er nog gerechtelijke onderzoeken in dat verband. Het voorstel had de steun gekregen van een groot deel van de bevolking, zoals bleek uit verschillende opiniepeilingen, en talrijke persoonlijkheden uit alle milieus, duizenden artsen inbegrepen, wilden dat de legalisatie er kwam. Niettemin hadden de hiërarchische oversten van de katholieke kerk, bepaalde verenigingen van geneesheren en verscheidene prominenten uit het milieu van justitie er zich openlijk vijandig tegen uitgesproken. 

Nu de wet vier jaar bestaat en twee rapporten gepubliceerd werden door de Federale Controlecommissie, over meer dan duizend legale toepassingen van euthanasie, is het misschien goed om na te gaan of de wet haar doelstellingen heeft bereikt. En of ze diegenen die hun vrees en reserve hadden geuit heeft kunnen geruststellen. Heeft ze een eind kunnen maken aan de controverse die eraan was voorafgegaan?

Doel van het uit de strafwet halen van euthanasie, was de mogelijkheid om de wil te eerbiedigen van ongeneeslijk zieke patiënten in een toestand van ondraaglijk lijden, die wensten te sterven met medische hulp. Door een juiste en gecontroleerde praktijk van de euthanasie toe te laten wilde men ook een eind stellen aan de clandestiene euthanasie, vaak uitgevoerd met ongeschikte medische middelen.

Het aantal toepassingen van euthanasie in overeenstemming met de wet, en waarvan dus aangifte werd gedaan bij de Federale Controlecommissie, kende een gemiddelde van 19 per maand in 2003, 29 in 2004 en 30 in 2005. In al die gevallen was er sprake van ernstige ongeneeslijke aandoeningen, die met veel lijden gepaard gingen, voornamelijk kanker en neurologische aandoeningen. De jaarlijkse toename van het aantal aanvragen werd verwacht en kan als normaal beschouwd worden, al is het maar omdat de mogelijkheden die de wetgeving biedt over het omgaan met het levenseinde beter bekend raken, zowel bij de bevolking als bij de geneesheren.

De alarmistische voorspellingen die lieten geloven dat legalisatie een golf van euthanasieaanvragen zou veroorzaken zijn niet uitgekomen. De voornaamste reden is uiteraard de wil om ondanks alle lijden verder te leven, zolang het leven maar draaglijk blijft. De uitgebreide palliatieve zorg die in ons land bestaat, kan velen daarbij helpen. Daarnaast zijn de legale voorschriften zeer strikt. En dan is er nog de terughoudendheid op grond van ideologische of filosofische redenen, zowel bij sommige patiënten als bij sommige artsen, en ook toegestaan door de wet, of zijn er de praktische moeilijkheden die bij deze uitzonderlijke medische handeling komen kijken. Ook de emotionele draagkracht die van de arts vereist wordt, speelt een rol. Euthanasie wordt daardoor zo goed als onmogelijk als er geen nauwe persoonlijke relatie heeft bestaan tussen de patiënt en zijn geneesheer. Ten slotte moeten we nog de tegenkanting bij de directie van meestal katholieke verzorgingsinstellingen vermelden; zij zien euthanasie in hun instellingen niet zitten en geven dat min of meer openlijk toe.

De frequentie van clandestiene euthanasiegevallen sinds de wet in werking trad, blijft iets waar geen uitsluitsel over bestaat. Er mag echter aangenomen worden dat het om een miniem aantal gaat: het risico op een rechtsprocedure werkt waarschijnlijk meer ontradend dan de verplichting om een verklaringsdocument op te stellen.

Een onverwacht en gunstig gevolg van de legalisatie is dat de euthanasie vaak bij de patiënt thuis gebeurt, het gaat om zo'n veertig procent van de gevallen. Die vaststelling, de veel voorkomende aanwezigheid van de naasten gedurende de handeling en het rustige en snelle intreden van de dood maken dat euthanasie, uitgevoerd in een gunstige familiale context en in de juiste medische omstandigheden, in vele gevallen een menswaardig levenseinde kan betekenen.

De gevorderde leeftijd van de patiënten is verder geen factor geweest die euthanasie in de hand zou werken, in tegenstelling tot wat sommigen hadden gevreesd. Zoals blijkt, betreft de grote meerderheid van de euthanasietoepassingen patiënten uit de leeftijdsgroep van 40 tot 79 jaar. En daar waar vijftig procent van sterfgevallen na 80 jaar plaatsvinden, gaat het bij euthanasie om minder dan twintig procent patiënten uit die leeftijdsgroep.

Er werd geen enkele toepassing van euthanasie vastgesteld die manifest de legale voorschriften zou overtreden hebben. En wat
de invasie' van zieken uit het buitenland betreft, waarvoor sommigen ons wilden waarschuwen, welnu, ze is er niet gekomen omdat het een wettelijke vereiste is (die ook in de verklaring voor de Commissie figureert) dat de arts de patiënt regelmatig en voor een voldoende lange periode heeft gevolgd. Wat er in de praktijk op neerkomt dat die patiënt in België moet verblijven en verzorgd worden.

We kunnen dus, samenvattend, besluiten dat de depenalisatie van euthanasie haar rol heeft vervuld. Ze heeft patiënten die met de dood geconfronteerd worden in een toestand van zwaar lijden, en die er duidelijk om verzoeken, de mogelijkheid gegeven medische bijstand te krijgen voor een rustige en snelle dood, op het door hen gekozen tijdstip. De euthanasiewet heeft niet tot de ontsporingen geleid die sommigen voor onvermijdelijk hielden. 

 

Wim Distelmans (arts en professor VUB), Marc Englert (arts en professor emeritus ULB), Philippe Grollet (advocaat en voorzitter van het Centre d'Action Laïque), Etienne Vermeersch (filosoof, professor emeritus UGent), Sabien Bauwens (psychologe, AZ-VUB), Dominique Bron(arts, professor ULB), Walter De Bondt(jurist, professor UGent en VUB), Edouard Delruelle(filosoof, professor Ulg), Sonja Eggerickx(voorzitster Unie van Vrijzinnige Verenigingen), Léon Favyts(voorzitter Recht op Waardig Sterven), Béatrice Figa(huisarts), Jacqueline Herremans(advocate, voorzitster van de Association pour le Droit de Mourir dans la Dignité), Roger Lallemand(erevoorzitter van de Senaat), Yves-Henri Leleu(jurist, professor ULg), Philippe Maassen(huisarts), Michel Magits(jurist, vice-rector VUB), Raymond Mathys(arts, erediensthoofd oncologie ZNA), Jeanine-Anne Stiennon-Heuson(biologe, professor emeritus UMH), Bert Van Camp(arts, rector VUB)

 

Kort vertoog over de god van het christendom - waarom de god van het christendom niet kan bestaan

Etienne Vermeersch

In de meest strikte zin van het woord bestaan er geen absolute zekerheden. We weten allemaal dat een mens in een toestand van krankzinnigheid kan komen waarin hij waandenkbeelden niet van waarheid kan onderscheiden. Zo iemand kun je er op het moment van zijn waan niet van overtuigen dat hij verkeerd zit. Wanneer wat ik nu beleef en schrijf een waandenkbeeld zou zijn, zou ik het zelf niet weten; maar dat geldt voor ieder van ons op ieder moment. Absolute zekerheid kan niemand dus hebben. Het heeft in de praktijk echter weinig zin met deze beperking rekening te houden, want dat zou ons niets vooruit helpen.

​​​​​​​Etienne Vermeersch