Johan Braeckman in De Afspraak over 'Nagelaten geschriften' van Etienne Vermeersch

Johan Braeckman & Dirk Verhofstadt (Etienne Vermeersch)

Met het overlijden van Etienne Vermeersch is een hele bibliotheek aan kennis en wijsheid teloorgegaan. Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt stonden aan het sterfbed van Etienne Vermeersch. Ze doken in het archief van Etienne Vermeersch en brengen met dit boek een eerbetoon aan de intellectuele erfenis van een van Vlaanderens belangrijkste filosofen.

Skeptische herinneringen aan Etienne Vermeersch

Het zal niemand zijn ontgaan dat Etienne Vermeersch, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, op 18 januari overleden is op de leeftijd van 84 jaar. Bij alle lof en eerbetoon die hem te beurt viel, is de belangrijke rol die hij speelde in de ‘skeptische beweging’ wat op de achtergrond geraakt. 

Er was op het einde van zijn leven dan ook weinig belangstelling daarvoor. Zelfs het boek In gesprek met Etienne Vermeersh, dat toch grondig op zijn opvattingen ingaat, besteedt maar weinig ruimte aan dat aspect. Dat komt ongetwijfeld omdat dit overschaduwd werd door de vele andere onderwerpen waar hij de publieke belangstelling mee haalde. 

Het is ook zo dat Vermeersch daar relatief weinig over geschreven heeft. De belangrijkste tekst over een skeptisch onderwerp is trouwens gebaseerd op de bandopname van een lezing die hij, zoals gewoonlijk, uit zijn hoofd hield. Wellicht heeft Vermeersch zich over die onderwerpen meer mondeling dan schriftelijk uitgedrukt. Wie hem daarover niet heeft horen spreken, zal wellicht nooit beseffen hoeveel belang hij daaraan hechtte.

Een beter idee over die belangstelling zal er misschien komen als ooit de krantenknipsels worden verzameld met de meningen die Vermeersch hierover formuleerde in de vorm van tribunes en vooral lezersbrieven in diverse bladen. Etienne Vermeersch was een van de weinige Vlaamse academici (naast de sterrenkundige Karel Cuypers) die in de jaren 1970 openlijk standpunten innam tegen pseudowetenschappelijke onzin.

Twee eigenschappen lijken hem daartoe te hebben aangezet: zijn eruditie en zijn moed om tegen de mening van anderen in te gaan. Om met dat laatste beginnen, het was in die tijd, in de zeer tolerante sfeer van het post-mei‘68-tijdperk heel normaal om allerlei ‘alternatieve’ waarheden te verkondigen: van voetmassage tot antroposofie, van handlezen tot scientology, het moest allemaal kunnen, zowel in TV-programma’s als lezingen van het Davidsfonds. Als de alternatieve opvatting tegen de gevestigde waarheden inging, was dat geen bezwaar. Wie er openlijk kritiek op formuleerde, was zo niet onverdraagzaam, dan toch onbeleefd.

Vermeersch formuleerde toen wèl kritiek, maar altijd vanuit een solide, bijna fenomenale kennis. Om even persoonlijk te worden: voor mij was hij veel meer een erudiet, een geleerde in de ouderwetse betekenis van het woord dan een filosoof, hoewel hij zichzelf wel degelijk als filosoof beschouwde. Dat hij een vrij grote belangstelling had voor wis- en natuurkunde, hoewel hij geen wiskundige opleiding had genoten, vond ik bijzonder boeiend. Je kon hem niet betrappen op een uitspraak over een onderwerp dat hij niet beheerste. Als hij iets niet kende, ging hij het eerst grondig bestuderen.

De rechtlijnigheid van Vermeersch, gecombineerd met zijn fenomenale kennis leidde toen al tot die eigenschap die hem ‘berucht’ zou maken: uitleggen waarom de ander ongelijk had. Ik herinner me nog een snede uit een lezersbrief in Humo (uit het geheugen geciteerd) “Overigens gooi ik niemand op de brandstapel. Voor mij mag iedereen in elfjes geloven, maar ik heb het recht om daar binnenpretjes over te hebben.” Vooral die ‘binnenpretjes’ zorgden voor boze reacties. Het was nog voor de tijd dat James Randi’s optreden over het paranormale hele zalen deed bulderen van het lachen. Vermeersch kende natuurlijk wel de humoristisch geschreven scherpzinnige artikels over pseudowetenschap van Martin Gardner.

Vermeersch’ kritische standpunten kregen meer uitstraling toen de BRT — zoals die toen nog heette — in 1986 een documentaire televisiereeks Vreemde krachten over het paranormale uitzond. Het was een aangekochte reeks, maar door de toenmalige wetenschapsredactie van de BRT onder Wim Offeciers bewerkt en aangevuld met commentaren en interviews. Elke uitzending werd afgesloten met de kritische opmerkingen van Etienne Vermeersch. Die zorgden soms voor kwade reacties vanwege de adepten van het paranormale. Zijn reputatie als skepticus (de term werd al in de reeks gebruikt) was gevestigd.

