Aanvaardingsrede door prof. Etienne Vermeersch bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011

Artikel

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden. Etienne Vermeersch

 

Een van de Bijbelpassussen die Bertrand Russell volgens zijn autobiografie zijn hele leven door gekoesterd heeft, is de aanmaning in Exodus 32:2: "Thou shall not do evil, following a multitude", "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad."

Alle verhoudingen in acht genomen, meen ik toch iets met Russell gemeen te hebben. Ook voor mij geldt dat ik mijn leven lang telkens opnieuw gepoogd heb het ware en het goede te zoeken op het gebied van kennis, ethiek en maatschappijordening. En ook al was het niet zozeer de bekoring van de menigte die voor mij problemen stelde, toch was er ook dat besef soms alleen te staan. Dit kwam bij mij vooral tot uiting in de ontmoeting met mensen die dezelfde doelen leken na te streven en toch tot andere conclusies kwamen.

Sinds mijn vroege kinderjaren was het voor mij een bevreemdende en vaak ook pijnlijke vaststelling te moeten ervaren dat mensen die ik als eerlijk en intelligent beschouwde, toch op allerlei gebieden van mening verschilden.

Ook binnen het levensbeschouwelijk milieu waarin ik opgroeide, het katholiek Vlaamse, waren de tegenstellingen al legio. In mijn familie waren er zwarten en witten, diepgelovigen en meer geseculariseerden. Aan de ene kant had ik een tante nonneke die moeder-overste was en aan de andere kant een neef die als paardendief achter de tralies vloog.

Naarmate ik opgroeide, kregen die tegenstellingen een meer intellectueel karakter: wat was de waarheid inzake de oorsprong van de werkelijkheid, inzake het ontstaan en de evolutie van het leven en inzake de zin van het bestaan? Op het godsdienstige vlak was ik geïntrigeerd door de onontkoombaarheid van de predestinatieleer van Augustinus. De nogal vroege lectuur van Dostojevski confronteerde mij met de figuur van de grootinquisiteur in "De gebroeders Karamazov" die, op ethisch-politieke gronden, Jezus in de gevangenis gooit, en ook de tegenstelling tussen Aljosja en Ivan versterkte mijn gevoeligheid voor die moeilijke zoektocht naar de juiste levens- en wereldbeschouwing.

En dan was er het contact met Walschap; vooral met zijn "Zuster Virgilia", dat mijn tot dan toe onaangetaste geloof aan het wankelen bracht. Ik was toen een goeie 17 jaar oud en vanaf die tijd wist ik dat ik niet meer op het gezag van anderen kon steunen: ik zou mijn weg naar het ware en het goede zelf moeten zoeken. Toch was er één houvast waaraan ik onwrikbaar trouw bleef: van waarden zoals goedheid, vriendschap, liefde, rechtvaardigheid kon ik geen afstand doen, maar zonder God kon ik er geen fundament meer voor vinden. Onder de invloed van de lectuur van existentialistische teksten, zag ik de oplossing in een blinde sprong naar God; wat tevens, paradoxaal genoeg, terug een sprong naar het dogma was. Maar de kiem van de twijfel was niet meer uit te roeien en zo kwam ik er vijf jaar later toe elke bevoogding van het denken af te zweren en stap voor stap in de richting te gaan van wat we vrijzinnigheid noemen: het vrije denken.

Dat was echter geen orgelpunt; eerder het begin van een tocht die nog altijd niet beëindigd is en slechts bij mijn dood een afsluiting zal vinden.

Toch heb ik intussen al een lange weg afgelegd in de confrontatie met een brede waaier van wetenschappelijke, wijsgerige, ethische en maatschappelijke problemen. En daarvoor heeft men mij nu de Prijs Vrijzinnig Humanisme toegekend.

Wanneer ik vaststel wie mij in deze prijs is voorgegaan, dan kan ik alleen maar vereerd en dankbaar zijn. Sommigen onder hen heb ik goed gekend, anderen wat minder, maar allen hebben hem eer aangedaan.

Heel in het bijzonder ben ik er blij om dat twee mensen die in mijn ontwaken in de vrijzinnigheid een belangrijke rol hebben gespeeld, deze prijs gekregen hebben: Leo Apostel en Jaap Kruithof.

