Openingscollege leerstoel Etienne Vermeersch - Maarten Boudry

Artikel

Universiteit Gent I Maarten Boudry, houder van de leerstoel Etienne Vermeersch, geeft openingscollege over Corona, wetenschap en kritisch denken. Iedereen welkom! In dit eerste openingscollege van de Leerstoel Etienne Vermeersch laat filosoof en leerstoelhouder Maarten Boudry zijn licht schijnen over de corona-pandemie. Hadden we deze pandemie kunnen voorspellen? Hebben we snel genoeg ingegrepen, of is de remedie stilaan erger dan de kwaal? Wat leert deze onverwachte pandemie ons over de fragiliteit van onze wereldwijde economie, en van de vooruitgang van de afgelopen decennia? Welke lessen kunnen we uit de corona-pandemie trekken over die andere grote mondiale bedreiging die zich verder in de toekomst situeert, namelijk de opwarming van ons klimaat? Een college over onzekerheid en onwetendheid, over alarmisme versus minimalisme, over zelfvervullende en zelfweerleggende voorspellingen, over wat verstandig risicobeheer betekent voor onze (globale) samenleving, en over de wetenschap als de beste (of minst slechte) van alle menselijke kennisvormen.

Johan Braeckman in De Afspraak over 'Nagelaten geschriften' van Etienne Vermeersch

Johan Braeckman & Dirk Verhofstadt (Etienne Vermeersch)

Met het overlijden van Etienne Vermeersch is een hele bibliotheek aan kennis en wijsheid teloorgegaan. Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt stonden aan het sterfbed van Etienne Vermeersch. Ze doken in het archief van Etienne Vermeersch en brengen met dit boek een eerbetoon aan de intellectuele erfenis van een van Vlaanderens belangrijkste filosofen.

Skeptische herinneringen aan Etienne Vermeersch

Het zal niemand zijn ontgaan dat Etienne Vermeersch, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, op 18 januari overleden is op de leeftijd van 84 jaar. Bij alle lof en eerbetoon die hem te beurt viel, is de belangrijke rol die hij speelde in de ‘skeptische beweging’ wat op de achtergrond geraakt. 

Er was op het einde van zijn leven dan ook weinig belangstelling daarvoor. Zelfs het boek In gesprek met Etienne Vermeersh, dat toch grondig op zijn opvattingen ingaat, besteedt maar weinig ruimte aan dat aspect. Dat komt ongetwijfeld omdat dit overschaduwd werd door de vele andere onderwerpen waar hij de publieke belangstelling mee haalde. 

Het is ook zo dat Vermeersch daar relatief weinig over geschreven heeft. De belangrijkste tekst over een skeptisch onderwerp is trouwens gebaseerd op de bandopname van een lezing die hij, zoals gewoonlijk, uit zijn hoofd hield. Wellicht heeft Vermeersch zich over die onderwerpen meer mondeling dan schriftelijk uitgedrukt. Wie hem daarover niet heeft horen spreken, zal wellicht nooit beseffen hoeveel belang hij daaraan hechtte.

Een beter idee over die belangstelling zal er misschien komen als ooit de krantenknipsels worden verzameld met de meningen die Vermeersch hierover formuleerde in de vorm van tribunes en vooral lezersbrieven in diverse bladen. Etienne Vermeersch was een van de weinige Vlaamse academici (naast de sterrenkundige Karel Cuypers) die in de jaren 1970 openlijk standpunten innam tegen pseudowetenschappelijke onzin.

Twee eigenschappen lijken hem daartoe te hebben aangezet: zijn eruditie en zijn moed om tegen de mening van anderen in te gaan. Om met dat laatste beginnen, het was in die tijd, in de zeer tolerante sfeer van het post-mei‘68-tijdperk heel normaal om allerlei ‘alternatieve’ waarheden te verkondigen: van voetmassage tot antroposofie, van handlezen tot scientology, het moest allemaal kunnen, zowel in TV-programma’s als lezingen van het Davidsfonds. Als de alternatieve opvatting tegen de gevestigde waarheden inging, was dat geen bezwaar. Wie er openlijk kritiek op formuleerde, was zo niet onverdraagzaam, dan toch onbeleefd.