SKEPP

Etienne Vermeersch was een van de 13 stichters van de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale (SKEPP), op 8 juni 1990, samen met onder meer Wim Betz, Jean Paul Van Bendegem, Ronny Martens en mijzelf. Zijn rol in de oprichting was veel meer dan een formaliteit. Anderhalf jaar daarvoor al was hij betrokken bij intens overleg en samenwerking tussen Vlaamse skeptici, wat tot de oprichting van SKEPP zou leiden.

 

Afbeelding verwijderd.

Inderdaad hadden we, alvorens er ook maar aan te denken een vereniging op te richten, gepoogd om iedereen die kritisch nadacht over pseudowetenschappen bijeen te brengen. Een informeel groepje, waartoe ook Vermeersch behoorde, organiseerde een colloquium Para of Pseudo? dat, mede door de steun van Knack, veel belangstelling kreeg. Zelf hield Vermeersch toen zijn lezing Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale, waarover straks meer. Het elan van deze eerste grote bijeenkomst leidde min of meer vanzelf tot de oprichting van SKEPP.

Mijn allereerste contact met Vermeersch dateert van nog veel vroeger, maar ging ook al over pseudowetenschap. In 1978 nam ik met andere leden van de werkgroep Prometheus deel aan een gesprek met hem, in zijn bureau in de Gentse universiteit. Die groep was een paar jaar eerder gevormd binnen de Vereniging Voor Sterrenkunde en kan als een rechtstreekse voorganger van SKEPP worden beschouwd. We hielden ons vooral bezig met de kritische studie van de astrologie, een pseudowetenschap waar elke rechtgeaarde sterrenkundige van walgde.

Ik had zijn naam nog nooit eerder gehoord, maar op een of andere wijze wisten we dat Vermeersch als classicus en wetenschapsfilosoof nogal wat afwist over de oorsprong van de astrologie in de oudheid. Het gesprek gaf ons, die tot dan toe het onderwerp vrijwel uitsluitend vanuit de natuurwetenschappen hadden benaderd, een bredere kijk op het onderwerp.

Die informatie zou ons helpen bij het maken van een boek over astrologie, dat pas veel later, in 1995, zou verschijnen, en wel nadat dezelfde Etienne Vermeersch persoonlijk bij een uitgever had aangedrongen om het manuscript, dat al jaren af was, te bekijken.

Geheim wapen

Zeker in het begin, toen veel nog moest geregeld worden, was Etienne Vermeersch zeer belangrijk voor SKEPP. Hij hielp met raad en daad, onder meer door contacten te leggen. Hij was intussen al een vrij bekend mediafiguur geworden (wellicht voor een deel omdat er steeds meer oud-studenten van hem voor de media werkten, in de eerste plaats de krant De Morgen) en als de pers aandacht moest krijgen was het altijd gemakkelijker om Vermeersch naar voren te schuiven.

In 1990, nauwelijks enkele maanden na de oprichting van SKEPP vond in Brussel het (tweede) Europees Skeptisch Congres plaats. Op een persconferentie in café Falstaff, waar Vermeersch broederlijk naast James Randi en Paul Kurtz zat, kreeg de Belgische pers te horen dat er zoiets als een skeptische stroming bestond. Voor SKEPP was het in de beginfase een ongekende reclame.

Misschien nog belangrijker dan zijn mediabekendheid was de uitstraling die hij had bij studenten en medewerkers op de universiteit waar een hele generatie kritisch denkende jongeren werden gevormd, waarvan een aantal onder hen – en niet de minsten – actieve leden van SKEPP werden, ook als lag het niet in zijn aard om aan zieltjeswinnerij te doen.

Hij was wel meer dan een uithangbord. Zeker in de eerste jaren kwam hij regelmatig naar vergaderingen. Hij hield af en toe een voordracht of nam deel aan een discussie. Toen hij het evenwel steeds drukker kreeg (hij was in 1993 vicerector van zijn universiteit geworden) en ook meer voor andere onderwerpen gevraagd werd, nam hij meer een rol op de achtergrond in. Maar als het moest was hij present. Dan verkondigde hij de kritische stem waar geen speld tussen te krijgen was. Ons geheim wapen, zeiden we wel eens.

Een echt leidende rol in SKEPP wilde hij niet spelen. Hij werd nooit lid van het bestuur. Wel heeft hij in het begin de commissie voorgezeten die de Zesde Vijs en de Skeptische Put toekenden. Zoals kon worden verwacht was de keuze van die eerste laureaten onder zijn leiding even gemotiveerd als verrassend.

