Skeptische herinneringen aan Etienne Vermeersch

Het zal niemand zijn ontgaan dat Etienne Vermeersch, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, op 18 januari overleden is op de leeftijd van 84 jaar. Bij alle lof en eerbetoon die hem te beurt viel, is de belangrijke rol die hij speelde in de ‘skeptische beweging’ wat op de achtergrond geraakt. 

Er was op het einde van zijn leven dan ook weinig belangstelling daarvoor. Zelfs het boek In gesprek met Etienne Vermeersh, dat toch grondig op zijn opvattingen ingaat, besteedt maar weinig ruimte aan dat aspect. Dat komt ongetwijfeld omdat dit overschaduwd werd door de vele andere onderwerpen waar hij de publieke belangstelling mee haalde. 

Het is ook zo dat Vermeersch daar relatief weinig over geschreven heeft. De belangrijkste tekst over een skeptisch onderwerp is trouwens gebaseerd op de bandopname van een lezing die hij, zoals gewoonlijk, uit zijn hoofd hield. Wellicht heeft Vermeersch zich over die onderwerpen meer mondeling dan schriftelijk uitgedrukt. Wie hem daarover niet heeft horen spreken, zal wellicht nooit beseffen hoeveel belang hij daaraan hechtte.

Een beter idee over die belangstelling zal er misschien komen als ooit de krantenknipsels worden verzameld met de meningen die Vermeersch hierover formuleerde in de vorm van tribunes en vooral lezersbrieven in diverse bladen. Etienne Vermeersch was een van de weinige Vlaamse academici (naast de sterrenkundige Karel Cuypers) die in de jaren 1970 openlijk standpunten innam tegen pseudowetenschappelijke onzin.

Twee eigenschappen lijken hem daartoe te hebben aangezet: zijn eruditie en zijn moed om tegen de mening van anderen in te gaan. Om met dat laatste beginnen, het was in die tijd, in de zeer tolerante sfeer van het post-mei‘68-tijdperk heel normaal om allerlei ‘alternatieve’ waarheden te verkondigen: van voetmassage tot antroposofie, van handlezen tot scientology, het moest allemaal kunnen, zowel in TV-programma’s als lezingen van het Davidsfonds. Als de alternatieve opvatting tegen de gevestigde waarheden inging, was dat geen bezwaar. Wie er openlijk kritiek op formuleerde, was zo niet onverdraagzaam, dan toch onbeleefd.

Vermeersch formuleerde toen wèl kritiek, maar altijd vanuit een solide, bijna fenomenale kennis. Om even persoonlijk te worden: voor mij was hij veel meer een erudiet, een geleerde in de ouderwetse betekenis van het woord dan een filosoof, hoewel hij zichzelf wel degelijk als filosoof beschouwde. Dat hij een vrij grote belangstelling had voor wis- en natuurkunde, hoewel hij geen wiskundige opleiding had genoten, vond ik bijzonder boeiend. Je kon hem niet betrappen op een uitspraak over een onderwerp dat hij niet beheerste. Als hij iets niet kende, ging hij het eerst grondig bestuderen.

De rechtlijnigheid van Vermeersch, gecombineerd met zijn fenomenale kennis leidde toen al tot die eigenschap die hem ‘berucht’ zou maken: uitleggen waarom de ander ongelijk had. Ik herinner me nog een snede uit een lezersbrief in Humo (uit het geheugen geciteerd) “Overigens gooi ik niemand op de brandstapel. Voor mij mag iedereen in elfjes geloven, maar ik heb het recht om daar binnenpretjes over te hebben.” Vooral die ‘binnenpretjes’ zorgden voor boze reacties. Het was nog voor de tijd dat James Randi’s optreden over het paranormale hele zalen deed bulderen van het lachen. Vermeersch kende natuurlijk wel de humoristisch geschreven scherpzinnige artikels over pseudowetenschap van Martin Gardner.

Vermeersch’ kritische standpunten kregen meer uitstraling toen de BRT — zoals die toen nog heette — in 1986 een documentaire televisiereeks Vreemde krachten over het paranormale uitzond. Het was een aangekochte reeks, maar door de toenmalige wetenschapsredactie van de BRT onder Wim Offeciers bewerkt en aangevuld met commentaren en interviews. Elke uitzending werd afgesloten met de kritische opmerkingen van Etienne Vermeersch. Die zorgden soms voor kwade reacties vanwege de adepten van het paranormale. Zijn reputatie als skepticus (de term werd al in de reeks gebruikt) was gevestigd.

SKEPP

Etienne Vermeersch was een van de 13 stichters van de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale (SKEPP), op 8 juni 1990, samen met onder meer Wim Betz, Jean Paul Van Bendegem, Ronny Martens en mijzelf. Zijn rol in de oprichting was veel meer dan een formaliteit. Anderhalf jaar daarvoor al was hij betrokken bij intens overleg en samenwerking tussen Vlaamse skeptici, wat tot de oprichting van SKEPP zou leiden.

 

Afbeelding verwijderd.