Vermeersch formuleerde toen wèl kritiek, maar altijd vanuit een solide, bijna fenomenale kennis. Om even persoonlijk te worden: voor mij was hij veel meer een erudiet, een geleerde in de ouderwetse betekenis van het woord dan een filosoof, hoewel hij zichzelf wel degelijk als filosoof beschouwde. Dat hij een vrij grote belangstelling had voor wis- en natuurkunde, hoewel hij geen wiskundige opleiding had genoten, vond ik bijzonder boeiend. Je kon hem niet betrappen op een uitspraak over een onderwerp dat hij niet beheerste. Als hij iets niet kende, ging hij het eerst grondig bestuderen.

De rechtlijnigheid van Vermeersch, gecombineerd met zijn fenomenale kennis leidde toen al tot die eigenschap die hem ‘berucht’ zou maken: uitleggen waarom de ander ongelijk had. Ik herinner me nog een snede uit een lezersbrief in Humo (uit het geheugen geciteerd) “Overigens gooi ik niemand op de brandstapel. Voor mij mag iedereen in elfjes geloven, maar ik heb het recht om daar binnenpretjes over te hebben.” Vooral die ‘binnenpretjes’ zorgden voor boze reacties. Het was nog voor de tijd dat James Randi’s optreden over het paranormale hele zalen deed bulderen van het lachen. Vermeersch kende natuurlijk wel de humoristisch geschreven scherpzinnige artikels over pseudowetenschap van Martin Gardner.

Vermeersch’ kritische standpunten kregen meer uitstraling toen de BRT — zoals die toen nog heette — in 1986 een documentaire televisiereeks Vreemde krachten over het paranormale uitzond. Het was een aangekochte reeks, maar door de toenmalige wetenschapsredactie van de BRT onder Wim Offeciers bewerkt en aangevuld met commentaren en interviews. Elke uitzending werd afgesloten met de kritische opmerkingen van Etienne Vermeersch. Die zorgden soms voor kwade reacties vanwege de adepten van het paranormale. Zijn reputatie als skepticus (de term werd al in de reeks gebruikt) was gevestigd.

SKEPP

Etienne Vermeersch was een van de 13 stichters van de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale (SKEPP), op 8 juni 1990, samen met onder meer Wim Betz, Jean Paul Van Bendegem, Ronny Martens en mijzelf. Zijn rol in de oprichting was veel meer dan een formaliteit. Anderhalf jaar daarvoor al was hij betrokken bij intens overleg en samenwerking tussen Vlaamse skeptici, wat tot de oprichting van SKEPP zou leiden.

 

Afbeelding verwijderd.

Inderdaad hadden we, alvorens er ook maar aan te denken een vereniging op te richten, gepoogd om iedereen die kritisch nadacht over pseudowetenschappen bijeen te brengen. Een informeel groepje, waartoe ook Vermeersch behoorde, organiseerde een colloquium Para of Pseudo? dat, mede door de steun van Knack, veel belangstelling kreeg. Zelf hield Vermeersch toen zijn lezing Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale, waarover straks meer. Het elan van deze eerste grote bijeenkomst leidde min of meer vanzelf tot de oprichting van SKEPP.

Mijn allereerste contact met Vermeersch dateert van nog veel vroeger, maar ging ook al over pseudowetenschap. In 1978 nam ik met andere leden van de werkgroep Prometheus deel aan een gesprek met hem, in zijn bureau in de Gentse universiteit. Die groep was een paar jaar eerder gevormd binnen de Vereniging Voor Sterrenkunde en kan als een rechtstreekse voorganger van SKEPP worden beschouwd. We hielden ons vooral bezig met de kritische studie van de astrologie, een pseudowetenschap waar elke rechtgeaarde sterrenkundige van walgde.

Ik had zijn naam nog nooit eerder gehoord, maar op een of andere wijze wisten we dat Vermeersch als classicus en wetenschapsfilosoof nogal wat afwist over de oorsprong van de astrologie in de oudheid. Het gesprek gaf ons, die tot dan toe het onderwerp vrijwel uitsluitend vanuit de natuurwetenschappen hadden benaderd, een bredere kijk op het onderwerp.