Toen bij hem gepolst werd of hij voorzitter van de vereniging wilde worden, wees hij dat meteen af. Velen onder ons zouden dat ongetwijfeld gewild hebben, maar achteraf gezien was het wellicht beter van niet. De buitenwereld zou ongetwijfeld SKEPP te veel geïdentificeerd hebben met Etienne Vermeersch (en omgekeerd) en dat had verwarrend kunnen zijn.

Apriori's

Want hoezeer hij ook de skeptische zaak ondersteunde, steeds had hij zijn eigen visie op het onderwerp. Vanaf het begin verdedigde hij de stelling dat paranormale verschijnselen eigenlijk niet kunnen bestaan. Dat blijkt al uit zijn eerder genoemde lezing “Wetenschappelijke apriori’s tegen het paranormale”. Sommige andere skeptici, zoals Rob Nanninga, de grote Nederlandse kenner van het paranormale, waren daar niet gelukkig mee. Als skepticus verwerp je in principe niets a priori, vonden zij. Je mag voor het grote publiek niet de indruk geven dogmatisch of vooringenomen te zijn.

Vermeersch’ opvatting was echter niet dogmatisch of vooringenomen. Vooreerst sprak hij – zoals alles waarover hij sprak – met kennis van zaken over de parapsychologie, over de vele onderzoekingen naar het paranormale. Tegelijk had hij een goede kennis van de moderne natuurkunde en zeker over het begrip energie (voor zijn doctoraat had hij een studie gemaakt van het verband tussen thermodynamica en informatietheorie). Paranormale verschijnselen waren daar duidelijk tegenstrijdig mee, zo meende hij. Wie daarin geloofde, aldus Vermeersch, kon de natuurkunde niet vertrouwen en zou daarom ook beter niet in een vliegtuig plaatsnemen!

Je kunt altijd theoretische discussies voeren of die apriori’s zo streng gelden, maar dit laatste bezwaar is er een met wel heel concrete gevolgen. Voor Vermeersch gold dat de wereld van de waarneembare verschijnselen rationeel te begrijpen is. Daar kan dus niet zomaar iets irrationeels in gebeuren.

Hoe dan ook, apriori’s tegen het paranormale formuleren is niet hetzelfde als het paranormale a priori verwerpen. Dat wist Vermeersch zeer goed. Zoals gezegd kende hij de klassieke gevallen van het parapsychologisch onderzoek, met alle discussies die er waren geweest over aangetoond en mogelijk bedrog. Al dat onderzoek had uiteindelijk zeer weinig en zeker niets spectaculairs opgeleverd. Vermeersch merkte dan ook op dat je, als je al duizend beweringen over het paranormale hebt bestudeerd en afgewezen, niet moet wachten op de duizend-en-eerste om een oordeel te vormen.

Die opvatting – die vrijwel elke rechtgeaarde skepticus deelt – betekende niet dat Vermeersch geen aandacht kon hebben voor wie echt met een paranormale ervaring afkwam. Ik herinner me nog, in de beginjaren, een besloten bijeenkomst van SKEPP waarin een man kwam vertellen over poltergeistverschijnselen (‘klopgeesten’) die hij in zijn huis had meegemaakt. Vermeersch luisterde zeer aandachtig en stelde indringende vragen met de grootste ernst. Geen enkel ogenblik kwam hij af met een afwijzing a priori van deze vreemde getuigenis. En achteraf had ook hij geen duidelijke verklaring hiervoor (die is er ook niet geweest: het hele verhaal heeft ook nooit verdere gevolgen gekregen).

Toen hij ouder werd nam hij vrijwel geen publieke standpunten meer in als het om pseudowetenschappen ging, maar het was voor zijn skeptische vrienden altijd mogelijk om hem te bellen en zijn mening of advies over een bepaald onderwerp te vragen. Wat ik nog meermaals gedaan heb. We konden nog altijd profiteren van zijn kennis en – misschien nog belangrijker, want veel zeldzamer – zijn wijsheid.

Zelfs mijn laatste boek, over de ster van Bethlehem, is er in zekere zin dank zij Etienne Vermeersch gekomen. Al in 1990 was ik zeer verwonderd dat een planetarium rond de kersttijd een voorstelling over de wetenschappelijke verklaring van de “ster” gaf. Ik vroeg zijn mening hierover en kreeg meteen een hele uitleg over antieke wonderverhalen waarin een ster verschijnt. Ik wist genoeg voor een eerste artikel hierover. Zowat een kwarteeuw later kwam het boek er, maar niet zonder dat ik hem opnieuw had geraadpleegd. Het zou de laatste keer worden dat hij me geholpen heeft.

