Sinds wanneer heeft de Kerk eerbied voor het leven?

Etienne Vermeersch

De Dijn vindt dat het de Kerk is die garant staat voor de absolute waarde van elk mensenleven. Komt hij van de planeet Mars? - Etienne Vermeersch

Het morele statuut van het embryo (bis) - Van hellend vlak naar goede balans

Het morele statuut van het embryo (bis) Van hellend vlak naar goede balans

Respect voor alle stadia van een mensenleven, Etienne Vermeersch vindt dat een belangrijk en dwingend gegeven. Alleen is het nooit absoluut: de invulling ervan hangt samen met hoe een samenleving evolueert, ook in haar denken over ethische kwesties.

Etienne Vermeersch I De Standaard - Opinie, 22 april 2014

— De Vlaamse rectoren nemen gezamenlijk de verdediging op van het wetenschappelijk onderzoek inzake embryo's en verzetten zich tegen het burgerinitiatief One of us, dat de Europese Commissie oproept dit onderzoek te verhinderen (DS 10 april). Collega Herman De Dijn (DS 19 april) geeft toe dat de rectoren terecht verwijzen naar de vooruitgang op medisch gebied die deze experimenten tot stand kunnen brengen. Hij vindt echter dat ze aan de kern van de zaak voorbijgaan: 'Als het menselijk embryo, ook al is het slechts potentieel menselijk leven, dezelfde waardigheid heeft als een mens, en als menselijke waardigheid niet toelaat dat welke mens dan ook tot louter middel gereduceerd mag worden, dan zijn de argumenten van de rectoren naast de kwestie.' Hij lijkt zelfs te suggereren dat de rectoren zich laten leiden 'door naïviteit ten aanzien van de mogelijke al dan niet bedoelde neveneffecten van de vooruitgang'.

Ik kan hem op dat vlak geruststellen. De problematiek van het statuut van het embryo in verband met experimenten is maandenlang het voorwerp van een diepgaande discussie geweest binnen het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Het verslag hiervan staat in het 'Advies' van 16 september 2002 (Zie De Adviezen van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek 2000-2004). Ikzelf heb in mijn laatste boek, Provençaalse gesprekken, een analyse voorgelegd van het statuut van het embryo, waarin ik al de thema's die De Dijn naar voren brengt, bespreek. Hij houdt met dit alles geen rekening en evenmin met de discussies op het internationale vlak. Hij beperkt zich tot retorische vragen 'moet niet, naar analogie van het ongeboren leven ook aan embryo's een speciale waardigheid toegekend worden?', hypothetische formuleringen 'Als...als...' of dogmatische uitspraken: 'En dat alleen mensen die bekwaam zijn tot (bepaalde vormen) van bewustzijn menselijke waardigheid bezitten, is gewoon onjuist.' Een antwoord op die vragen of een fundering van die uitspraken legt hij niet voor. Hij heeft gelijk als hij betoogt dat de speciale waardigheid die aan mensen toekomt, niet door wetenschap aangetoond of ontkend kan worden. Hij maakt echter niet duidelijk waar we dan wel uitsluitsel kunnen vinden over de reikwijdte van deze waardigheid en de fundering ervan.

Van de Oudheid tot nu

Normen en waarden staan niet in de sterren geschreven. Ze bestaan ook niet op zichzelf. Waarden worden dooreen en uiteindelijk door de mensengemeenschap toegekend en de normen die eruit voortvloeien, uiten zich in al dan niet expliciete morele voorschriften of juridische regels, die binnen maatschappijen tot stand komen.

Het statuut van de slavernij, bijvoorbeeld, is in wezen niets anders dan het reduceren van medemensen tot louter middel. Toch hebben noch de voornaamste denkers van de Oudheid (met uitzondering van Philo van Alexandrië), noch het Oude of het Nieuwe Testament, noch de christelijke Kerkvaders en theologen tot de 16de eeuw, ingezien dat dit een verregaande aantasting was van de menselijke waardigheid. Ook bij de theologen van de islam is die bedenking nooit opgekomen. De verklaring is dat binnen de maatschappijen waarin ze leefden, het besef van de omvang die deze waardigheid kan krijgen, nog niet tot stand gekomen was.