Die informatie zou ons helpen bij het maken van een boek over astrologie, dat pas veel later, in 1995, zou verschijnen, en wel nadat dezelfde Etienne Vermeersch persoonlijk bij een uitgever had aangedrongen om het manuscript, dat al jaren af was, te bekijken.

Geheim wapen

Zeker in het begin, toen veel nog moest geregeld worden, was Etienne Vermeersch zeer belangrijk voor SKEPP. Hij hielp met raad en daad, onder meer door contacten te leggen. Hij was intussen al een vrij bekend mediafiguur geworden (wellicht voor een deel omdat er steeds meer oud-studenten van hem voor de media werkten, in de eerste plaats de krant De Morgen) en als de pers aandacht moest krijgen was het altijd gemakkelijker om Vermeersch naar voren te schuiven.

In 1990, nauwelijks enkele maanden na de oprichting van SKEPP vond in Brussel het (tweede) Europees Skeptisch Congres plaats. Op een persconferentie in café Falstaff, waar Vermeersch broederlijk naast James Randi en Paul Kurtz zat, kreeg de Belgische pers te horen dat er zoiets als een skeptische stroming bestond. Voor SKEPP was het in de beginfase een ongekende reclame.

Misschien nog belangrijker dan zijn mediabekendheid was de uitstraling die hij had bij studenten en medewerkers op de universiteit waar een hele generatie kritisch denkende jongeren werden gevormd, waarvan een aantal onder hen – en niet de minsten – actieve leden van SKEPP werden, ook als lag het niet in zijn aard om aan zieltjeswinnerij te doen.

Hij was wel meer dan een uithangbord. Zeker in de eerste jaren kwam hij regelmatig naar vergaderingen. Hij hield af en toe een voordracht of nam deel aan een discussie. Toen hij het evenwel steeds drukker kreeg (hij was in 1993 vicerector van zijn universiteit geworden) en ook meer voor andere onderwerpen gevraagd werd, nam hij meer een rol op de achtergrond in. Maar als het moest was hij present. Dan verkondigde hij de kritische stem waar geen speld tussen te krijgen was. Ons geheim wapen, zeiden we wel eens.

Een echt leidende rol in SKEPP wilde hij niet spelen. Hij werd nooit lid van het bestuur. Wel heeft hij in het begin de commissie voorgezeten die de Zesde Vijs en de Skeptische Put toekenden. Zoals kon worden verwacht was de keuze van die eerste laureaten onder zijn leiding even gemotiveerd als verrassend.

Toen bij hem gepolst werd of hij voorzitter van de vereniging wilde worden, wees hij dat meteen af. Velen onder ons zouden dat ongetwijfeld gewild hebben, maar achteraf gezien was het wellicht beter van niet. De buitenwereld zou ongetwijfeld SKEPP te veel geïdentificeerd hebben met Etienne Vermeersch (en omgekeerd) en dat had verwarrend kunnen zijn.

Apriori's

Want hoezeer hij ook de skeptische zaak ondersteunde, steeds had hij zijn eigen visie op het onderwerp. Vanaf het begin verdedigde hij de stelling dat paranormale verschijnselen eigenlijk niet kunnen bestaan. Dat blijkt al uit zijn eerder genoemde lezing “Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale”. Sommige andere skeptici, zoals Rob Nanninga, de grote Nederlandse kenner van het paranormale, waren daar niet gelukkig mee. Als skepticus verwerp je in principe niets a priori, vonden zij. Je mag voor het grote publiek niet de indruk geven dogmatisch of vooringenomen te zijn.

Vermeersch’ opvatting was echter niet dogmatisch of vooringenomen. Vooreerst sprak hij – zoals alles waarover hij sprak – met kennis van zaken over de parapsychologie, over de vele onderzoekingen naar het paranormale. Tegelijk had hij een goede kennis van de moderne natuurkunde en zeker over het begrip energie (voor zijn doctoraat had hij een studie gemaakt van het verband tussen thermodynamica en informatietheorie). Paranormale verschijnselen waren daar duidelijk tegenstrijdig mee, zo meende hij. Wie daarin geloofde, aldus Vermeersch, kon de natuurkunde niet vertrouwen en zou daarom ook beter niet in een vliegtuig plaatsnemen!