Niemand is onvervangbaar, zo wordt gezegd, maar Etienne Vermeersch laat in de skeptische beweging een grote leemte achter, als geleerde en denker, maar ook als vriend en goede steun

Wat is godsdienst? (over wetenschap, religie, feiten en waarden)

OVER WETENSCHAP EN RELIGIE

Waar Rik Torfs schreef dat wetenschap wel over godsdienst kan spreken, maar haar niet kan vatten, is Etienne Vermeersch niet helemaal akkoord. Want wat een religie als waarheid neerzet, valt wel degelijk te toetsen. Maar dan moet je een onderscheid maken tussen feiten en waarden.

Etienne Vermeersch - Opiniestuk I De Standaard, 27 maart 2014

Wetenschapsfilosofie en rechtschapenheid 

Wetenschapsfilosofie en rechtschapenheid 

In mijn vorige bijdrage (‘Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen’, 'De Wereld Morgen') had ik gevraagd dat men niet op de man, maar op de bal zou spelen. Toch is er weer een pléiade van ‘wetenschapsfilosofen’ die mij in DWM aanvalt, zonder ook maar één van mijn formele beweringen te weerleggen. Hoewel ik dat normaal niet doe, moet ik dus ook even op de man (en de vrouw) spelen.

30 december 2011 I Etienne Vermeersch

Ik stel geen extreem hoge eisen aan mensen die zich wetenschapsfilosofen noemen. Wel veronderstel ik dat ze kunnen lezen en dat ze ‘Mensch’ zijn (Jiddisch voor een integer en eervol mens). In verband met intellectuele discussies veronderstelt zoiets dat men de relevante teksten van de opponent gelezen heeft en dat men duidelijk maakt waarmee men het oneens is, en waarom.

Onze ‘wetenschapsfilosofen’ vinden dat ik één enkel ideaal van wetenschap heb. Ik daag hen uit mij een meer genuanceerde studie van de verschillende types van wetenschap voor te leggen dan mijn artikel 'Enkele bijzondere aspecten van menswetenschappen' (1987)Etienne Vermeersch

In 1966 heb ik in mijn doctoraat (gepubliceerd in 1967) duidelijk gemaakt wat er waardevol bleef in het Logisch Empirisme en waarin het tekort schoot. Als iemand mijn stellingen van toen wil ontkrachten, mag hij/zij het altijd proberen; liefst voor een vol auditorium.

In 1969 heb ik twee artikels over het ontstaan van de experimentele methode geschreven, samen ongeveer 60 blz.; wie ze wil verbeteren, is welkom.

Zowel in de thesis, als in het boek dat ik samen met Johan Braeckman geschreven heb, zijn de naïeve opvattingen die de pléiade ons toeschrijft, van de tafel geveegd. In het boek staat uitdrukkelijk: “Dit in relatie brengen (van termen of zinnen met empirische gegevens) verwijst dan naar de praktijk volgens dewelke wetenschapsmensen hun taal in relatie brengen met de empirische feiten.” (‘praktijk’ onderstreept in de tekst).

De pléiade beledigt mij zelfs door te suggereren dat ik Lakatos en Laudan niet zou kennen. Ze zouden beter zelf eens proberen de inzichten van die mensen op de psychoanalyse toe te passen. In verband met Kuhn was ik de begeleider van de schitterende thesis van Freddy Verbruggen (2500 blz.) over de phlogistoncontroverse. Hieruit bleek dat Kuhn’s vage analyses geen stand houden bij nauwkeurig onderzoek van de historische feiten. Helen Longino, ten slotte had een en ander kunnen leren uit mijn artikels: “ Wissenschaft, Technik und Gesellschafskritik” (1973) en “La crédibilité des experts” (1976).

Een pléiade van 'wetenschapsfilosofen' suggereert dat ik Lakatos en Laudan niet zou kennen. Ze zouden beter zelf eens proberen de inzichten van die mensen op de psychoanalyse toe te passen.Etienne Vermeersch

Onze ‘wetenschapsfilosofen’ vinden dat ik één enkel ideaal van wetenschap heb. Ik daag hen uit mij een meer genuanceerde studie van de verschillende types van wetenschap voor te leggen dan mijn artikel “Enkele bijzondere aspecten van menswetenschappen” (1987). Ik eis uiteraard niet dat ze het zelf geschreven hebben.

Overigens gaan ze van de aantoonbaar verkeerde opvatting uit dat wij de pseudowetenschappen vooral bestrijden vanuit wetenschapsfilosofische uitgangspunten. Wij wijzen homeopathie af op basis van strikt fysische en scheikundige wetten. Wij bestrijden astrologie op basis van hedendaagse astronomie, psychologie en genetica en hetzelfde geldt voor de ‘paranormale’ fenomenen. Degenen die deze onzin willen verdedigen, op basis van hun ‘wetenschapsfilosofie’, mogen dat ook eens, weer voor een eivol auditorium, proberen.

