Wat is godsdienst? (over wetenschap, religie, feiten en waarden)

OVER WETENSCHAP EN RELIGIE

Wat is godsdienst?

Waar Rik Torfs schreef dat wetenschap wel over godsdienst kan spreken, maar haar niet kan vatten, is Etienne Vermeersch niet helemaal akkoord. Want wat een religie als waarheid neerzet, valt wel degelijk te toetsen. Maar dan moet je een onderscheid maken tussen feiten en waarden.

Etienne Vermeersch - Opiniestuk I De Standaard, 27 maart 2014

Mijn probleem met de column van Rik Torfs (DS 24 maart) over wetenschap en religie betreft zijn opvatting over godsdienst. Wie van 'kunst' een definitie zoekt, kan bij uitspraken daarover van kunstenaars en onderzoekers gemeenschappelijke kenmerken opsporen. Daarbij zou het vreemd zijn de opvatting van enkele individuen als de enig waardevolle voor te stellen.

Om te achterhalen wat 'godsdienst' is, kun je een vergelijkbaar onderzoek opzetten. Laten we ons voorlopig beperken tot de monotheïstische godsdiensten. Daarin vinden we zowel gezaghebbende teksten, 'Openbaringen', als geleerde studies van hoog niveau. Kenmerkend voor die godsdiensten is dat zij beweren 'waarheden' voor te houden. Nagenoeg alle gelovigen tot in de 17de eeuw waren ervan overtuigd dat je een aantal van die uitspraken in hun letterlijke betekenis als absolute waarheid moest aanvaarden. De drie belangrijkste hadden als gemeenschappelijke overtuiging dat er één God is, almachtig, oneindig wijs en oneindig goed, die de wereld geschapen heeft. Voor de christenen was Jezus van Nazareth niet alleen mens, maar ook 'Zoon van God' en tevens 'God'. De moslims waren ervan overtuigd dat God geen zoon had en dat Jezus alleen maar mens was. Voor de joden was Jezus irrelevant en zou er zeker nog een messias komen.

Die denkbeelden werden door niemand als 'louter symbolisch' opgevat: de visies van de anderen vond men volkomen onjuist en zelfs verderfelijk. Ook nu nog denken vele honderden miljoenen gelovigen van die godsdiensten daar ongeveer hetzelfde over. Sinds de 18de eeuw zijn er onderzoekers die aan sommige van die 'waarheden' een 'symbolische' betekenis toeschrijven, maar de keuzes die ze hierbij maken, zijn nogal uiteenlopend. Protestanten loochenen de blijvende maagdelijkheid van Maria. Meer en meer christenen verwerpen nu zelfs de maagdelijke geboorte van Jezus, maar enkelen onder hen vatten de 'verrijzenis van Jezus' dan weer letterlijk op. Toch zijn er gelovigen die ook dit verhaal als symbolisch beschouwen.

De evolutietheorie

Ik vermeld dit alles omdat ik wel aanneem dat mensen zoals Rik Torfs en astrofysicus Gerard Bodifée (Reyers laat, 18 maart) over de betekenis van godsdienstige uitspraken heel eigen, specifieke opvattingen hebben. Maar ik vind het vreemd dat ze soms de indruk wekken dat hun visie representatief is voor de gangbare opvattingen over godsdienst en de functie ervan. Doen het diepgaande geloof en de ingrijpende praktijken van alle gelovigen vóór de 17de eeuw en van talloze gelovigen van thans, er dan helemaal niet toe?

Wie die godsdiensten objectief bestudeert, stelt vast dat ze beweringen voorhouden, die, als ze waar zijn, waarneembare gevolgen hadden of hebben. Op basis van die teksten zijn er in de 21ste eeuw honderden miljoenen mensen die de evolutietheorie verwerpen. De uitspraken van de Bijbel en de Koran over de vrouw hebben nu nog immense maatschappelijke gevolgen. Zelfs de meerderheid van de katholieke hiërarchie verdedigt op basis van de Bijbel het exclusief mannelijke priesterschap. Weten zij dan niet hoe je godsdienst moet interpreteren? Ook op ethisch gebied kan je over religies oordelen vellen. De jongeren die naar Syrië trekken vinden de zingeving van hun bestaan inderdaad in hun geloof, maar is dat zo positief?