Je kunt altijd theoretische discussies voeren of die apriori’s zo streng gelden, maar dit laatste bezwaar is er een met wel heel concrete gevolgen. Voor Vermeersch gold dat de wereld van de waarneembare verschijnselen rationeel te begrijpen is. Daar kan dus niet zomaar iets irrationeels in gebeuren.

Hoe dan ook, apriori’s tegen het paranormale formuleren is niet hetzelfde als het paranormale a priori verwerpen. Dat wist Vermeersch zeer goed. Zoals gezegd kende hij de klassieke gevallen van het parapsychologisch onderzoek, met alle discussies die er waren geweest over aangetoond en mogelijk bedrog. Al dat onderzoek had uiteindelijk zeer weinig en zeker niets spectaculairs opgeleverd. Vermeersch merkte dan ook op dat je, als je al duizend beweringen over het paranormale hebt bestudeerd en afgewezen, niet moet wachten op de duizend-en-eerste om een oordeel te vormen.

Die opvatting – die vrijwel elke rechtgeaarde skepticus deelt – betekende niet dat Vermeersch geen aandacht kon hebben voor wie echt met een paranormale ervaring afkwam. Ik herinner me nog, in de beginjaren, een besloten bijeenkomst van SKEPP waarin een man kwam vertellen over poltergeistverschijnselen (‘klopgeesten’) die hij in zijn huis had meegemaakt. Vermeersch luisterde zeer aandachtig en stelde indringende vragen met de grootste ernst. Geen enkel ogenblik kwam hij af met een afwijzing a priori van deze vreemde getuigenis. En achteraf had ook hij geen duidelijke verklaring hiervoor (die is er ook niet geweest: het hele verhaal heeft ook nooit verdere gevolgen gekregen).

Toen hij ouder werd nam hij vrijwel geen publieke standpunten meer in als het om pseudowetenschappen ging, maar het was voor zijn skeptische vrienden altijd mogelijk om hem te bellen en zijn mening of advies over een bepaald onderwerp te vragen. Wat ik nog meermaals gedaan heb. We konden nog altijd profiteren van zijn kennis en – misschien nog belangrijker, want veel zeldzamer – zijn wijsheid.

Zelfs mijn laatste boek, over de ster van Bethlehem, is er in zekere zin dank zij Etienne Vermeersch gekomen. Al in 1990 was ik zeer verwonderd dat een planetarium rond de kersttijd een voorstelling over de wetenschappelijke verklaring van de “ster” gaf. Ik vroeg zijn mening hierover en kreeg meteen een hele uitleg over antieke wonderverhalen waarin een ster verschijnt. Ik wist genoeg voor een eerste artikel hierover. Zowat een kwarteeuw later kwam het boek er, maar niet zonder dat ik hem opnieuw had geraadpleegd. Het zou de laatste keer worden dat hij me geholpen heeft.

Niemand is onvervangbaar, zo wordt gezegd, maar Etienne Vermeersch laat in de skeptische beweging een grote leemte achter, als geleerde en denker, maar ook als vriend en goede steun

In Memoriam: Prof. emeritus Etienne Vermeersch

Artikel
Freddy Mortier

Met Etienne  Vermeersch verliest Vlaanderen één van zijn grote intellectuele vrijzinnigen, van het kaliber van Jaap Kruithof, Leo Apostel en Hugo Claus.

Hij had als classicus en filosoof een enorme eruditie, als oprecht liefhebber van de harde wetenschappen een ontstellende natuurkennis, en was eigenlijk geïnteresseerd in of curieus naar alles, of het nu over wielrennen en Adorni ging of over de dynamiek van barsten in albasten vazen. In een gesprek met Etienne ging het, speels en zonder pretentie, allerlei ingenieuze kanten op tot hij zijn ironische stempel kon plaatsen: “Weet gij dat niet?”. Geen prof die dat nog zou durven doen vandaag, op straffe van het verwijt van elitarisme, maar hij kwam er stijlvol mee weg, hoewel ik sommige mensen ook wel geïrriteerd heb gezien na zo’n socratisch gesprek.