Ik wil andermaal beklemtonen dat wij bepaalde stellingnamen gemeenschappelijk hebben, maar dat je de boeken en artikels van de leden van SKEPP niet zomaar aan de hele groep kunt toeschrijven. Wat ik bvb. over Jezus, of over het onsterfelijkheidsgeloof schrijf, daarvoor ben ik alleen verantwoordelijk.

Sommige leden van de pléiade zullen misschien zeggen: “Moeten wij dan de teksten van Vermeersch lezen?”. Voor mij hoeft dat niet. Maar als men mijn opvattingen bestrijdt, behoort het wel tot een elementair fatsoen daar eerst kennis van te nemen. Zelfs een opdracht aan een universiteit, of het lidmaatschap van een geleerd genootschap, biedt geen vrijbrief om zo inauthentiek te zijn dat je een tekst ondertekent over zaken waarvan je geen kennis genomen hebt.

 

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

Artikel
Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

 In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan. Hoewel ik tot nu toe noch inzake Zizek, noch inzake psychoanalyse en pseudowetenschappen, aan het woord kwam, heeft men mij er herhaaldelijk op negatieve wijze bij vermeld. Toch houd ik mij hier ver van persoonlijke aanvallen en laatdunkende uitspraken: ik preciseer alleen enkele standpunten. Wie het daar niet mee eens is, wordt verzocht aan te tonen dat de stellingnamen zelf onhoudbaar zijn; beledigingen zijn een bewijs dat men dit niet kan.

24 december 2011 I Etienne Vermeersch

Meer vrouwelijke wetenschapsters verdienen een standbeeld

Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Marie Curie

Er bestaat geen aimabeler intellectueel dan Etienne Vermeersch. En geen grotere aanhanger van het feminisme. Voor Wax blikt de Vlaamse denker terug op zijn woelige studentenjaren en op het feministisch reveil dat hem persoonlijk transformeerde. 'Ik vind het ergerlijk dat veel hedendaagse feministes nauwelijks iets weten over de strijd van de wetenschapsters uit het verleden.'

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Etienne Vermeersch

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Mislukt of niet, de klimaattop in Kopenhagen heeft volgens Etienne Vermeersch één verdienste: eindelijk is aan heel de wereld betrokkenheid gevraagd om een wereldwijd milieuprobleem aan te pakken. Maar we hebben nog een hele weg af te leggen als we onze planeet nog echt willen redden.Dit alles leidt ooit tot  de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde.

Terwijl ik dit schrijf verkeren we nog in het ongewisse over een eventueel resultaat van de klimaatconferentie in Kopenhagen. Bijna zeker moeten we geen bindende afspraken verwachten over de uitstoot van broeikasgassen. Toch kan een mislukt Kopenhagen op een aantal terreinen een keerpunt betekenen: sommige trends moeten we voortzetten; op andere punten moeten we bijschaven. Positief is dat men voor de eerste maal een akkoord nastreeft waarbij van iedereen een reële betrokkenheid bij het klimaatprobleem wordt verwacht.

Binnen het Kyoto-protocol hadden de ontwikkelingslanden geen eigen verplichtingen; wel konden de industrielanden er investeringen doen die de uitstoot beperkten. Kyoto is mislukt, maar Kopenhagen ging, althans qua inzet, een stap verder.

Van nu af aan zullen bij vergelijkbare conferenties, alle landen een stem in het kapittel hebben. Dat kan een louter symbolische vooruitgang lijken, maar dat symbool houdt in dat, althans in principe, alle regeringen akkoord gaan dat de milieuproblematiek iedereen aanbelangt.

Afvalbakken

Er was een lange weg nodig om daartoe te komen. Rachel Carson wees in 1962 (Silent Spring) op de wereldwijde gevolgen van het gebruik van DDT. Er kwam een tweede schok met het rapport van de Club van Rome in 1972 dat de draagkracht van de aarde onderzocht op het gebied van productie en consumptie; met als besluit dat er 'grenzen aan de groei' zijn. De petroleumcrisis van 1973 liet het bredere publiek aan den lijve de eindigheid van veel energiebronnen ondervinden. Op het officiële politieke niveau van de Verenigde Naties beklemtoonde het Rapport: 'Our Common Future' (1987) de planetaire omvang dit eindigheidsprobleem en de noodzaak van 'duurzame ontwikkeling' overal. Intussen had de eerste World Climate Conference (1979) de aandacht gevestigd op het broeikaseffect. De oprichting van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) in 1988 verleende aan dit specifieke thema een bijzondere dynamiek. De opeenvolgende rapporten van het IPPC beklemtoonden zowel de wereldwijde impact van 'climate change' , als de urgentie er iets aan te doen. Beide aspecten drongen nagenoeg overal tot de politieke leiders door, zodat daadwerkelijk handelen onvermijdelijk bleek.