Ik hecht er dus aan de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en al degenen die gemeend hebben dat ik voor deze eer in aanmerking kwam, van harte te danken. Al heel lang heb ik de gedachte aan een eeuwige beloning afgewezen, en ik heb ook niet geleefd in de verwachting zo'n aardse prijs te krijgen. Immers: "Niet in het snijden van de padi is de vreugde", zegt Multatuli, "de vreugde is in het snijden van de padi die men geplant heeft." Het reizen zelf geeft meestal meer bevrediging dan de eindbestemming van een reis. Maar we zijn allemaal, zolang we niet in grootheidswaan leven, enigszins onzeker over de waarde van onze keuzes en daden. De waardering van anderen kan daarom, in momenten van twijfel of moedeloosheid, als steun en aanmoediging heel welkom zijn.

Sta mij toe op dat punt iets dieper in te gaan. Ik begon mijn uiteenzetting met Russells verwijzing naar "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad." De reden waarom ook ik dat Bijbelwoord koester, heeft te maken met het feit dat ik heel vaak in mijn pogingen tot vrij denken tegen de ene of andere stroom ben moeten ingaan. Soms had ik aloude tegenstanders tegen mij, maar nu en dan ook medestanders.

Mijn hameren op de Kriminalgeschichte van het christendom werd vaak afgedaan als een uiting van rancune over mijn verleden en mijn huidige kritiek op de islam wordt als bekrompen onwetendheid en islamofobie geduid, en dit in uiteenlopende kringen. Zo heb nu eens vriend, dan weer vijand tegen mij in het harnas gejaagd in uiteenlopende polemieken:

  • door mijn argumentatie tegen het bestaan van de god van de Tenach, het Nieuwe Testament en de Koran;
  • bij mijn aanvallen op de pseudowetenschappen en vooral de alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie;
  • in de strijd tegen de Orde van de Geneesheren en voor de patiëntenrechten;
  • in het debat over kruisbeelden in de rechtbanken en nu over godsdienstige symbolen in scholen en bij ambtenaren;
  • bij mijn radicaal afwijzen van het sovjetcommunisme en de Chinese culturele revolutie;
  • bij mijn ijveren voor de contraceptie-, abortus- en euthanasiewetgeving;
  • bij mijn waarschuwingen voor de bevolkingsexplosie;
  • bij mijn inzet voor dierenwelzijn en nu tegen het slachten zonder verdoving;
  • bij mijn studie over de berging van kernafval;
  • bij mijn standpunten inzake experimenten op embryo's;
  • bij het verdedigen van de SP na de Agustacrisis;
  • bij het aantonen van de misvattingen inzake de multiculturele samenleving;
  • bij het bewijzen van de neonazioorsprong van het Vlaams Blok;
  • bij het verdedigen van de Eerste Golfoorlog;
  • bij het veroordelen van de Tweede Golfoorlog;
  • bij het ontwerpen van richtlijnen voor het repatriëren van asielzoekers;
  • bij de verdediging van de standpunten van het Vlaams parlement via de Gravensteengroep;
  • enz. enz.

Zoals de voorbeelden ten overvloede duidelijk maken, kwamen de aanvallen niet altijd uit dezelfde hoek. Toen ik bij een verkiezingsuitzending op tv het neonaziverleden van het Vlaams Blok ter sprake bracht, kreeg ik een massa scheldwoorden over mij, maar ook veel instemming bij allochtonen. Maar toen ik het probleem van de godsdienstige symbolen en de hoofddoek eveneens op tv naar voren bracht, waren de reacties natuurlijk omgekeerd.
Bij mijn aanvallen op het christendom schrok men niet terug voor het dreigement voor mij te zullen bidden. Toen ik het later over de islam had, waren de reacties ook niet mals: van gebeden bleef ik gespaard, maar er waren wel doodsbedreigingen. En zo kan ik nog een hele tijd verdergaan.

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden.

Zo zijn sommigen momenteel niet alleen radicaal tegen de islam, maar ook radicaal voor de politiek van Israël. Anderen verzetten zich tegen Israël en vergoelijken of minimaliseren dan weer de impact van Hamas. Ik kan noch het een, noch het ander. Ik heb ingezien dat aan de Palestijnen veel onrecht is aangedaan en dat zij dus mijn steun verdienen, maar dat belet mij niet de islamistische en antisemitische ontsporingen aan de kaak te stellen.

Toen men mij na de Eerste Golfoorlog in 1991 aanbood het voorzitterschap waar te nemen van een colloquium tussen progressieve Palestijnen en Israëli's, heb ik dat aanvaard. Die opdracht bood mij de mogelijkheid om zowel mijn rationeel denken als mijn emotionele betrokkenheid in dienst te stellen van authentieke pogingen tot vrede. Maar weer stond ik voor die pijnlijke vaststelling dat mensen van wie ik het oprechte streven naar het ware en het goede niet kon loochenen, het zo moeilijk hadden om de gevoeligheden van de anderen te begrijpen.