Zonder Vermeersch zou België er waarschijnlijk anders uit zien vandaag. Hij was een heel belangrijke stem in de totstandkoming van de abortus- en euthanasiewetten. Hij geloofde zo sterk in de kracht van argumenten dat zijn geloof daarin alleen al menigeen moet hebben overtuigd.  Etienne had de kracht van zijn overtuiging en was een Verlichtingsfiguur.

Hij is één van de weinigen die ik ken die Voltaire écht gelezen heeft en een goed geïnformeerd boompje kon opzetten over hoe actueel die Verlichtingsperiode wel niet is. Ik zie hem dan ook een beetje als een Vlaamse Voltaire. Vermeersch had al in de jaren ’80 de kunst van het snedige format te pakken, waarmee hij zijn opinies over allerlei maatschappelijke vragen binnen de minuut of wat kernachtig kon neerzetten.

Ik heb er mij vaak over verwonderd hoe hij de bal zo treffend kon binnen trappen, waar anderen nog over nuances en grijsschakeringen aan het chicaneren waren.  Je wist altijd waar je aan toe was met hem. Hij was ook een geducht debater die uit zijn gesprekspartner onverwachte bekentenissen kon persen, zoals Mieke Van Hecke zich nog wel zal herinneren. Hij was misschien niet de eerste in Vlaanderen om de greep van Kerk en godsdienst aan de kaak te stellen, maar heeft dit wel zijn leven lang gedaan, en dit bovendien vanuit terreinkennis van de kerkelijke structuren, filologisch gefundeerde kritiek op de christelijke tekstoverleveringen en kennis van de filosofische debatten over natuurlijke religie.

Dat was geen afrekening met het instituut Kerk voor hem, maar een oefening in rationele analyse, zonder ressentiment. Spijtig dat het boek dat hij plande over Jezus van Nazareth er niet meer gekomen is. God was een filosofisch onderwerp en de bevoogding van mensen een voorwerp van kritiek. Belangrijk is ook dat hij één van de eersten was om de milieuproblematiek op de agenda te plaatsen. Zijn “De ogen van de panda” zou in het Engelse taalgebied beslist een klassieker in de milieufilosofie geworden zijn. Hij heeft het met Vlaanderen willen doen.

Last but not least was hij ook een goed  bestuurder, als decaan van zijn faculteit aan de Universiteit Gent, ook als vicerector van die instelling.

Freddy Mortier, voorzitter deMens.nu

Collega en vriend van Etienne Vermeersch

Vlaanderen verliest belangrijke stem in het nationaal debat met Etienne Vermeersch (1934-2019)

Leonie Breebaart I Trouw - Nederland

Sceptisch, moedig, welbespraakt: met filosoof Etienne Vermeersch verliest Vlaanderen een belangrijke stem in het nationaal debat. 

Vorige week vrijdag, zo werd donderdag bekendgemaakt, overleed de 84-jarige de filosoof in Gent, de stad waar hij van 1967 tot 1997 als hoogleraar filosofie werkte. Hoewel Vermeersch, zoon van een Brugse spoorwegarbeider, bekend werd als atheïst, studeerde hij Klassieke Filologie bij de Jezuïeten. 

Etienne Vermeersch: quotes

Artikel
Etienne Vermeersch

'Wanneer ik kritiek uitoefen op christelijke teksten, dan ben ik een antichrist, wanneer ik kritiek uitoefen op het communisme, dan ben ik een agent van het kapitalisme, wanneer ik kritiek uitoefen op het antisemitisme, ben ik een linkse marxist. Zo heb ik al van alles gehoord.' Etienne Vermeersch

Ik ben geen Vlaams-nationalist, maar gewoon iemand die streeft naar rechtvaardigheid, ook in communautaire kwesties.  Etienne Vermeersch - 23 juli 2012, De Morgen.