'Bemin uw vijanden'

Inderdaad, 'waarheden' die geen enkel concreet gevolg hebben voor onze natuurlijke of socio-culturele wereld, zijn niet voor wetenschap vatbaar, maar ze leren ons ook niets. 'Bijvoorbeeld: 'er bestaat een God, waarover niemand iets kan weten'. Uitspraken die wel een feitelijk karakter hebben, zoals: 'Jezus was de eerste die "bemin uw vijanden" predikte', zijn wel vatbaar voor wetenschappelijk onderzoek: in dit geval met een negatieve uitkomst.

De feitelijke aanwezigheid van ethische houdingen en van zingevingen kun je met allerlei directe of indirecte methodes achterhalen en ook de impact van deze ethiek en zingeving op het individu en de maatschappij kunnen we inschatten.

Kortom, je kunt het debat over deze thema's op een redelijke wijze voeren als we niet zozeer een onderscheid maken tussen wetenschap en godsdienst, maar veeleer tussen feiten en waarden. Beweringen over feiten - natuurlijke, psychologische, sociale en culturele - kun je op hun waarheidsgehalte toetsen met rationele methodes.

Wat de attitudes van ethische, esthetische of zingevende aard betreft, die beoordelen we op hun waarde door de gevolgen ervan voor het individu of de maatschappij na te gaan. Daarbij vertrek je natuurlijk niet vanuit wetenschappelijke gegevens, maar vanuit onze basiswaarden, individuele, of in ruime kring aanvaarde, zoals de rechten van de mens.

 

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

Artikel
Etienne Vermeersch

 In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan. Hoewel ik tot nu toe noch inzake Zizek, noch inzake psychoanalyse en pseudowetenschappen, aan het woord kwam, heeft men mij er herhaaldelijk op negatieve wijze bij vermeld.

Toch houd ik mij hier ver van persoonlijke aanvallen en laatdunkende uitspraken: ik preciseer alleen enkele standpunten. Wie het daar niet mee eens is, wordt verzocht aan te tonen dat de stellingnamen zelf onhoudbaar zijn; beledigingen zijn een bewijs dat men dit niet kan.

Meer vrouwelijke wetenschapsters verdienen een standbeeld

Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Marie Curie

Er bestaat geen aimabeler intellectueel dan Etienne Vermeersch. En geen grotere aanhanger van het feminisme. Voor Wax blikt de Vlaamse denker terug op zijn woelige studentenjaren en op het feministisch reveil dat hem persoonlijk transformeerde. 'Ik vind het ergerlijk dat veel hedendaagse feministes nauwelijks iets weten over de strijd van de wetenschapsters uit het verleden.'

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Etienne Vermeersch

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Mislukt of niet, de klimaattop in Kopenhagen heeft volgens Etienne Vermeersch één verdienste: eindelijk is aan heel de wereld betrokkenheid gevraagd om een wereldwijd milieuprobleem aan te pakken. Maar we hebben nog een hele weg af te leggen als we onze planeet nog echt willen redden.Dit alles leidt ooit tot  de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde.

Terwijl ik dit schrijf verkeren we nog in het ongewisse over een eventueel resultaat van de klimaatconferentie in Kopenhagen. Bijna zeker moeten we geen bindende afspraken verwachten over de uitstoot van broeikasgassen. Toch kan een mislukt Kopenhagen op een aantal terreinen een keerpunt betekenen: sommige trends moeten we voortzetten; op andere punten moeten we bijschaven. Positief is dat men voor de eerste maal een akkoord nastreeft waarbij van iedereen een reële betrokkenheid bij het klimaatprobleem wordt verwacht.

Binnen het Kyoto-protocol hadden de ontwikkelingslanden geen eigen verplichtingen; wel konden de industrielanden er investeringen doen die de uitstoot beperkten. Kyoto is mislukt, maar Kopenhagen ging, althans qua inzet, een stap verder.

Van nu af aan zullen bij vergelijkbare conferenties, alle landen een stem in het kapittel hebben. Dat kan een louter symbolische vooruitgang lijken, maar dat symbool houdt in dat, althans in principe, alle regeringen akkoord gaan dat de milieuproblematiek iedereen aanbelangt.