Dergelijke ervaringen van vereenzaming en soms van twijfel heb ik meermalen gehad: de pijnlijkste was wel de confrontatie met het leed van mensen die na een afgewezen asielaanvraag het land moeten verlaten. In ieder afzonderlijk geval raakt je gemoed vol en zou je de uitwijzing stop willen zetten; maar je weet dat die houding, geëxtrapoleerd op populatieschaal, ons sociaal systeem totaal zou ontwrichten.

Op die momenten dacht ik er soms aan dat ik mijn wetenschappelijke loopbaan was begonnen in de klassieke filologie met een studie over de dood, de doden en de onderwereld in de Griekse tragedie. Een boeiend onderwerp. Ik dacht ook aan het begin van mijn filosofisch onderzoek over de betekenis van de informatietheorie, de cybernetica en de elektronische breinen voor de studie van de mens. Zou ik er niet beter aan gedaan hebben vooral in die richtingen te publiceren en een rustige academische loopbaan uit te bouwen? Maar dan denk ik weer aan de stimulans die Leo Apostel, Jaap Kruithof en Hugo Van den Enden mij gegeven hebben om ook de andere, meer maatschappelijke, roeping van de filosoof te volgen.

Ik denk ook dat de slotzin van Van Eedens "Kleine Johannes", die mij in mijn jeugd zo ontroerd heeft, mij nu en dan wakker geschud zou hebben: "Toen wendde Johannes langzaam het oog van Windekinds wenkende gestalte af en strekte de handen naar den ernstigen mensch. En met zijnen begeleider ging hij den killen nachtwind tegemoet, den zwaren weg naar de groote, duistere stad, waar de menschheid was en haar weedom."

Etienne Vermeersch
Gent, 21 juni 2011

Laudatio uitgesproken bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 aan emeritus prof. dr. Etienne Vermeersch

Artikel
Johan Braeckman
Laudatio uitgesproken bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 aan emeritus prof. dr. Etienne Vermeersch

Dames en heren,

Clement Attlee, de politieke rivaal van Winston Churchill, stond bekend als zeer bescheiden. Churchill merkte op dat Attlee dan ook veel had om bescheiden over te zijn. Nu is bescheidenheid niet de eerste karaktertrek die men in verband brengt met Etienne Vermeersch, maar er is dan ook veel waarover hij onbescheiden mag zijn.

Prof. Etienne Vermeersch reageert op vraagsteller (video)

Prof. Etienne Vermeersch reageert op vraagsteller 

Dinsdag 22 maart 2011.

Opgenomen in Auditorium E (Universiteit Gent), waar Etienne Vermeersch tientallen jaren 'Historisch overzicht van de wijsbegeerte' gaf.

Producent opname: Tom Schoepen, © 2011.

Regie: Benny Vandendriessche.

Etienne Vermeersch: reactie op Hans Geybels (lezersbrief)

Artikel
Etienne Vermeersch

Natuurlijk vermelden de evangeliën de liefde tot God en de mensen, maar dat is niet typisch christelijk: dat stond al in het Oude Testament. Bovendien vindt men aansporingen tot naastenliefde - zelfs 'bemin uw vijanden' - in Egyptische en Babylonische teksten, vele eeuwen vóór het ontstaan van de Bijbel. Etienne Vermeersch

 

Hans Geybels heeft iets tegen mijn 'oneliners' ('Jezus kroop niet bij de mensen in bed', Knack nr. 12). Voor zichzelf ziet hij daar
geen graten in: zo zou de kern van het evangelie luiden: 'bemin God en bemin uw naaste'; wel staat hij open voor de mening van anderen die alleen naar de naastenliefde verwijzen, of naar de eucharistie. Al die oneliners zijn echter fundamenteel fout.