Inderdaad hadden we, alvorens er ook maar aan te denken een vereniging op te richten, gepoogd om iedereen die kritisch nadacht over pseudowetenschappen bijeen te brengen. Een informeel groepje, waartoe ook Vermeersch behoorde, organiseerde een colloquium Para of Pseudo? dat, mede door de steun van Knack, veel belangstelling kreeg. Zelf hield Vermeersch toen zijn lezing Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale, waarover straks meer. Het elan van deze eerste grote bijeenkomst leidde min of meer vanzelf tot de oprichting van SKEPP.

Mijn allereerste contact met Vermeersch dateert van nog veel vroeger, maar ging ook al over pseudowetenschap. In 1978 nam ik met andere leden van de werkgroep Prometheus deel aan een gesprek met hem, in zijn bureau in de Gentse universiteit. Die groep was een paar jaar eerder gevormd binnen de Vereniging Voor Sterrenkunde en kan als een rechtstreekse voorganger van SKEPP worden beschouwd. We hielden ons vooral bezig met de kritische studie van de astrologie, een pseudowetenschap waar elke rechtgeaarde sterrenkundige van walgde.

Ik had zijn naam nog nooit eerder gehoord, maar op een of andere wijze wisten we dat Vermeersch als classicus en wetenschapsfilosoof nogal wat afwist over de oorsprong van de astrologie in de oudheid. Het gesprek gaf ons, die tot dan toe het onderwerp vrijwel uitsluitend vanuit de natuurwetenschappen hadden benaderd, een bredere kijk op het onderwerp.

Die informatie zou ons helpen bij het maken van een boek over astrologie, dat pas veel later, in 1995, zou verschijnen, en wel nadat dezelfde Etienne Vermeersch persoonlijk bij een uitgever had aangedrongen om het manuscript, dat al jaren af was, te bekijken.

Geheim wapen

Zeker in het begin, toen veel nog moest geregeld worden, was Etienne Vermeersch zeer belangrijk voor SKEPP. Hij hielp met raad en daad, onder meer door contacten te leggen. Hij was intussen al een vrij bekend mediafiguur geworden (wellicht voor een deel omdat er steeds meer oud-studenten van hem voor de media werkten, in de eerste plaats de krant De Morgen) en als de pers aandacht moest krijgen was het altijd gemakkelijker om Vermeersch naar voren te schuiven.

In 1990, nauwelijks enkele maanden na de oprichting van SKEPP vond in Brussel het (tweede) Europees Skeptisch Congres plaats. Op een persconferentie in café Falstaff, waar Vermeersch broederlijk naast James Randi en Paul Kurtz zat, kreeg de Belgische pers te horen dat er zoiets als een skeptische stroming bestond. Voor SKEPP was het in de beginfase een ongekende reclame.

Misschien nog belangrijker dan zijn mediabekendheid was de uitstraling die hij had bij studenten en medewerkers op de universiteit waar een hele generatie kritisch denkende jongeren werden gevormd, waarvan een aantal onder hen – en niet de minsten – actieve leden van SKEPP werden, ook als lag het niet in zijn aard om aan zieltjeswinnerij te doen.

Hij was wel meer dan een uithangbord. Zeker in de eerste jaren kwam hij regelmatig naar vergaderingen. Hij hield af en toe een voordracht of nam deel aan een discussie. Toen hij het evenwel steeds drukker kreeg (hij was in 1993 vicerector van zijn universiteit geworden) en ook meer voor andere onderwerpen gevraagd werd, nam hij meer een rol op de achtergrond in. Maar als het moest was hij present. Dan verkondigde hij de kritische stem waar geen speld tussen te krijgen was. Ons geheim wapen, zeiden we wel eens.

Een echt leidende rol in SKEPP wilde hij niet spelen. Hij werd nooit lid van het bestuur. Wel heeft hij in het begin de commissie voorgezeten die de Zesde Vijs en de Skeptische Put toekenden. Zoals kon worden verwacht was de keuze van die eerste laureaten onder zijn leiding even gemotiveerd als verrassend.

Toen bij hem gepolst werd of hij voorzitter van de vereniging wilde worden, wees hij dat meteen af. Velen onder ons zouden dat ongetwijfeld gewild hebben, maar achteraf gezien was het wellicht beter van niet. De buitenwereld zou ongetwijfeld SKEPP te veel geïdentificeerd hebben met Etienne Vermeersch (en omgekeerd) en dat had verwarrend kunnen zijn.

Apriori's

Want hoezeer hij ook de skeptische zaak ondersteunde, steeds had hij zijn eigen visie op het onderwerp. Vanaf het begin verdedigde hij de stelling dat paranormale verschijnselen eigenlijk niet kunnen bestaan. Dat blijkt al uit zijn eerder genoemde lezing “Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale”. Sommige andere skeptici, zoals Rob Nanninga, de grote Nederlandse kenner van het paranormale, waren daar niet gelukkig mee. Als skepticus verwerp je in principe niets a priori, vonden zij. Je mag voor het grote publiek niet de indruk geven dogmatisch of vooringenomen te zijn.