Afvalbakken

Er was een lange weg nodig om daartoe te komen. Rachel Carson wees in 1962 (Silent Spring) op de wereldwijde gevolgen van het gebruik van DDT. Er kwam een tweede schok met het rapport van de Club van Rome in 1972 dat de draagkracht van de aarde onderzocht op het gebied van productie en consumptie; met als besluit dat er 'grenzen aan de groei' zijn. De petroleumcrisis van 1973 liet het bredere publiek aan den lijve de eindigheid van veel energiebronnen ondervinden. Op het officiële politieke niveau van de Verenigde Naties beklemtoonde het Rapport: 'Our Common Future' (1987) de planetaire omvang dit eindigheidsprobleem en de noodzaak van 'duurzame ontwikkeling' overal. Intussen had de eerste World Climate Conference (1979) de aandacht gevestigd op het broeikaseffect. De oprichting van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) in 1988 verleende aan dit specifieke thema een bijzondere dynamiek. De opeenvolgende rapporten van het IPPC beklemtoonden zowel de wereldwijde impact van 'climate change' , als de urgentie er iets aan te doen. Beide aspecten drongen nagenoeg overal tot de politieke leiders door, zodat daadwerkelijk handelen onvermijdelijk bleek.

Dit - relatief - succes had, paradoxaal genoeg, een keerzijde. Het ecologisch denken en handelen kreeg een enorme stimulans, maar tevens ontstond de neiging om het te herleiden tot het broeikaseffect. Zoals ik in mijn boek De Ogen van de Panda (1988) heb betoogd, is het milieuprobleem de ontsporing van een wereldsysteem dat ik het WTK-bestel noem en dat, onder de stuwkracht van de interactie van Wetenschap, Technologie en Kapitalistische economie, tot een ononderbroken expansie leidt. Hierbij worden de hulpbronnen: energievoorraden, vruchtbare bodem, zoetwater, grondstoffen, die allemaal een eindig karakter hebben, steeds sneller opgebruikt. Dit bestel produceert op een toenemende wijze afval, dat we in afvalbakken achterlaten. Maar al die afvalbakken zijn eindig: lucht, bodem, grondwater, oppervlaktewater en uiteindelijk de zeeën. Onvermijdelijk moeten die dus eens het niveau van onomkeerbare schade bereiken. Het broeikaseffect is daar één aspect van, maar op lange termijn wordt dit pollutieprobleem universeel. Uiteindelijk leidt dit alles tot de uitroeiing van dieren en planten: afnemen van de biodiversiteit en ooit tot de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde. Zo'n algemene karakterisering kan een breder inzicht bieden in de zin van het ecologisch handelen: zelfs als de klimaatsceptici (die de rol van de broeikasgassen overtrokken vinden) gelijk zouden hebben, verandert dat niets aan de vaststelling dat de fossiele brandstoffen die we nu gebruiken, eens uitgeput zullen zijn en dat binnenkort de tropische regenwouden zullen verdwijnen. Het reduceren van het probleem tot de klimaatverandering, kan ons vooral ook de grondslagen van de milieuproblematiek en de brede waaier van noodzakelijke oplossingen uit het oog doen verliezen.

Bevolkingsexplosie

De ontwikkeling van het WTK-bestel sinds circa 1750 in het Westen, maar wereldwijd sinds 1950, heeft vooreerst de voorwaarden geschapen voor een ongehoorde explosie van de wereldbevolking, maar heeft ook geleid tot een explosie van totaal nieuwe consumptiegoederen en een mentaliteitswijziging die de behoefte aan die goederen onophoudelijk stimuleert. De expansie van productiemiddelen en consumptiebehoeften vertoont een dynamiek die in de rijke landen al moeilijk in te tomen valt. Wanneer de armen, minstens op ethische gronden, op een enigszins vergelijkbaar niveau moeten komen, bijvoorbeeld minimaal vijf maal hun ecologische voetafdruk (per persoon) van nu, dan betekent dat voor een wereldbevolking van ongeveer negen miljard in 2050, een onvoorstelbare toename van consumptie en productie en dus ook van alle milieuproblemen in het spoor ervan. De gedachte dat ons 'ruimteschip aarde' dit, alleen door verbetering van de technieken aankan, getuigt van een verregaande irrationaliteit. In 1988 formuleerde ik het 'ethisch-ecologisch probleem' als volgt: 'Ons wereldsysteem zal de ecologische ineenstorting slechts kunnen uitstellen in de mate waarin aan het gelijkwaardigheidsbeginsel (tegenover de armen) afbreuk wordt gedaan.'