Dit - relatief - succes had, paradoxaal genoeg, een keerzijde. Het ecologisch denken en handelen kreeg een enorme stimulans, maar tevens ontstond de neiging om het te herleiden tot het broeikaseffect. Zoals ik in mijn boek De Ogen van de Panda (1988) heb betoogd, is het milieuprobleem de ontsporing van een wereldsysteem dat ik het WTK-bestel noem en dat, onder de stuwkracht van de interactie van Wetenschap, Technologie en Kapitalistische economie, tot een ononderbroken expansie leidt. Hierbij worden de hulpbronnen: energievoorraden, vruchtbare bodem, zoetwater, grondstoffen, die allemaal een eindig karakter hebben, steeds sneller opgebruikt. Dit bestel produceert op een toenemende wijze afval, dat we in afvalbakken achterlaten. Maar al die afvalbakken zijn eindig: lucht, bodem, grondwater, oppervlaktewater en uiteindelijk de zeeën. Onvermijdelijk moeten die dus eens het niveau van onomkeerbare schade bereiken. Het broeikaseffect is daar één aspect van, maar op lange termijn wordt dit pollutieprobleem universeel. Uiteindelijk leidt dit alles tot de uitroeiing van dieren en planten: afnemen van de biodiversiteit en ooit tot de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde. Zo'n algemene karakterisering kan een breder inzicht bieden in de zin van het ecologisch handelen: zelfs als de klimaatsceptici (die de rol van de broeikasgassen overtrokken vinden) gelijk zouden hebben, verandert dat niets aan de vaststelling dat de fossiele brandstoffen die we nu gebruiken, eens uitgeput zullen zijn en dat binnenkort de tropische regenwouden zullen verdwijnen. Het reduceren van het probleem tot de klimaatverandering, kan ons vooral ook de grondslagen van de milieuproblematiek en de brede waaier van noodzakelijke oplossingen uit het oog doen verliezen.

Bevolkingsexplosie

De ontwikkeling van het WTK-bestel sinds circa 1750 in het Westen, maar wereldwijd sinds 1950, heeft vooreerst de voorwaarden geschapen voor een ongehoorde explosie van de wereldbevolking, maar heeft ook geleid tot een explosie van totaal nieuwe consumptiegoederen en een mentaliteitswijziging die de behoefte aan die goederen onophoudelijk stimuleert. De expansie van productiemiddelen en consumptiebehoeften vertoont een dynamiek die in de rijke landen al moeilijk in te tomen valt. Wanneer de armen, minstens op ethische gronden, op een enigszins vergelijkbaar niveau moeten komen, bijvoorbeeld minimaal vijf maal hun ecologische voetafdruk (per persoon) van nu, dan betekent dat voor een wereldbevolking van ongeveer negen miljard in 2050, een onvoorstelbare toename van consumptie en productie en dus ook van alle milieuproblemen in het spoor ervan. De gedachte dat ons 'ruimteschip aarde' dit, alleen door verbetering van de technieken aankan, getuigt van een verregaande irrationaliteit. In 1988 formuleerde ik het 'ethisch-ecologisch probleem' als volgt: 'Ons wereldsysteem zal de ecologische ineenstorting slechts kunnen uitstellen in de mate waarin aan het gelijkwaardigheidsbeginsel (tegenover de armen) afbreuk wordt gedaan.'

Dat het stopzetten van de bevolkingsexplosie, inclusief bij ons (veel grotere voetafdruk) een onontkoombare factor is van een oplossing, als (als!) die nog haalbaar is, zou voor iedereen een evidentie moeten zijn. Toch slagen alle internationale milieuconferenties er tot nu toe in dit basisprobleem volkomen te verdonkeremanen. Kan de mislukking van Kopenhagen eindelijk de redelijkheid ten goede komen?

Academici ongelukkig met uithaal politiek

Artikel
(ts)

Het is niet aan politici om te oordelen over wetenschappers, zeggen academici. De uithaal van SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte naar de zogenaamde commissie 2030 die zich boog over de toekomst van (kern)energie in ons land, veroorzaakt deining in de wetenschappelijke wereld. Op de opiniepagina van deze krant betogen de Leuvense professoren Johan Driesen en Geert Deconinck dat ,,het gevaarlijk is wetenschappers oplichters te noemen.''

The Passion of the Christ - Etienne Vermeersch: een historische film over Jezus is onmogelijk

Free photo - Jezus aan het kruis

Etienne Vermeersch: 'Een historische film over Jezus is onmogelijk'

Gibson baseert zich op de vier evangeliën, maar die spreken elkaar tegen'.

The Passion of the Christ zou een "onhistorische" film zijn, zo vinden de belangrijke religieuze groeperingen in dit land. "Natuurlijk is het een onhistorische film", reageert moraalfilosoof en bijbelkenner Etienne Vermeesch. "Ik zou dat ook zeggen, maar het verschil is dat de religieuzen ervan uitgaan dat de bijbel historische gegevens over Jezus bevat en dat is niet zo. Je kunt gewoon geen historische film over het leven van Jezus maken. Daarvoor zijn er veel te weinig gegevens over hem. Dit is zelfs geen dogmatische film, dit is pure fictie.