Vermeersch’ opvatting was echter niet dogmatisch of vooringenomen. Vooreerst sprak hij – zoals alles waarover hij sprak – met kennis van zaken over de parapsychologie, over de vele onderzoekingen naar het paranormale. Tegelijk had hij een goede kennis van de moderne natuurkunde en zeker over het begrip energie (voor zijn doctoraat had hij een studie gemaakt van het verband tussen thermodynamica en informatietheorie). Paranormale verschijnselen waren daar duidelijk tegenstrijdig mee, zo meende hij. Wie daarin geloofde, aldus Vermeersch, kon de natuurkunde niet vertrouwen en zou daarom ook beter niet in een vliegtuig plaatsnemen!

Je kunt altijd theoretische discussies voeren of die apriori’s zo streng gelden, maar dit laatste bezwaar is er een met wel heel concrete gevolgen. Voor Vermeersch gold dat de wereld van de waarneembare verschijnselen rationeel te begrijpen is. Daar kan dus niet zomaar iets irrationeels in gebeuren.

Hoe dan ook, apriori’s tegen het paranormale formuleren is niet hetzelfde als het paranormale a priori verwerpen. Dat wist Vermeersch zeer goed. Zoals gezegd kende hij de klassieke gevallen van het parapsychologisch onderzoek, met alle discussies die er waren geweest over aangetoond en mogelijk bedrog. Al dat onderzoek had uiteindelijk zeer weinig en zeker niets spectaculairs opgeleverd. Vermeersch merkte dan ook op dat je, als je al duizend beweringen over het paranormale hebt bestudeerd en afgewezen, niet moet wachten op de duizend-en-eerste om een oordeel te vormen.

Die opvatting – die vrijwel elke rechtgeaarde skepticus deelt – betekende niet dat Vermeersch geen aandacht kon hebben voor wie echt met een paranormale ervaring afkwam. Ik herinner me nog, in de beginjaren, een besloten bijeenkomst van SKEPP waarin een man kwam vertellen over poltergeistverschijnselen (‘klopgeesten’) die hij in zijn huis had meegemaakt. Vermeersch luisterde zeer aandachtig en stelde indringende vragen met de grootste ernst. Geen enkel ogenblik kwam hij af met een afwijzing a priori van deze vreemde getuigenis. En achteraf had ook hij geen duidelijke verklaring hiervoor (die is er ook niet geweest: het hele verhaal heeft ook nooit verdere gevolgen gekregen).

Toen hij ouder werd nam hij vrijwel geen publieke standpunten meer in als het om pseudowetenschappen ging, maar het was voor zijn skeptische vrienden altijd mogelijk om hem te bellen en zijn mening of advies over een bepaald onderwerp te vragen. Wat ik nog meermaals gedaan heb. We konden nog altijd profiteren van zijn kennis en – misschien nog belangrijker, want veel zeldzamer – zijn wijsheid.

Zelfs mijn laatste boek, over de ster van Bethlehem, is er in zekere zin dank zij Etienne Vermeersch gekomen. Al in 1990 was ik zeer verwonderd dat een planetarium rond de kersttijd een voorstelling over de wetenschappelijke verklaring van de “ster” gaf. Ik vroeg zijn mening hierover en kreeg meteen een hele uitleg over antieke wonderverhalen waarin een ster verschijnt. Ik wist genoeg voor een eerste artikel hierover. Zowat een kwarteeuw later kwam het boek er, maar niet zonder dat ik hem opnieuw had geraadpleegd. Het zou de laatste keer worden dat hij me geholpen heeft.

Niemand is onvervangbaar, zo wordt gezegd, maar Etienne Vermeersch laat in de skeptische beweging een grote leemte achter, als geleerde en denker, maar ook als vriend en goede steun

In Memoriam: Prof. emeritus Etienne Vermeersch

Artikel
Freddy Mortier

Met Etienne  Vermeersch verliest Vlaanderen één van zijn grote intellectuele vrijzinnigen, van het kaliber van Jaap Kruithof, Leo Apostel en Hugo Claus.

Hij had als classicus en filosoof een enorme eruditie, als oprecht liefhebber van de harde wetenschappen een ontstellende natuurkennis, en was eigenlijk geïnteresseerd in of curieus naar alles, of het nu over wielrennen en Adorni ging of over de dynamiek van barsten in albasten vazen. In een gesprek met Etienne ging het, speels en zonder pretentie, allerlei ingenieuze kanten op tot hij zijn ironische stempel kon plaatsen: “Weet gij dat niet?”. Geen prof die dat nog zou durven doen vandaag, op straffe van het verwijt van elitarisme, maar hij kwam er stijlvol mee weg, hoewel ik sommige mensen ook wel geïrriteerd heb gezien na zo’n socratisch gesprek.

Zonder Vermeersch zou België er waarschijnlijk anders uit zien vandaag. Hij was een heel belangrijke stem in de totstandkoming van de abortus- en euthanasiewetten. Hij geloofde zo sterk in de kracht van argumenten dat zijn geloof daarin alleen al menigeen moet hebben overtuigd.  Etienne had de kracht van zijn overtuiging en was een Verlichtingsfiguur.

Hij is één van de weinigen die ik ken die Voltaire écht gelezen heeft en een goed geïnformeerd boompje kon opzetten over hoe actueel die Verlichtingsperiode wel niet is. Ik zie hem dan ook een beetje als een Vlaamse Voltaire. Vermeersch had al in de jaren ’80 de kunst van het snedige format te pakken, waarmee hij zijn opinies over allerlei maatschappelijke vragen binnen de minuut of wat kernachtig kon neerzetten.