Dat het stopzetten van de bevolkingsexplosie, inclusief bij ons (veel grotere voetafdruk) een onontkoombare factor is van een oplossing, als (als!) die nog haalbaar is, zou voor iedereen een evidentie moeten zijn. Toch slagen alle internationale milieuconferenties er tot nu toe in dit basisprobleem volkomen te verdonkeremanen. Kan de mislukking van Kopenhagen eindelijk de redelijkheid ten goede komen?

Academici ongelukkig met uithaal politiek

Artikel
(ts)

Het is niet aan politici om te oordelen over wetenschappers, zeggen academici. De uithaal van SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte naar de zogenaamde commissie 2030 die zich boog over de toekomst van (kern)energie in ons land, veroorzaakt deining in de wetenschappelijke wereld. Op de opiniepagina van deze krant betogen de Leuvense professoren Johan Driesen en Geert Deconinck dat ,,het gevaarlijk is wetenschappers oplichters te noemen.''

The Passion of the Christ - Etienne Vermeersch: een historische film over Jezus is onmogelijk

Free photo - Jezus aan het kruis

Etienne Vermeersch: 'Een historische film over Jezus is onmogelijk'

Gibson baseert zich op de vier evangeliën, maar die spreken elkaar tegen'.

The Passion of the Christ zou een "onhistorische" film zijn, zo vinden de belangrijke religieuze groeperingen in dit land. "Natuurlijk is het een onhistorische film", reageert moraalfilosoof en bijbelkenner Etienne Vermeesch. "Ik zou dat ook zeggen, maar het verschil is dat de religieuzen ervan uitgaan dat de bijbel historische gegevens over Jezus bevat en dat is niet zo. Je kunt gewoon geen historische film over het leven van Jezus maken. Daarvoor zijn er veel te weinig gegevens over hem. Dit is zelfs geen dogmatische film, dit is pure fictie.

Het onbeschreven blad. Over de ontkenning van een aangeboren menselijke natuur.

Artikel
Etienne Vermeersch

Is de menselijke geest bij geboorte een `onbeschreven blad', en dus beïnvloedbaar door opvoeders, leraren en politici? En als het niet zo is, wat blijft er dan over van de vrije wil en het ideaal van maatschappelijke gelijkheid? Steven Pinker haalt in "Het onbeschreven blad" enkele heilige huisjes omver over de menselijke vrijheid en de autonome ziel. Etienne Vermeersch heeft "een grote waardering" voor dit werk.

Hoezo, christelijke waarden?

Etienne Vermeersch

De ontwikkeling van de wetenschappen, vooral sinds de zestiende eeuw, is in essentie te danken aan de Griekse wis- en natuurkunde, aangevuld met de Arabische rekenkunde en algebra. Het christendom heeft daar niets mee te maken. Etienne Vermeersch

 

Hoezo, christelijke waarden?

In opiniebijdragen over de christelijke waarden en de Europese grondwet werd de vraag gesteld of God nu taboe is. Mij valt een veel ernstiger taboe op: dat van de historische waarheid. 

Een eerste thema betreft de wortels van onze beschaving. Niemand betwist dat de Grieks-Romeinse cultuur en het christendom de basis gevormd hebben, met een Germaanse en een Slavische inbreng. Maar als je binnen deze invloeden gaat zoeken naar de doorslaggevende factor die onze beschaving gebracht heeft tot de unieke internationale positie die ze in de twintigste eeuw heeft bereikt, dan is het antwoord zonder meer: de wetenschap. De ontwikkeling daarvan, vooral sinds de zestiende eeuw, is in essentie te danken aan de Griekse wis- en natuurkunde, aangevuld met de Arabische rekenkunde en algebra. Het christendom heeft daar niets mee te maken.

Etienne Vermeersch

Er was ook de impact van de techniek en de kapitalistische economie, maar ook daarvan zijn de christelijke wortels ver te zoeken. Die wetenschap leidde tot een nieuwe filosofie in de zeventiende en de achttiende eeuw, waarbinnen ook de ideeën over onder meer vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit hun huidige betekenis kregen. Net zoals met de wetenschap fungeerde de christelijke traditie hier essentieel als een dominante structuur waartegen men zich afzette. In algemene regel is het onjuist dat de godsdiensten eeuwenlang de ,,intellectuele software'' leverden voor hun maatschappijen, maar als je de rol van ,,steen des aanstoots'' ook een bijdrage noemt, geldt dat wel enigszins voor het christendom.