Wie wil weten wat de kern van het 'euangelion', de boodschap van de apostelen, was doet er nog altijd goed aan het Nieuwe Testament te lezen. Het komt hierop neer: men moet geloven dat Jezus de zoon van God is, de Messias, die mens geworden is om door zijn lijden, dood en verrijzenis de mensen van de zonde te verlossen, en om aan allen die in hem geloven de verrijzenis en het eeuwig leven te garanderen. De doopsbelijdenissen en de 'credo's' of 'symbola' waren bedoeld om duidelijk te maken wat de kern van het nieuwe 'geloof' was. In geen enkele van deze credo's, ook het thans gangbare, kwam ooit het woord 'naastenliefde' voor. Natuurlijk vermelden de evangeliën de liefde tot God en de mensen, maar dat is niet typisch christelijk: dat stond al in het Oude Testament. Bovendien vindt men aansporingen tot naastenliefde - zelfs 'bemin uw vijanden' - in Egyptische en Babylonische teksten, vele eeuwen vóór het ontstaan van de Bijbel.

In de visie van Geybels zou het christendom dus helemaal niets nieuws gebracht hebben. Hij vindt ook nergens in het evangelie dat God de mensen straft; ik wel: 'ga weg van mij vervloekten in het eeuwige vuur...' (Mt. 25, 41 en 46). 'Strikt genomen mag de heteroseksuele daad alleen bedreven worden in de context van vruchtbaarheid.' Na de menopauze mogen vrouwen dus niet meer huwen? Zelfs Ratzinger zou zoiets niet durven te zeggen.

Of mijn visie op de hoofddoek uit buikgevoel voortkomt, kan iedereen nagaan die de 'oneliner' van 10.420 woorden op mijn webstek raadpleegt. Wat wel op buikgevoel berust, is het geloof in een leven na de dood. Bijna 2 miljard mensen geloven in hemel en hel, en ongeveer evenveel in wedergeboorte. Het buikgevoel lijkt weinig eenstemmig. Er is overigens geen enkele aanwijzing voor een voortbestaan van de mens, en er zijn talloze argumenten tegen.

Etienne Vermeersch 

Universiteit Gent verliest met Jaap Kruithof een van zijn iconen

Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Jaap Kruithof

 'Hij heeft vele duizenden studenten leren nadenken’.

Jaap Kruithof is niet meer. De bekende Gentse filosoof overleed gisteren op 79-jarige leeftijd. Generaties studenten aan de Universiteit Gent hingen aan zijn lippen tijdens de lessen Ethica en Waardenfilosofie. 'Zijn invloed is dan ook nauwelijks te onderschatten', zegt professor-emeritus Etienne Vermeersch.

Is dat nu een mens?

Etienne Vermeersch
Roman 'De Welwillenden'

Etienne Vermeersch vertelt waarom u het boek "De welwillenden" moet lezen. 'Het greep me naar de keel'.

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

 

Etienne Vermeersch over openbaring en slavernij (bijbel en koran) - Desmet Live (Nederland)

Desmet Live heeft Prof. Dr. Etienne Vermeersch te gast. Vermeersch (1934) wordt ’de invloedrijkste intellectueel van Vlaanderen’ genoemd. Is emeritus hoogleraar filosofie en adviseur van de liberale ex-premier van België Guy Verhofstadt. Raadde destijds Hugo Claus aan om niet te lang te wachten met euthanasie. Voorbeeld voor Nederlandse humanisten en vrijdenkers. Theodor Holman praat met hem over God en gebod, over Vlaanderen en Nederland, over het rechts-extremisme van Filip de Winter en waarom je zijn ideeën niet mag vergelijken met die van Geert Wilders (18.05 uur, Radio 5).

 

In memoriam Hugo Van den Enden

Etienne Vermeersch

Morgen vindt de uitvaart plaats van Hugo Van den Enden, emeritus hoogleraar van de Universiteit Gent. Ik heb het voorrecht gehad samen met deze briljante student een levensbeschouwelijke ommekeer mee te maken. In het academiejaar 59-60 volgden wij bij de professoren Apostel en Kruithof seminaries over kennisleer, antropologie en ethiek. Wij werden gestimuleerd om bijna wekelijks papers' te schrijven waarin wij een standpunt moesten formuleren over de meest uiteenlopende onderwerpen.

In memoriam: professor Hugo Van den Enden

Etienne Vermeersch
Ethicus Hugo Van Den Enden

In memoriam Hugo Van den Enden (lijkrede)

Bij de uitvaart van Simone de betreurde vrouw van Hugo, had hij mij gevraagd een tekst voor te lezen die hijzelf geschreven had; ik heb daar een paar details aan toegevoegd zonder hem ontrouw te zijn, en hij apprecieerde dat.

Voor hetgeen ik vandaag om hem te gedenken moet zeggen, sta ik er alleen voor, maar ik denk dat het mijn opgave is hier getuigenis af te leggen van wie hij geweest is en om hem trouw te blijven zal ik hem ook zoveel mogelijk zelf aan het woord laten.