Ik heb er mij vaak over verwonderd hoe hij de bal zo treffend kon binnen trappen, waar anderen nog over nuances en grijsschakeringen aan het chicaneren waren.  Je wist altijd waar je aan toe was met hem. Hij was ook een geducht debater die uit zijn gesprekspartner onverwachte bekentenissen kon persen, zoals Mieke Van Hecke zich nog wel zal herinneren. Hij was misschien niet de eerste in Vlaanderen om de greep van Kerk en godsdienst aan de kaak te stellen, maar heeft dit wel zijn leven lang gedaan, en dit bovendien vanuit terreinkennis van de kerkelijke structuren, filologisch gefundeerde kritiek op de christelijke tekstoverleveringen en kennis van de filosofische debatten over natuurlijke religie.

Dat was geen afrekening met het instituut Kerk voor hem, maar een oefening in rationele analyse, zonder ressentiment. Spijtig dat het boek dat hij plande over Jezus van Nazareth er niet meer gekomen is. God was een filosofisch onderwerp en de bevoogding van mensen een voorwerp van kritiek. Belangrijk is ook dat hij één van de eersten was om de milieuproblematiek op de agenda te plaatsen. Zijn “De ogen van de panda” zou in het Engelse taalgebied beslist een klassieker in de milieufilosofie geworden zijn. Hij heeft het met Vlaanderen willen doen.

Last but not least was hij ook een goed  bestuurder, als decaan van zijn faculteit aan de Universiteit Gent, ook als vicerector van die instelling.

Freddy Mortier, voorzitter deMens.nu

Collega en vriend van Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch: quotes

Artikel
Etienne Vermeersch

'Wanneer ik kritiek uitoefen op christelijke teksten, dan ben ik een antichrist, wanneer ik kritiek uitoefen op het communisme, dan ben ik een agent van het kapitalisme, wanneer ik kritiek uitoefen op het antisemitisme, ben ik een linkse marxist. Zo heb ik al van alles gehoord.' Etienne Vermeersch

Ik ben geen Vlaams-nationalist, maar gewoon iemand die streeft naar rechtvaardigheid, ook in communautaire kwesties.  Etienne Vermeersch - 23 juli 2012, De Morgen.

Geloof mij niet, denk zelf na. Etienne Vermeersch

Ik beweer niet dat mijn inzicht altijd het juiste is, maar het is wel het resultaat van eerlijk onderzoek. Ik aanvaard dat anderen tot een andere conclusie komen, maar ik hoop dan wel dat ook zij hun huiswerk verricht hebben. Etienne Vermeersch - 20 november 2009, De Morgen.

Petra De Sutter en Etienne Vermeersch vallen in de prijzen op PRoF Awards

Artikel
belga

Professor Petra De Sutter en professor Etienne Vermeersch zijn in de prijzen gevallen op de PRoF Awards in Poperinge. PRoF is een denktank die zich bezig houdt met innovatieve concepten en toepassingen voor de zorgsector.

De Sutter won de Award voor Research in de Zorg, Vermeersch kreeg een Special Honorary Award. De organisatie bestaat zeven jaar en groeide in die periode van 40 naar 430 leden, vooral mensen uit de zorgsector. Jaarlijks komen ze samen op hun PRoF Lucas Themadagen waar ze hun awards uitreiken. Die verloopt volgens een stemming onder de leden van de denktank.

Vermeersch en de pedofiliediscussie: de correcte gegevens.

Etienne Vermeersch

In de pers zijn enkele zogenaamde 'interviews' met Etienne Vermeersch geschreven. Aan de persmensen die hebben opgebeld werd nochtans duidelijk gezegd dat het antwoord betreffende het artikel van 1979 alleen aan De Morgen werd toegezegd.

Teksten hierover in andere kranten, zelfs onder de hoofding "Interview" zijn op grond daarvan als fictief of "off the record" te beschouwen en zijn ook onvolledig en/of onjuist.

Hierna volgen de teksten zoals ze in De Morgen zijn verschenen (zie 3 PDF-files onderaan), voor die welke op zijn naam staan, neemt Etienne Vermeersch de volle verantwoordelijkheid op zich. Dat geldt dus zeker niet voor alles wat elders aan hem werd toegeschreven.

Overhaaste euthanasie? Geloof niet alles wat 'The New Yorker' schrijft - 26 Juni, 2015 I De Morgen

prof. Jan Bernheim en prof. Etienne Vermeersch
The New Yorker 22/06/2015 cover

Volgens The Death Treatment, een groot essay van negen pagina's door Rachel Aviv in The New Yorker (oplage meer dan een miljoen!) zouden Belgische zenuwzieke patiënten overhaaste en onzorgvuldige euthanasie krijgen en de professoren Distelmans en De Deyn 'cowboys' zijn. De Morgen berichtte erover (DM 17/6). Het essay was verontrustend voor iedereen, en discrediterend voor artsen en het Belgisch model van levenseindezorg. 

The New Yorker was echter niet bereid een Engelse vertaling van de volgende respons te publiceren. 