In verband met het statuut van het embryo stel je een vergelijkbare evolutie vast. Uit de ethische en juridische teksten van het Oude Nabije Oosten blijkt dat de ongeboren vrucht als eenobject werd beschouwd (de waarde was ongeveer die van een ploeg). Dit geldt ook voor het Oud Testament (Ex. 21, 22-23 is de enige passus uit de hele Bijbel die voor het statuut van embryo en foetus expliciet relevant is).

In zeer veel culturen hing de opname in de mensengemeenschap af van een beslissing van de ouders, of van de vader alleen (zoals het geval was in Rome). Bij Aristoteles komt de vraag naar voren wanneer het embryo 'vorm' krijgt, 'bezield' wordt (na 40 dagen voor een jongen, na 90 dagen voor een meisje). Deze opvatting leidt dan in het christendom, via die formulering van Ex. 21, 22-23 tot het onderscheid tussen een 'gevormde foetus' (foetus formatus), na 40 of 90 dagen en een 'ongevormde' (foetus informis) daarvoor. Doorheen de bijna unanieme christelijke traditie werd alleen de abortus van een foetus formatus als moord beschouwd. De foetus informis was dus geen mens. Pas in 1869 schafte de Kerk dat onderscheid af.

Stoffelijke resten en hoe ermee om te gaan

Dat normen en waarden hun oorsprong en grondslag vinden in een maatschappelijke meerderheid of consensus, blijkt ook uit de recente ontwikkelingen inzake abortus, in-vitrofertilisatie of pre-implantatiediagnostiek. Het nadenken daarover door ethici en andere betrokkenen heeft langzamerhand geleid tot het besef dat de vragen in dit verband niet op te lossen zijn vanuit de alles-of-nietspositie die collega De Dijn soms suggereert. Je hebt niet ofwel de volledige menselijke waardigheid, ofwel helemaal niets. De eerbied tegenover het stoffelijk overschot van mensen, waarover De Dijn zinnige dingen zegt, toont hetzelfde aan. Hoewel een lijk geen mens meer is, heeft het toch nog deel aan de menselijke waardigheid, maar niet op een absolute wijze. We aanvaarden ingrepen op een lijk bij een autopsie om juridische redenen, bij anatomie-onderwijs (via voorafgaande goedkeuring) en voor transplantaties (via impliciete goedkeuring).

Bij onderzoek van het embryo en de foetus kan je vaststellen dat er tussen vroegere en latere stadia verschillen zijn inzake de waarschijnlijkheid dat er uiteindelijk een mens geboren wordt, inzake de structuurgelijkheid tussen, bijvoorbeeld, een vroeg embryo en een late foetus en inzake de afhankelijkheid van een specifieke omgeving: een foetus van 30 weken kan buiten de baarmoeder tot een kind uitgroeien, een embryo van 8 weken niet. In het eerder vermelde artikel toon ik aan hoe je, op basis van die gegevens, tot een ethische appreciatie betreffende het statuut kan komen. Hiervan uitgaande kan je dan de relatieve mate van beschermwaardigheid van embryo en foetus afwegen tegen het belang van de bedoelde experimenten voor het algemeen menselijk welzijn. Meer en meer mensen nemen nu aan dat bepaalde experimenten op het pre-embryo, na een dergelijke afweging toelaatbaar en zelfs gewenst zijn.

Het is niet helemaal fair te suggereren dat onze onderzoekers, en de rectoren die hen ondersteunen, geen rekening zouden houden met de genuanceerde betogen die over deze thematiek bij ons en elders werden gehouden.