Het onbeschreven blad. Over de ontkenning van een aangeboren menselijke natuur.

Artikel
Etienne Vermeersch

Is de menselijke geest bij geboorte een `onbeschreven blad', en dus beïnvloedbaar door opvoeders, leraren en politici? En als het niet zo is, wat blijft er dan over van de vrije wil en het ideaal van maatschappelijke gelijkheid? Steven Pinker haalt in "Het onbeschreven blad" enkele heilige huisjes omver over de menselijke vrijheid en de autonome ziel. Etienne Vermeersch heeft "een grote waardering" voor dit werk.

Hoezo, christelijke waarden?

Etienne Vermeersch

De ontwikkeling van de wetenschappen, vooral sinds de zestiende eeuw, is in essentie te danken aan de Griekse wis- en natuurkunde, aangevuld met de Arabische rekenkunde en algebra. Het christendom heeft daar niets mee te maken. Etienne Vermeersch

 

Hoezo, christelijke waarden?

In opiniebijdragen over de christelijke waarden en de Europese grondwet werd de vraag gesteld of God nu taboe is. Mij valt een veel ernstiger taboe op: dat van de historische waarheid. 

Een eerste thema betreft de wortels van onze beschaving. Niemand betwist dat de Grieks-Romeinse cultuur en het christendom de basis gevormd hebben, met een Germaanse en een Slavische inbreng. Maar als je binnen deze invloeden gaat zoeken naar de doorslaggevende factor die onze beschaving gebracht heeft tot de unieke internationale positie die ze in de twintigste eeuw heeft bereikt, dan is het antwoord zonder meer: de wetenschap. De ontwikkeling daarvan, vooral sinds de zestiende eeuw, is in essentie te danken aan de Griekse wis- en natuurkunde, aangevuld met de Arabische rekenkunde en algebra. Het christendom heeft daar niets mee te maken.

Etienne Vermeersch

Er was ook de impact van de techniek en de kapitalistische economie, maar ook daarvan zijn de christelijke wortels ver te zoeken. Die wetenschap leidde tot een nieuwe filosofie in de zeventiende en de achttiende eeuw, waarbinnen ook de ideeën over onder meer vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit hun huidige betekenis kregen. Net zoals met de wetenschap fungeerde de christelijke traditie hier essentieel als een dominante structuur waartegen men zich afzette. In algemene regel is het onjuist dat de godsdiensten eeuwenlang de ,,intellectuele software'' leverden voor hun maatschappijen, maar als je de rol van ,,steen des aanstoots'' ook een bijdrage noemt, geldt dat wel enigszins voor het christendom.

De tweede vraag betreft de invloed van de ,,christelijke waarden'' op het verloop van de geschiedenis. Dat alle mensen voor God (Amon) gelijk zijn, zei men in Egypte al in 2000 v.C.: ,,Ik maakte de grote overstroming zodat de arme man er zijn deel van zou hebben zoals de rijke man; ik maakte iedere mens zoals zijn medemens.'' Ook de naastenliefde en de werken van barmhartigheid (de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden...) waren daar al gangbaar rond 1000 v.C.. "Bemin uw vijanden" vinden we vanaf de zevende eeuw v.C. zowel in Egypte als in Babylonië, en rond 500 v.C. kende men in China de Gulden Regel "doe een ander niet aan wat je niet zou willen dat die andere jou aandoet''. Een paar eeuwen vóór Christus verkondigden de stoïcijnen al dat wij allen in menselijke waardigheid gelijk zijn en dat wij een algemene mensenliefde (filanthropia) moeten nastreven.

Hiermee wil ik de bijdrage van de evangeliën niet minimaliseren. In twee parabels, Mattheus, 25, 31-46 en Lucas, 10,30-37, worden die waarden zo mooi geformuleerd dat ze veel mensen hebben ontroerd en beïnvloed; en tijdens de eerste drie eeuwen onderscheidde het christendom zich op markante wijze door caritatieve activiteiten (wat we thans ook bij islamitische groepen vaststellen) en vooral door een radicaal pacifisme.

Maar dat is niet het hele verhaal. Heel vroeg al vertoonde het christendom ook inhumane trekken: de haat tegen joden en ketters, de ondergeschikte positie van de vrouw en vooral: de goedkeuring van de slavernij. En toen de Kerk in de vierde eeuw een alliantie aanging met de staat, raakte (in het Westen) de liefdadigheid op het achterplan en werd het pacifisme overal vervangen door een verheerlijking van het geweld. Van dan af werden massa's heidenen, ketters, joden, moslims, protestanten, katholieken, noem maar op, in naam van het geloof vervolgd of vermoord. De bloedige godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw en de uitbuiting en uitroeiing van ,"wilden" in de kolonies, met de missionering als excuus, vormden wel absolute dieptepunten, maar genocide onder christenen bleef tot het eind van de twintigste eeuw in Europa een gruwelijke realiteit.