Na vier jaar euthanasiewet (evaluatie)

Wim Distelmans, Etienne Vermeersch, e.a.

'De euthanasiewet heeft niet tot de ontsporingen geleid die sommigen voor onvermijdelijk hielden.' 

De Standaard — DE wet die euthanasie onder strikte voorwaarden mogelijk maakte werd op 22 september 2002 van kracht. Het initiatief was vrij gedurfd. In tegenstelling tot Nederland was er bij ons immers geen lange periode van juridische tolerantie aan voorafgegaan of geen jurisprudentie die geleidelijk aan was gegroeid. Tot op de vooravond van het in voege treden van de wet, werd euthanasie in ons land nog beschouwd als moord met voorbedachten rade en liepen er nog gerechtelijke onderzoeken in dat verband. Het voorstel had de steun gekregen van een groot deel van de bevolking, zoals bleek uit verschillende opiniepeilingen, en talrijke persoonlijkheden uit alle milieus, duizenden artsen inbegrepen, wilden dat de legalisatie er kwam. Niettemin hadden de hiërarchische oversten van de katholieke kerk, bepaalde verenigingen van geneesheren en verscheidene prominenten uit het milieu van justitie er zich openlijk vijandig tegen uitgesproken. 

Nu de wet vier jaar bestaat en twee rapporten gepubliceerd werden door de Federale Controlecommissie, over meer dan duizend legale toepassingen van euthanasie, is het misschien goed om na te gaan of de wet haar doelstellingen heeft bereikt. En of ze diegenen die hun vrees en reserve hadden geuit heeft kunnen geruststellen. Heeft ze een eind kunnen maken aan de controverse die eraan was voorafgegaan?

Doel van het uit de strafwet halen van euthanasie, was de mogelijkheid om de wil te eerbiedigen van ongeneeslijk zieke patiënten in een toestand van ondraaglijk lijden, die wensten te sterven met medische hulp. Door een juiste en gecontroleerde praktijk van de euthanasie toe te laten wilde men ook een eind stellen aan de clandestiene euthanasie, vaak uitgevoerd met ongeschikte medische middelen.

Het aantal toepassingen van euthanasie in overeenstemming met de wet, en waarvan dus aangifte werd gedaan bij de Federale Controlecommissie, kende een gemiddelde van 19 per maand in 2003, 29 in 2004 en 30 in 2005. In al die gevallen was er sprake van ernstige ongeneeslijke aandoeningen, die met veel lijden gepaard gingen, voornamelijk kanker en neurologische aandoeningen. De jaarlijkse toename van het aantal aanvragen werd verwacht en kan als normaal beschouwd worden, al is het maar omdat de mogelijkheden die de wetgeving biedt over het omgaan met het levenseinde beter bekend raken, zowel bij de bevolking als bij de geneesheren.

De alarmistische voorspellingen die lieten geloven dat legalisatie een golf van euthanasieaanvragen zou veroorzaken zijn niet uitgekomen. De voornaamste reden is uiteraard de wil om ondanks alle lijden verder te leven, zolang het leven maar draaglijk blijft. De uitgebreide palliatieve zorg die in ons land bestaat, kan velen daarbij helpen. Daarnaast zijn de legale voorschriften zeer strikt. En dan is er nog de terughoudendheid op grond van ideologische of filosofische redenen, zowel bij sommige patiënten als bij sommige artsen, en ook toegestaan door de wet, of zijn er de praktische moeilijkheden die bij deze uitzonderlijke medische handeling komen kijken. Ook de emotionele draagkracht die van de arts vereist wordt, speelt een rol. Euthanasie wordt daardoor zo goed als onmogelijk als er geen nauwe persoonlijke relatie heeft bestaan tussen de patiënt en zijn geneesheer. Ten slotte moeten we nog de tegenkanting bij de directie van meestal katholieke verzorgingsinstellingen vermelden; zij zien euthanasie in hun instellingen niet zitten en geven dat min of meer openlijk toe.

De frequentie van clandestiene euthanasiegevallen sinds de wet in werking trad, blijft iets waar geen uitsluitsel over bestaat. Er mag echter aangenomen worden dat het om een miniem aantal gaat: het risico op een rechtsprocedure werkt waarschijnlijk meer ontradend dan de verplichting om een verklaringsdocument op te stellen.