Respect voor alle stadia die naar het leven van een mens leiden, en ook voor de stadia na dat leven, moet zeker een belangrijke waarde binnen de mensengemeenschap blijven; maar dat respect is geen monolithisch blok. We moeten het telkens weer in de balans leggen met het respect voor andere maatschappelijk relevante waarden.

professor Etienne Vermeersch,

ethicus

Etienne Vermeersch: "Ik, conservatief? Wel, wel"

Etienne Vermeersch

"Wil columnist Fikry El Azzouzi argumenten op tafel leggen?", schrijft Etienne Vermeersch, professor-emeritus aan de Universiteit Gent, vandaag als antwoord op de column van Fikry El Azzouzi, die gisteren in de krant verscheen.

 

Beste Fikry El Azzouzi,
U bent er inderdaad in geslaagd mij een tekst van u te doen lezen. Vermoedelijk voor de laatste maal. U schrijft immers de ene onwaarheid na de andere:

Het is goed zoals het is aan het loket en op school

In het interview dat zaterdag in De Standaard verscheen, bracht Bart De Wever enkele standpunten naar voren waarmee ik het oneens ben en die een ernstige discussie zouden verdienen. Vooreerst heeft hij een visie op de Verlichting die in essentie door Rousseau bepaald is, een figuur die niet echt representatief is binnen die stroming. Daarnaast meent hij ten onrechte, zoals veel anderen, dat onze moraliteit aan het christendom is ontleend en tevens vindt hij dat de 'dood van God' op ethisch vlak een probleem stelt. Die basisideeën brengen hem tot enkele standpunten inzake gemeenschapsdenken tegenover het centraal stellen van het individu; wat dan uitloopt op zijn visies over conservatisme.

De Morgen I OPINIE - 6 februari 2013 
Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch in discussie met politicus Bart De Wever: een filosofisch gesprek over de Verlichting, onderwijs en kennis, en over neutraliteit aan het loket (video)

Etienne Vermeersch en Bart De Wever in gesprek (video)

Moraalfilosoof Etienne Vermeersch (UGent) in discussie met politicus Bart De Wever (N-VA): een filosofisch gesprek over de Verlichting, onderwijs en kennis, en over neutraliteit aan het loket.  Lieven Van Gils modereert het gesprek in Reyers Laat van woensdag 6 februari 2013. © 2013 VRT

Bronnen vooraf aan het TV-debat : 

1. ‘De mens is niet goed van nature' — Bart De Wever in De Standaard, 2 februari 2013 — Link: https://www.standaard.be/cnt/dmf20130201_00454147

2. 'Het is goed zoals het is aan het loket en op school' — opinie Etienne Vermeersch (reactie op uitspraken Bart De Wever in De Standaard van 2 februari 2013) — Link: https://www.demorgen.be/nieuws/het-is-goed-zoals-het-is-aan-het-loket-en-op-school~b9777fac/

Excuses van Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch

Excuses van Etienne Vermeersch

In het interview in De Morgen (DM 2/6) zei ik dat de 'boerka-nikab' een erger symbool is dan de swastika. De boerka-nikab staat symbool voor een eeuwenlange onderdrukking van de vrouw in de islam; dat is erg. De swastika is symbool van een racistische massamoord: dat is veel erger. Mijn opmerking was dus een blunder. Ik ben er beschaamd over en ik vraag excuus aan mensen die onder het nazibewind geleden hebben. Die blunder dreigt bovendien de aandacht af te leiden van de solide argumenten voor het 'boerkaverbod', waar ik blijf achter staan.

Wel wil ik het volgende opmerken. In een artikel, waarin men ieder woord kan wegen, zou ik zoiets nooit schrijven. Het ging hier echter om een plotse opwelling in een heftige discussie en de vraag over die twee symbolen werd door de interviewer aangebracht. Normaal zou ik bij lectuur achteraf zoiets schrappen, maar door het feit dat de interviewer tevens de opponent was, dacht ik dat zo'n schrapping een gebrek aan fair play tegenover hem zou vormen.

Al meer dan 50 jaar kom ik in de media. In (mondelinge) debatten, interviews e.d. zal ik wel nu en dan een uitschuiver gemaakt hebben. In geschreven teksten kan ik mij geen echte blunder herinneren; wel een paar onjuistheden over feiten.