Geloof mij niet, denk zelf na. Etienne Vermeersch

Ik beweer niet dat mijn inzicht altijd het juiste is, maar het is wel het resultaat van eerlijk onderzoek. Ik aanvaard dat anderen tot een andere conclusie komen, maar ik hoop dan wel dat ook zij hun huiswerk verricht hebben. Etienne Vermeersch - 20 november 2009, De Morgen.

Euthanasie: Etienne Vermeersch reageert

Etienne Vermeersch

Euthanasie: Etienne Vermeersch reageert

Knack I 22 november 2017

Het is pijnlijk te moeten ervaren dat mensen zich gekrenkt voelen door een uitspraak die helemaal niet voor hen bedoeld is. Ik heb dit meegemaakt in verband met de NIPT-test en het Downsyndroom. Nu is de heer Patrick Garré gekwetst (‘Het laatste woord’, Knack
nr. 46). Uit de context van mijn betoog blijkt nochtans duidelijk dat ik personen bedoelde die zich, veelal vanaf het begin van het euthanasiedebat, herhaaldelijk als tegenstander hebben geuit in de media – of toch wat euthanasie voor niet-terminale patiënten betreft. Wanneer zij zich nu opnieuw uitspreken in verband met psychisch lijden komt dat weinig overtuigend over omdat zij er sowieso vijandig tegenover staan. Je kunt natuurlijk niet uitsluiten dat zij sindsdien geconfronteerd werden met ernstig psychisch lijden, maar blijkbaar weegt dat niet op tegen hun dogmatische houding. Ik respecteer uiteraard hun lijden, maar het lijkt me dat zij daardoor geen ernstige bijdrage kunnen leveren om af te wegen wat wel en wat niet gewenst is op dat vlak. Dat is wat ik wilde zeggen. Misschien wat kort door de bocht, maar grondig nuanceren is in een interview meestal niet mogelijk.

Petra De Sutter en Etienne Vermeersch vallen in de prijzen op PRoF Awards

Artikel
belga

Professor Petra De Sutter en professor Etienne Vermeersch zijn in de prijzen gevallen op de PRoF Awards in Poperinge. PRoF is een denktank die zich bezig houdt met innovatieve concepten en toepassingen voor de zorgsector.

De Sutter won de Award voor Research in de Zorg, Vermeersch kreeg een Special Honorary Award. De organisatie bestaat zeven jaar en groeide in die periode van 40 naar 430 leden, vooral mensen uit de zorgsector. Jaarlijks komen ze samen op hun PRoF Lucas Themadagen waar ze hun awards uitreiken. Die verloopt volgens een stemming onder de leden van de denktank.

Sinds wanneer heeft de Kerk eerbied voor het leven?

Etienne Vermeersch

De Dijn vindt dat het de Kerk is die garant staat voor de absolute waarde van elk mensenleven. Komt hij van de planeet Mars? - Etienne Vermeersch

Natuurlijk moeten we mensen, met welke handicap ook, maximaal helpen

Etienne Vermeersch
Photo by Nathan Anderson on Unsplash

Filosoof Etienne Vermeersch is uitzonderlijk hard voor zijn collega Ignaas Devisch: 'Ik streef naar genetische correctie, niet naar genetische optimalisatie. Hier werd manifest gelogen.'

De discussie in 'De Afspraak' over de NIP-test en het Downsyndroom had betrekking op een samenvatting van een telefonisch interview met mij over het thema in De Morgen (3/6).

Pleidooi voor vrije keuze.

Etienne Vermeersch

De column ‘Hopen op uitsterven?’ (DS, 6 juni) van Ignaas Devisch (ID) , die schijnbaar over mijn visie op NIPT en op Downsyndroom gaat, week zover van mijn echte opvattingen af, dat ik het eerst hopeloos vond erop te reageren. In De Afspraak (6 juni) bleek echter dat zijn betoog niet het gevolg was van een onvermogen om correct een tekst te lezen, maar om bewuste kwade trouw. Immers, toen ik tekstueel het foutieve van zijn lectuur aantoonde, bleef hij toch in zijn richting doordrammen.