Een tweede eeuwenlange negatie van de zogenaamd christelijke waarden van vrijheid, gelijkheid en liefde, was het instandhouden van de slavernij. In de bijbel, maar ook bij de kerkvaders en theologen tot in de zeventiende eeuw, werd dit instituut aanvaard en verdedigd. Vanaf de vijfde eeuw was de kerk de grootste slavenhouder van Europa en zelfs toen de slavernij in het noorden om economische redenen verdween, bleef die in Zuid-Europa bestaan: priesters, kloosterlingen, bisschoppen en zelfs de paus hadden tot ver in de achttiende eeuw slaven.

De handel in negerslaven (zestiende tot achttiende eeuw), zo mogelijk nog gruwelijker dan de holocaust, was volledig in handen van christenen en gebeurde met kerkelijke goedkeuring. In de zo bijbelvaste Verenigde Staten verdween de slavernij pas na een bloedige burgeroorlog (1865) en in Zuid-Amerika hadden ook kloosters nog slaven tot ver in de negentiende eeuw. In het orthodoxe Rusland werd de slavernij al in 1881 afgeschaft, maar in het katholieke Brazilië gebeurde dat pas in 1888. Als er achttien eeuwen nodig waren vooraleer al die gelovigen, zowel leken als hiërarchie, tot het inzicht kwamen dat slavernij een onduldbare aantasting was van de menselijke waardigheid, dan is er met dat christelijke erfgoed wel iets misgelopen. En waar waren de liefde en de verdraagzaamheid toen de joden eeuw na eeuw door die christenen werden vernederd, vervolgd en vermoord? Moeten we herhalen dat de Shoah plaatsvond in een land dat in verpletterende meerderheid katholiek of protestants was, zonder dat de hoogste kerkelijke leiders daar ook maar iets tegen inbrachten?

Wie verder nog het lijstje afloopt van de kruistochten, de inquisitie, culminerend in het levend verbranden van onschuldige heksen, de onderdrukking van de vrouw, het onbegrip voor de sociale problemen in de negentiende eeuw, enzovoorts, kan niet anders dan besluiten dat geen enkele godsdienst, ideologie of beweging, door de geschiedenis heen een zo breed spoor van bloed en tranen, van verdrukking en uitbuiting, van dood en vernieling achter zich gelaten heeft, als het christendom.

Ik betwist niet dat het evangelie nu en dan voor christenen een inspiratiebron geweest is om zich in te zetten voor hun medemens, maar de keerzijde van de medaille is zo verschrikkelijk dat er weinig reden is om naar die christelijke waarden te verwijzen als een uniek erfgoed waarop we fier zouden mogen zijn.

In de ethische tradities die vanuit Egypte en Babylonië, via joods-christelijke en Grieks-Romeinse overlevering tot ons zijn gekomen, zitten waardevolle elementen. Maar de god van het christendom heeft daar geen alleenrecht op, en wij allen, kinderen van deze beschaving, moeten vooral beschaamd zijn dat onze voorouders er, doorheen die hele geschiedenis, zo weinig respect voor betoond hebben.

Misschien is nu de tijd gekomen om ze niet langer als pionnen op het schaakspel van ethische discussies te zien, maar om ze nu eens eindelijk, in hun Verlichte formulering, voor ons continent en voor de wereld, tot hun recht te laten komen.

Referenties:

tekst van de europese grondwet GrondwetEuropa.nl EUGrondwet.nl

Het Scheermes van Ockham

Artikel
Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Ockham

Skeptici hangen dogmatisch geen enkel principe aan, maar zoals alle mensen met gezond verstand gebruiken ze vuistregels die al talloze malen hun praktische of theoretische bruikbaarheid bewezen hebben. Zodra echter blijkt dat deze vuistregels niet volstaan, zullen ze andere gebruiken. Een eenvoudig voorbeeld: wanneer je iemand konijntjes uit een hoed ziet halen, dan is de vuistregel te denken dat hij een goochelaar is; iemand die onmiddellijk denkt dat daarbij bovennatuurlijke krachten gebruikt worden, is tot nu toe altijd tot de bevinding gekomen dat hij "teveel" verondersteld had. 

Waarom een perpetuum mobile onmogelijk is.

Artikel
Etienne Vermeersch

Zonder te willen in twijfel trekken dat het nuttig kan zijn zich voor te stellen hoe een heelal er zou uitzien zonder de tweede hoofdwet van de thermodynamica en uiteraard zonder het belang te betwisten van een zo goed mogelijke definitie van de begrippen die in de fysica gebruikt worden, moet men toch de volgende bedenkingen maken over fysische theorieën.