De tweede vraag betreft de invloed van de ,,christelijke waarden'' op het verloop van de geschiedenis. Dat alle mensen voor God (Amon) gelijk zijn, zei men in Egypte al in 2000 v.C.: ,,Ik maakte de grote overstroming zodat de arme man er zijn deel van zou hebben zoals de rijke man; ik maakte iedere mens zoals zijn medemens.'' Ook de naastenliefde en de werken van barmhartigheid (de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden...) waren daar al gangbaar rond 1000 v.C.. "Bemin uw vijanden" vinden we vanaf de zevende eeuw v.C. zowel in Egypte als in Babylonië, en rond 500 v.C. kende men in China de Gulden Regel "doe een ander niet aan wat je niet zou willen dat die andere jou aandoet''. Een paar eeuwen vóór Christus verkondigden de stoïcijnen al dat wij allen in menselijke waardigheid gelijk zijn en dat wij een algemene mensenliefde (filanthropia) moeten nastreven.

Hiermee wil ik de bijdrage van de evangeliën niet minimaliseren. In twee parabels, Mattheus, 25, 31-46 en Lucas, 10,30-37, worden die waarden zo mooi geformuleerd dat ze veel mensen hebben ontroerd en beïnvloed; en tijdens de eerste drie eeuwen onderscheidde het christendom zich op markante wijze door caritatieve activiteiten (wat we thans ook bij islamitische groepen vaststellen) en vooral door een radicaal pacifisme.

Maar dat is niet het hele verhaal. Heel vroeg al vertoonde het christendom ook inhumane trekken: de haat tegen joden en ketters, de ondergeschikte positie van de vrouw en vooral: de goedkeuring van de slavernij. En toen de Kerk in de vierde eeuw een alliantie aanging met de staat, raakte (in het Westen) de liefdadigheid op het achterplan en werd het pacifisme overal vervangen door een verheerlijking van het geweld. Van dan af werden massa's heidenen, ketters, joden, moslims, protestanten, katholieken, noem maar op, in naam van het geloof vervolgd of vermoord. De bloedige godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw en de uitbuiting en uitroeiing van ,"wilden" in de kolonies, met de missionering als excuus, vormden wel absolute dieptepunten, maar genocide onder christenen bleef tot het eind van de twintigste eeuw in Europa een gruwelijke realiteit.

Een tweede eeuwenlange negatie van de zogenaamd christelijke waarden van vrijheid, gelijkheid en liefde, was het instandhouden van de slavernij. In de bijbel, maar ook bij de kerkvaders en theologen tot in de zeventiende eeuw, werd dit instituut aanvaard en verdedigd. Vanaf de vijfde eeuw was de kerk de grootste slavenhouder van Europa en zelfs toen de slavernij in het noorden om economische redenen verdween, bleef die in Zuid-Europa bestaan: priesters, kloosterlingen, bisschoppen en zelfs de paus hadden tot ver in de achttiende eeuw slaven.

De handel in negerslaven (zestiende tot achttiende eeuw), zo mogelijk nog gruwelijker dan de holocaust, was volledig in handen van christenen en gebeurde met kerkelijke goedkeuring. In de zo bijbelvaste Verenigde Staten verdween de slavernij pas na een bloedige burgeroorlog (1865) en in Zuid-Amerika hadden ook kloosters nog slaven tot ver in de negentiende eeuw. In het orthodoxe Rusland werd de slavernij al in 1881 afgeschaft, maar in het katholieke Brazilië gebeurde dat pas in 1888. Als er achttien eeuwen nodig waren vooraleer al die gelovigen, zowel leken als hiërarchie, tot het inzicht kwamen dat slavernij een onduldbare aantasting was van de menselijke waardigheid, dan is er met dat christelijke erfgoed wel iets misgelopen. En waar waren de liefde en de verdraagzaamheid toen de joden eeuw na eeuw door die christenen werden vernederd, vervolgd en vermoord? Moeten we herhalen dat de Shoah plaatsvond in een land dat in verpletterende meerderheid katholiek of protestants was, zonder dat de hoogste kerkelijke leiders daar ook maar iets tegen inbrachten?