Professor Jan Bernheim en professor Etienne Vermeersch

26 Juni, 2015 I De Morgen

Rachel Aviv stelde zich aan ons voor als onderzoeksjournaliste over de 'geschiedenis, ontwikkeling en filosofie van de Belgische levenseindezorg'. Dit model interesseerde haar als vooralsnog uniek systeem waar euthanasie in de palliatieve zorg ingebed is en streeft naar 'integrale levenseindezorg'. Zij kreeg studies toegestuurd en kwam hier wekenlang wetenschappers en practici interviewen.

Aviv had haar huiswerk gedaan en stelde pertinente vragen. Alleen terloops vroeg zij wat we dachten van het 'geval Tom Mortier'. Zij leerde veel bij over, onder andere, 'Wanneer mogen mensen met een niet-terminale ziekte geholpen worden te sterven?', de ondertitel van haar artikel. Maar wat je kreeg, was Tom Mortiers kruistocht tegen de vermeende onzorgvuldige euthanasie van zijn moeder, die niet meer voort wilde na een jarenlang vruchteloos behandelde depressie.

We lezen dat Mortier, die in zijn moeders buurt woont, een conflictueuze relatie met haar had en van haar was vervreemd. Toen zij haar kinderen liet weten dat een euthanasieprocedure onderweg was, antwoordde hij niet. Zijn zus, daarentegen, die in Afrika als mensenrechtenjuriste werkt, betuigde haar verdriet, maar legde zich neer bij haar moeders wil. De procedure duurde acht maanden, met talrijke raadplegingen bij Distelmans, meerdere psychiatrische adviezen en intense betrokkenheid van een priester.

Recht op empathie, medelijden en therapie

Tom Mortier geeft zijn versie van de familiesaga. Een van de trauma's was de zelfdoding van zijn vader. Alleen al uit Avivs verhaal blijkt overduidelijk dat het over een multigenerationeel psychologisch zeer verstoorde familie gaat.

Mortier heeft ook twee gelijkaardige gevallen gerekruteerd waar, zoals hijzelf, een van de kinderen eronder geleden heeft niet door hun moeder te zijn betrokken bij haar euthanasie. De clinicus onder ons (JB) kent details die hem geruststellen, maar die hij, net als de beschuldigde dokters Distelmans en De Deyn, omwille van het beroepsgeheim niet kan vrijgeven. Maar je hoeft geen details te kennen of expert te zijn om uit Avivs tekst te begrijpen waar Tom Mortier aan lijdt: pathologische rouw, een welbekende klinische entiteit die vooral voorkomt wanneer mensen een verstoorde en door schuldgevoelens doordrongen relatie hadden met de overledene. Dit is intriest, maar mag het grotere verhaal niet verhullen: een grootschalige Nederlandse studie vond minder pathologische rouw onder de nabestaanden van patiënten die met euthanasie stierven dan na 'natuurlijk' overlijden.

Mortier heeft recht op empathie, medelijden en therapie. In plaats daarvan ging hij voor zelfbehandeling, met rechtsgedingen tot bij het Europees Hof van de Mensenrechten. We mogen hopen dat het bereiken van miljoenen lezers, onder wie die van De Morgen, zijn lijden zal verzachten.

Euthanasie, zoals zelfdoding, is in de eerste plaats individueel, maar kan ook relationele aspecten hebben. Zoals er een element van agressie kan bestaan bij zelfdoding, zo kan dat ook bij euthanasie. Clinici als Distelmans en De Deyn zijn extra omzichtig wanneer de familiale achtergrond verstoord is. Zij nodigen hun patiënten steeds uit hun nabestaanden zo veel mogelijk te betrekken in het euthanasieproces. Patiënten die familiebetrokkenheid afwijzen, mogen dit doen, maar moeten weten dat hun nabestaanden eronder kunnen lijden, en de artsen overtuigen dat dit niet het doel is.

We zijn niet alleen bezorgd om Tom Mortier maar ook om miljoenen lezers die de stuipen op het lijf werden gejaagd. Zeker, het Belgisch model van levenseindezorg heeft nog mankementen. De onvolmaaktheden van de levenseindezorg wegen niet op tegen de redelijke zekerheid van de Belgen om na goede palliatieve zorg volgens hun wensen te sterven. De Canadese provincie Québec heeft net een wet over levenseindezorg aangenomen die het Belgisch model goeddeels overneemt.

Wat indien een Belgische journaliste het Amerikaanse model van wetenschappelijk onderzoek ging bestuderen, en alleen het smeuïger verhaal van een paar verongelijkte wetenschappers bracht? Zij zou recht hebben op een persoonlijke visie (antiwetenschappelijkheid, bijvoorbeeld), maar zou die niet mogen verhullen onder een misleidende vlag. Avivs discrediteren van artsen en het Belgisch model was dan maar collateral damage. Om haar titel te parafraseren: wanneer mogen journalisten goede informatie door onterechte discreditering en griezelige toeters en bellen vervangen?

 

Het artikel in The New Yorker  : https://www.newyorker.com/magazine/2015/06/22/the-death-treatment

Jan Bernheim is emeritus hoogleraar geneeskunde aan de VUB en onderzoeker van de End-of Life Care Research Group (VUB en UGent).

Etienne Vermeersch is emeritus hoogleraar filosofie (UGent).