Ik geef maar een paar voorbeelden. Hij schreef driemaal dat mijn ‘enig uitgangspunt’ is: een ‘plicht tot genetische optimalisatie’ om ‘alle’ imperfecties uit de wereld te helpen. In mijn tekst stond echter tweemaal dat ik het alleen heb over ‘zware handicaps’, die algemeen erkend worden als ‘sterk nadelig voor het individu’. Ik voegde er nadrukkelijk aan toe dat ik niet ‘het nastreven van een volmaakt kind’ bedoelde. Verder vond ik dat inzake de keuze voor abortus na een diagnose van Down “de mentaliteit zal evolueren”; ID schreef me in het debat tweemaal de uitdrukking “moet evalueren” toe, om te bewijzen dat ik de vrijheid wil aantasten. Hoe kan iemand die zonder verpinken tegen de evidente waarheid ingaat, zich nog ethicus noemen?

Ik zou graag eens vernemen waar ik die 'essentie van de islam' kan vinden

Het is mogelijk dat sommige mensen door deze teksten gekrenkt worden; ze zijn echter niet de mijne, ik citeer alleen. Etienne Vermeersch

Othman El Hammouchi brengt opwerpingen naar voren waarmee moslims critici vaak de mond willen snoeren. Zelf citeren ze graag koranteksten; maar als je hen met koranteksten van antwoord dient, verwijzen ze naar een ‘immens corpus’ van commentaren die men zo nodig moet gelezen hebben om de koran te kunnen begrijpen. Die Allah is dus wel een vreemd wezen: hij wou even de waarheid aan zijn volgelingen mededelen in een ‘Openbaring’, maar die gelovigen kunnen dat alleen begrijpen als ze eerst de bespiegelingen van ‘duizenden’ ‘geleerden’ bestudeerd hebben. Die geleerden schreven vooral in het Arabisch, zodat de verpletterende meerderheid van de moslims (Aziaten), die onmogelijk kunnen kennen. Is dat niet te gek voor woorden? Als de koran werkelijk niet eens het citeren waard is, welk belang heeft het dan nog die te lezen, laat staan van buiten te leren?

Pleidooi tegen rootisme

Etienne Vermeersch

Door de recente gebeurtenissen in verband met het Turkse referendum komt een betoog dat ik sinds 2002 houd tegen rootisme opnieuw in de actualiteit.

Ik beschouw het meer en meer als een belangrijke opgave voor de komende jaren dat we mensen van ‘allochtone’ afkomst ervan overtuigen dat het rootisme, zowel om pragmatische als om ethische redenen een verkeerde houding is. Etienne Vermeersch

Godsdienst en onderwijs (opinie) - Etienne Vermeersch

Enerzijds moeten we dringend werk maken van een strikt wetenschappelijke, ook historische studie, van de godsdiensten - inclusief hun ‘Kriminalgeschichte’ - waarbij wezenlijke aspecten tot de ‘eindtermen’ moeten behoren. Anderzijds lijkt het me voor de echt gelovigen nuttig geconfronteerd te worden met een moderne ‘theologische’ visie op hun godsdienst: zo kan men jongeren wapenen tegen fundamentalisme en radicalisme.  Etienne Vermeersch

In zijn ‘Opinie’ over ‘Onderwijs’ (De Standaard 2 maart) schrijft Patrick Loobuyck dat ik in mijn vak, christendom, op ‘aanmatigende’ wijze suggereerde dat ik in Vlaanderen de enige was “die durfde te zeggen dat de Bijbelse wonderverhalen door mensen uitgedacht zijn en dat we nauwelijks iets weten over de historische Jezus enz. enz.” Deze volkomen onterechte bewering heeft me diep, zeer diep, gekrenkt. Sinds ik mij, vanaf de jaren ’60, publiek over allerlei standpunten begon te uiten, heb ik er mij steeds voor behoed mij laatdunkend over andere mensen uit te drukken. Als ik ooit anderen als persoon heb bekritiseerd, dan gebeurde dit nagenoeg alleen nadat ik zelf was aangevallen, en altijd met bewijzen van wat ik betoogde.