Wie verder nog het lijstje afloopt van de kruistochten, de inquisitie, culminerend in het levend verbranden van onschuldige heksen, de onderdrukking van de vrouw, het onbegrip voor de sociale problemen in de negentiende eeuw, enzovoorts, kan niet anders dan besluiten dat geen enkele godsdienst, ideologie of beweging, door de geschiedenis heen een zo breed spoor van bloed en tranen, van verdrukking en uitbuiting, van dood en vernieling achter zich gelaten heeft, als het christendom.

Ik betwist niet dat het evangelie nu en dan voor christenen een inspiratiebron geweest is om zich in te zetten voor hun medemens, maar de keerzijde van de medaille is zo verschrikkelijk dat er weinig reden is om naar die christelijke waarden te verwijzen als een uniek erfgoed waarop we fier zouden mogen zijn.

In de ethische tradities die vanuit Egypte en Babylonië, via joods-christelijke en Grieks-Romeinse overlevering tot ons zijn gekomen, zitten waardevolle elementen. Maar de god van het christendom heeft daar geen alleenrecht op, en wij allen, kinderen van deze beschaving, moeten vooral beschaamd zijn dat onze voorouders er, doorheen die hele geschiedenis, zo weinig respect voor betoond hebben.

Misschien is nu de tijd gekomen om ze niet langer als pionnen op het schaakspel van ethische discussies te zien, maar om ze nu eens eindelijk, in hun Verlichte formulering, voor ons continent en voor de wereld, tot hun recht te laten komen.

Referenties:

tekst van de europese grondwet GrondwetEuropa.nl EUGrondwet.nl

Het Scheermes van Ockham

Artikel
Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Ockham

Skeptici hangen dogmatisch geen enkel principe aan, maar zoals alle mensen met gezond verstand gebruiken ze vuistregels die al talloze malen hun praktische of theoretische bruikbaarheid bewezen hebben. Zodra echter blijkt dat deze vuistregels niet volstaan, zullen ze andere gebruiken. Een eenvoudig voorbeeld: wanneer je iemand konijntjes uit een hoed ziet halen, dan is de vuistregel te denken dat hij een goochelaar is; iemand die onmiddellijk denkt dat daarbij bovennatuurlijke krachten gebruikt worden, is tot nu toe altijd tot de bevinding gekomen dat hij "teveel" verondersteld had. 

Waarom een perpetuum mobile onmogelijk is.

Artikel
Etienne Vermeersch

Zonder te willen in twijfel trekken dat het nuttig kan zijn zich voor te stellen hoe een heelal er zou uitzien zonder de tweede hoofdwet van de thermodynamica en uiteraard zonder het belang te betwisten van een zo goed mogelijke definitie van de begrippen die in de fysica gebruikt worden, moet men toch de volgende bedenkingen maken over fysische theorieën.

Over wetenschap, politiek en onwetendheid

Etienne Vermeersch

 'Eén van de bepalingen in het wetsontwerp-Colla is een aanval op het wezenlijkste dat ons nog van de Verlichting rest'.

Begin november publiceerden negentien wetenschappers en wijsgeren een kritiek op het wetsontwerp inzake de alternatieve geneeswijzen van minister van Volksgezondheid Marcel Colla. Op 19 november werd dit stuk in De Morgen aangevallen door Serge Gutwirth (G) en Koen Raes (R). Dit artikel kan ik niet zomaar laten voorbijgaan. Meerdere mensen van de "negentien" ken ik persoonlijk en ik weet goed dat hun wetenschap hen nooit belet heeft zich in het maatschappelijk gebeuren te engageren. Dat men zulke mensen meent te moeten herinneren aan Hiroshima en "dokter" Mengele, gaat mij te ver. Verder heeft men het over positivistische zelfgenoegzaamheid en over het aanmatigende beeld van de wetenschap, daar waar de "negentien" duidelijk stellen: "Wetenschap is een proces van vallen en opstaan, waarbij dwalingen en misleidingen uiteraard voorkomen. Geen enkele instelling of groep van geleerden heeft daarbij de waarheid in pacht". Wie enige notie heeft van wetenschapsgeschiedenis beseft dat wetenschappers individueel of in groepsverband door allerlei factoren worden beïnvloed, maar ook dat een groeiende consensus van specialisten op lange termijn het belangrijkste criterium van betrouwbaarheid is dat deze wereld kent. De simplificerende uitspraken van G en R kunnen daar niets aan veranderen; maar over al die zaken gaat het hier niet.