Over het morele belang van 25 jaar Gentse Feestendebatten (toespraak van Etienne Vermeersch)

Artikel
Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch: 'Cultuur van oneliners neemt via twitter steeds meer absurde vormen aan'

Over het morele belang van 25 jaar Gentse Feestendebatten

Toespraak van Etienne Vermeersch - 28 juli 2014

'Zoals blijkt uit zijn begeleidende tekst bij "25 jaar Gentse Feestendebatten", had Eric Goeman vanaf het begin de bedoeling duidelijk te maken dat het een illusie was te denken dat het einde van de ideologische discussies nabij was. Hij verzette zich met al zijn energie tegen de opvatting dat men definitief kon overgaan naar een sfeer van 'business as usual'. Er was toen veel doorzicht en moed voor nodig om te durven ingaan tegen een brede stroming die het maatschappelijk debat stilaan overbodig vond. Velen koesterden zich in de volgende overtuiging: als alle zogenaamde deskundigen in het bestuur van bedrijven, banken en zelfs politieke partijen, gewoon het boekje volgen, dan zal alles wel gesmeerd lopen. De contestatiebewegingen van de jaren '60 '70 begon men als een vorm van late puberteitscrisis te beschouwen en de ineenstorting van het Marxistisch-Leninistisch communisme suggereerde dat ook op het internationale vlak de evolutie naar een uniek economisch model voor de deur stond.

Is Etienne Vermeersch een bescheiden filosoof?

Artikel
Paul Gordyn

Etienne Vermeersch, geboren in 1934, is een Vlaams filosoof.

In zijn doctoraatsverhandeling schreef hij, aanleunend bij het neopositivisme en de cybernetica, een “Epistemologische inleiding tot een wetenschap van de mens”, waarin hij zijn “vormentheorie” uitwerkte.

Hij werd hoogleraar aan de Universiteit van Gent in 1967.
Hij hield zich bezig met bio-ethische vraagstukken en was één van de belangrijkste wegbereiders van de legalisering van abortus en euthanasie in België.

Etienne Vermeersch ontvangt eerste gepersonaliseerde LEIFkaart

LEIF/BELGA

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch krijgt vandaag als eerste zijn gepersonaliseerde LEIFkaart. De emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Gentse Universiteit, krijgt de eerste LEIFkaart omdat hij reeds in 1971* het debat aanging over euthanasie. Op de LEIFkaart staan alle wilsverklaringen aangeduid waarvan de houder verklaart ze te bezitten. Bovendien bevat ze ook de naam en het telefoonnummer van een vertrouwenspersoon die hiervan op de hoogte is en dit aan de arts kan bevestigen.

(*In 1960 kwam Etienne Vermeersch reeds tot de opvatting over euthanasie die hij later verdedigde in ethische en politieke debatten en die uiteindelijk in wetgeving werd omgezet.)

Tijdgenoten met Etienne Vermeersch (Lichtpunt op één)

In 2012 interviewde Hugo Camps ETIENNE VERMEERSCH voor het programma Tijdgenoten (Lichtpunt, de vrijzinnige omroep) :

“Als ik een stelling wil verdedigen verhoogt mijn stemgeluid automatisch. Zij hebben mij al dikwijls gezegd: je moet daarmee opletten, je moet dat kalmer doen. Maar ik kan dat niet. Ik ben een man van passies, ik ben een gepassioneerd man.”

"Het woord flamingantisme, daar houd niet zo van, voor mij is het een kwestie van rechtvaardigheid"

 

Prof. Etienne Vermeersch over zijn levenseinde en dood

Prof. Etienne Vermeersch over zijn levenseinde en dood

'Non fui, fui, non sum, non curo'

'I was not; I was; I am not; I do not care'

Dubbel-interview met Etienne Vermeersch en Tom Schoepen (De Morgen, 12 mei 2012)

Artikel
Etienne Vermeersch en Tom Schoepen (twee apart opgenomen interviews)
Tom Schoepen & Etienne Vermeersch De Morgen

 Het begon met een opmerking van de eminente professor voor een vol auditorium in Gent. De student voelde zich geschoffeerd en kreeg excuses. Wat volgde, was een vriendschap die mettertijd steeds closer werd. 'Ik weet niet of ik hem nog mijn mentor noemen kan. We gaan op gelijke voet met elkaar om.'

Etienne Vermeersch (inleiding wiskunde) en de overbevolking (lezing)

Professor Etienne Vermeersch over de problematiek van de overbevolking. 15 februari 2012 Liberaal Archief, Kramersplein 23, 9000 Gent Organisatie debat: Liberales - Producent opname: Tom Schoepen - Opname: beeldstorm
 

Aanvaardingsrede door prof. Etienne Vermeersch bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011

Artikel

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden. Etienne Vermeersch

 

Een van de Bijbelpassussen die Bertrand Russell volgens zijn autobiografie zijn hele leven door gekoesterd heeft, is de aanmaning in Exodus 32:2: "Thou shall not do evil, following a multitude", "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad."