Een onverwacht en gunstig gevolg van de legalisatie is dat de euthanasie vaak bij de patiënt thuis gebeurt, het gaat om zo'n veertig procent van de gevallen. Die vaststelling, de veel voorkomende aanwezigheid van de naasten gedurende de handeling en het rustige en snelle intreden van de dood maken dat euthanasie, uitgevoerd in een gunstige familiale context en in de juiste medische omstandigheden, in vele gevallen een menswaardig levenseinde kan betekenen.

De gevorderde leeftijd van de patiënten is verder geen factor geweest die euthanasie in de hand zou werken, in tegenstelling tot wat sommigen hadden gevreesd. Zoals blijkt, betreft de grote meerderheid van de euthanasietoepassingen patiënten uit de leeftijdsgroep van 40 tot 79 jaar. En daar waar vijftig procent van sterfgevallen na 80 jaar plaatsvinden, gaat het bij euthanasie om minder dan twintig procent patiënten uit die leeftijdsgroep.

Er werd geen enkele toepassing van euthanasie vastgesteld die manifest de legale voorschriften zou overtreden hebben. En wat
de invasie' van zieken uit het buitenland betreft, waarvoor sommigen ons wilden waarschuwen, welnu, ze is er niet gekomen omdat het een wettelijke vereiste is (die ook in de verklaring voor de Commissie figureert) dat de arts de patiënt regelmatig en voor een voldoende lange periode heeft gevolgd. Wat er in de praktijk op neerkomt dat die patiënt in België moet verblijven en verzorgd worden.

We kunnen dus, samenvattend, besluiten dat de depenalisatie van euthanasie haar rol heeft vervuld. Ze heeft patiënten die met de dood geconfronteerd worden in een toestand van zwaar lijden, en die er duidelijk om verzoeken, de mogelijkheid gegeven medische bijstand te krijgen voor een rustige en snelle dood, op het door hen gekozen tijdstip. De euthanasiewet heeft niet tot de ontsporingen geleid die sommigen voor onvermijdelijk hielden. 

 

Wim Distelmans (arts en professor VUB), Marc Englert (arts en professor emeritus ULB), Philippe Grollet (advocaat en voorzitter van het Centre d'Action Laïque), Etienne Vermeersch (filosoof, professor emeritus UGent), Sabien Bauwens (psychologe, AZ-VUB), Dominique Bron(arts, professor ULB), Walter De Bondt(jurist, professor UGent en VUB), Edouard Delruelle(filosoof, professor Ulg), Sonja Eggerickx(voorzitster Unie van Vrijzinnige Verenigingen), Léon Favyts(voorzitter Recht op Waardig Sterven), Béatrice Figa(huisarts), Jacqueline Herremans(advocate, voorzitster van de Association pour le Droit de Mourir dans la Dignité), Roger Lallemand(erevoorzitter van de Senaat), Yves-Henri Leleu(jurist, professor ULg), Philippe Maassen(huisarts), Michel Magits(jurist, vice-rector VUB), Raymond Mathys(arts, erediensthoofd oncologie ZNA), Jeanine-Anne Stiennon-Heuson(biologe, professor emeritus UMH), Bert Van Camp(arts, rector VUB)

 

Interview met een gevreesd docent in Guido Campus Magazine

Artikel
Etienne Vermeersch

Technisch gezien geniet professor Etienne Vermeersch al geruime tijd van een welverdiend pensioen na een lange carrière als hoogleraar aan de Gentse universiteit. Toch is vandaag geen academicus bekender bij het grote publiek dan hij. Als moraalfilosoof heeft Vermeersch bijna overal een mening over, en hij verkondigt die graag en met verve. "Krijg je veel lezersbrieven?" vraagt Vermeersch terwijl hij een nummer van Guido Campus Magazine doorbladert. "Nee? Dan zal het niet controversieel genoeg zijn." Laten we daar dan maar vlug verandering in brengen. Shoot, professor! Shoot, by all means!

Etienne Vermeersch: veertig jaar rechtlijnig denken

Artikel
Ludo Abicht

‘Mensen die slapen, trekken zich terug in hun eigen wereld; mensen die wakker zijn leven in een gemeenschappelijke wereld.’ (Heraclitus, Spreuk 15) Met dit motto opent de filosoof en ethicus Etienne Vermeersch aan het begin van zijn emeritaat de verzameling essays die een overzicht bieden van zijn denken sinds het begin van de jaren zestig. Hij had evengoed Spreuk 19 kunnen gebruiken: ‘Tenzij je het onverwachte verwacht, zal je de waarheid nooit vinden, want ze is moeilijk om te ontdekken en moeilijk om te grijpen.’