Alle verhoudingen in acht genomen, meen ik toch iets met Russell gemeen te hebben. Ook voor mij geldt dat ik mijn leven lang telkens opnieuw gepoogd heb het ware en het goede te zoeken op het gebied van kennis, ethiek en maatschappijordening. En ook al was het niet zozeer de bekoring van de menigte die voor mij problemen stelde, toch was er ook dat besef soms alleen te staan. Dit kwam bij mij vooral tot uiting in de ontmoeting met mensen die dezelfde doelen leken na te streven en toch tot andere conclusies kwamen.

Sinds mijn vroege kinderjaren was het voor mij een bevreemdende en vaak ook pijnlijke vaststelling te moeten ervaren dat mensen die ik als eerlijk en intelligent beschouwde, toch op allerlei gebieden van mening verschilden.

Ook binnen het levensbeschouwelijk milieu waarin ik opgroeide, het katholiek Vlaamse, waren de tegenstellingen al legio. In mijn familie waren er zwarten en witten, diepgelovigen en meer geseculariseerden. Aan de ene kant had ik een tante nonneke die moeder-overste was en aan de andere kant een neef die als paardendief achter de tralies vloog.

Naarmate ik opgroeide, kregen die tegenstellingen een meer intellectueel karakter: wat was de waarheid inzake de oorsprong van de werkelijkheid, inzake het ontstaan en de evolutie van het leven en inzake de zin van het bestaan? Op het godsdienstige vlak was ik geïntrigeerd door de onontkoombaarheid van de predestinatieleer van Augustinus. De nogal vroege lectuur van Dostojevski confronteerde mij met de figuur van de grootinquisiteur in "De gebroeders Karamazov" die, op ethisch-politieke gronden, Jezus in de gevangenis gooit, en ook de tegenstelling tussen Aljosja en Ivan versterkte mijn gevoeligheid voor die moeilijke zoektocht naar de juiste levens- en wereldbeschouwing.

En dan was er het contact met Walschap; vooral met zijn "Zuster Virgilia", dat mijn tot dan toe onaangetaste geloof aan het wankelen bracht. Ik was toen een goeie 17 jaar oud en vanaf die tijd wist ik dat ik niet meer op het gezag van anderen kon steunen: ik zou mijn weg naar het ware en het goede zelf moeten zoeken. Toch was er één houvast waaraan ik onwrikbaar trouw bleef: van waarden zoals goedheid, vriendschap, liefde, rechtvaardigheid kon ik geen afstand doen, maar zonder God kon ik er geen fundament meer voor vinden. Onder de invloed van de lectuur van existentialistische teksten, zag ik de oplossing in een blinde sprong naar God; wat tevens, paradoxaal genoeg, terug een sprong naar het dogma was. Maar de kiem van de twijfel was niet meer uit te roeien en zo kwam ik er vijf jaar later toe elke bevoogding van het denken af te zweren en stap voor stap in de richting te gaan van wat we vrijzinnigheid noemen: het vrije denken.

Dat was echter geen orgelpunt; eerder het begin van een tocht die nog altijd niet beëindigd is en slechts bij mijn dood een afsluiting zal vinden.

Toch heb ik intussen al een lange weg afgelegd in de confrontatie met een brede waaier van wetenschappelijke, wijsgerige, ethische en maatschappelijke problemen. En daarvoor heeft men mij nu de Prijs Vrijzinnig Humanisme toegekend.

Wanneer ik vaststel wie mij in deze prijs is voorgegaan, dan kan ik alleen maar vereerd en dankbaar zijn. Sommigen onder hen heb ik goed gekend, anderen wat minder, maar allen hebben hem eer aangedaan.

Heel in het bijzonder ben ik er blij om dat twee mensen die in mijn ontwaken in de vrijzinnigheid een belangrijke rol hebben gespeeld, deze prijs gekregen hebben: Leo Apostel en Jaap Kruithof.

Ik hecht er dus aan de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en al degenen die gemeend hebben dat ik voor deze eer in aanmerking kwam, van harte te danken. Al heel lang heb ik de gedachte aan een eeuwige beloning afgewezen, en ik heb ook niet geleefd in de verwachting zo'n aardse prijs te krijgen. Immers: "Niet in het snijden van de padi is de vreugde", zegt Multatuli, "de vreugde is in het snijden van de padi die men geplant heeft." Het reizen zelf geeft meestal meer bevrediging dan de eindbestemming van een reis. Maar we zijn allemaal, zolang we niet in grootheidswaan leven, enigszins onzeker over de waarde van onze keuzes en daden. De waardering van anderen kan daarom, in momenten van twijfel of moedeloosheid, als steun en aanmoediging heel welkom zijn.

Sta mij toe op dat punt iets dieper in te gaan. Ik begon mijn uiteenzetting met Russells verwijzing naar "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad." De reden waarom ook ik dat Bijbelwoord koester, heeft te maken met het feit dat ik heel vaak in mijn pogingen tot vrij denken tegen de ene of andere stroom ben moeten ingaan. Soms had ik aloude tegenstanders tegen mij, maar nu en dan ook medestanders.

Mijn hameren op de Kriminalgeschichte van het christendom werd vaak afgedaan als een uiting van rancune over mijn verleden en mijn huidige kritiek op de islam wordt als bekrompen onwetendheid en islamofobie geduid, en dit in uiteenlopende kringen. Zo heb nu eens vriend, dan weer vijand tegen mij in het harnas gejaagd in uiteenlopende polemieken:

  • door mijn argumentatie tegen het bestaan van de god van de Tenach, het Nieuwe Testament en de Koran;
  • bij mijn aanvallen op de pseudowetenschappen en vooral de alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie;
  • in de strijd tegen de Orde van de Geneesheren en voor de patiëntenrechten;
  • in het debat over kruisbeelden in de rechtbanken en nu over godsdienstige symbolen in scholen en bij ambtenaren;
  • bij mijn radicaal afwijzen van het sovjetcommunisme en de Chinese culturele revolutie;
  • bij mijn ijveren voor de contraceptie-, abortus- en euthanasiewetgeving;
  • bij mijn waarschuwingen voor de bevolkingsexplosie;
  • bij mijn inzet voor dierenwelzijn en nu tegen het slachten zonder verdoving;
  • bij mijn studie over de berging van kernafval;
  • bij mijn standpunten inzake experimenten op embryo's;
  • bij het verdedigen van de SP na de Agustacrisis;
  • bij het aantonen van de misvattingen inzake de multiculturele samenleving;
  • bij het bewijzen van de neonazioorsprong van het Vlaams Blok;
  • bij het verdedigen van de Eerste Golfoorlog;
  • bij het veroordelen van de Tweede Golfoorlog;
  • bij het ontwerpen van richtlijnen voor het repatriëren van asielzoekers;
  • bij de verdediging van de standpunten van het Vlaams parlement via de Gravensteengroep;
  • enz. enz.

Zoals de voorbeelden ten overvloede duidelijk maken, kwamen de aanvallen niet altijd uit dezelfde hoek. Toen ik bij een verkiezingsuitzending op tv het neonaziverleden van het Vlaams Blok ter sprake bracht, kreeg ik een massa scheldwoorden over mij, maar ook veel instemming bij allochtonen. Maar toen ik het probleem van de godsdienstige symbolen en de hoofddoek eveneens op tv naar voren bracht, waren de reacties natuurlijk omgekeerd.
Bij mijn aanvallen op het christendom schrok men niet terug voor het dreigement voor mij te zullen bidden. Toen ik het later over de islam had, waren de reacties ook niet mals: van gebeden bleef ik gespaard, maar er waren wel doodsbedreigingen. En zo kan ik nog een hele tijd verdergaan.

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden.

Zo zijn sommigen momenteel niet alleen radicaal tegen de islam, maar ook radicaal voor de politiek van Israël. Anderen verzetten zich tegen Israël en vergoelijken of minimaliseren dan weer de impact van Hamas. Ik kan noch het een, noch het ander. Ik heb ingezien dat aan de Palestijnen veel onrecht is aangedaan en dat zij dus mijn steun verdienen, maar dat belet mij niet de islamistische en antisemitische ontsporingen aan de kaak te stellen.

Toen men mij na de Eerste Golfoorlog in 1991 aanbood het voorzitterschap waar te nemen van een colloquium tussen progressieve Palestijnen en Israëli's, heb ik dat aanvaard. Die opdracht bood mij de mogelijkheid om zowel mijn rationeel denken als mijn emotionele betrokkenheid in dienst te stellen van authentieke pogingen tot vrede. Maar weer stond ik voor die pijnlijke vaststelling dat mensen van wie ik het oprechte streven naar het ware en het goede niet kon loochenen, het zo moeilijk hadden om de gevoeligheden van de anderen te begrijpen.

Dergelijke ervaringen van vereenzaming en soms van twijfel heb ik meermalen gehad: de pijnlijkste was wel de confrontatie met het leed van mensen die na een afgewezen asielaanvraag het land moeten verlaten. In ieder afzonderlijk geval raakt je gemoed vol en zou je de uitwijzing stop willen zetten; maar je weet dat die houding, geëxtrapoleerd op populatieschaal, ons sociaal systeem totaal zou ontwrichten.

Op die momenten dacht ik er soms aan dat ik mijn wetenschappelijke loopbaan was begonnen in de klassieke filologie met een studie over de dood, de doden en de onderwereld in de Griekse tragedie. Een boeiend onderwerp. Ik dacht ook aan het begin van mijn filosofisch onderzoek over de betekenis van de informatietheorie, de cybernetica en de elektronische breinen voor de studie van de mens. Zou ik er niet beter aan gedaan hebben vooral in die richtingen te publiceren en een rustige academische loopbaan uit te bouwen? Maar dan denk ik weer aan de stimulans die Leo Apostel, Jaap Kruithof en Hugo Van den Enden mij gegeven hebben om ook de andere, meer maatschappelijke, roeping van de filosoof te volgen.

Ik denk ook dat de slotzin van Van Eedens "Kleine Johannes", die mij in mijn jeugd zo ontroerd heeft, mij nu en dan wakker geschud zou hebben: "Toen wendde Johannes langzaam het oog van Windekinds wenkende gestalte af en strekte de handen naar den ernstigen mensch. En met zijnen begeleider ging hij den killen nachtwind tegemoet, den zwaren weg naar de groote, duistere stad, waar de menschheid was en haar weedom."

Etienne Vermeersch
Gent, 21 juni 2011