Ook daarover ben ik beschaamd. Wie lesgever en onderzoeker is, moet in zijn publieke uitingen zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn. Ik vermeld dit omdat in de twitter-, facebook, blog- en forumcultuur de kwaliteit van het debat in gedrang dreigt te komen. Scheldwoorden moeten dan ernstige argumenten vervangen. Nochtans speelt het debat, ook het scherpe debat, een belangrijke rol in een democratie. Maar het respect voor de waarheid en de waarden moet hierbij centraal staan.

Daarom pleit ik ervoor dat men bij vergissingen zijn fout erkent en erover beschaamd is. Ikzelf hoop, vooral in interviews, beter op mijn woorden te letten.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch in De Morgen: 'Als symbool is de boerka erger dan de swastika'

Wouter Verschelden interviewt Etienne Vermeersch
Photo by Majid Korang beheshti on Unsplash

Disclaimer, lees: Vermeersch biedt excuses aan voor verspreking

'We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen.' Etienne Vermeersch (78) is in gevechtsmodus. De streep haar schuin gekamd, zijn bureau - in de waanzinnige chaos van zijn werkplek - overladen met extracten uit de Koran. Klaar om de intellectuele pantserdivisie uit te rollen over al wie tegen een boerkaverbod is. 'We moeten de radicalisering stuiten.'

 

De waarheid over euthanasie (Etienne Vermeersch, DS-opinie, 2004)

In een recent opiniestuk over euthanasie stellen heel wat prominenten dat een arts niet kan gedwongen worden om euthanasie toe te passen (DS 17 november 2004): 'De patiënt heeft het recht om aan euthanasie te vragen, maar hij kan niet eisen dat aan zijn vraag wordt voldaan.' Dat is juist. Maar jammer genoeg bevat de rest van hun tekst pijnlijke vergissingen, zegt Etienne Vermeersch.

 

Hippocrates' probleem

Het gebod "gij zult niet doden" zou aan elke menselijke beschaving ten grondslag liggen. De waarheid is dat bijna alle beschavingen in veel situaties doodslag formeel opleggen. Zo staan er in de bijbel talloze aansporingen tot doden. Denk aan de overspelige vrouw, maar ook aan de man die hout sprokkelt op de sabbat en moet gestenigd worden. Zelfs nu nog zijn er culturen waar eremoord als morele plicht geldt. Sommige intellectuelen weten blijkbaar niet dat men al 63 jaar geleden heeft aangetoond dat het gebod in Exodus "lo tirtsah" niet betekent "gij zult niet doden", maar "gij zult geen moord plegen". Dat wil zeggen dat je niemand mag doden die volgens de regels van de maatschappij niet mag gedood worden, wat nogal evident is.

Het is naïef om problemen van de 21ste eeuw te willen verhelderen met teksten van meer dan 2.000 jaar geleden. De Eed van Hippocrates verbiedt immers ook elke vorm van chirurgie. Onze maatschappij moet, op basis van de waarden die nu voor de meerderheid belangrijk zijn, de normen voor het handelen vastleggen. Terecht onderstrepen de ondertekenaars dat het respect voor de individuele autonomie en vrijheid daarin een centrale rol moet spelen. Maar die autonomie geldt dan blijkbaar niet voor de gewichtigste beslissing die men ooit kan nemen: uit het leven stappen, omdat het op objectieve gronden en in de subjectieve belevenis ondraaglijk geworden is.

Respect is moeilijk

Velen vinden dat ook de ultieme beslissing om van het leven afstand te doen legitiem kan zijn, anderen hebben daar problemen mee. Is het zo moeilijk de opties van de medemens hierin te respecteren? Voorstanders van euthanasie en zelfdoding dringen anderen niets op; waarom moeten de tegenstanders wel hun mening opdringen? Waarom zegt men dat euthanasie uitsluitend de verdwijning van de patiënt op het oog heeft, terwijl men goed weet dat de deernis om de lijdende mens de voornaamste motivering is?

Waarom suggereert men dat grote groepen in de samenleving vinden dat het menselijke leven in bepaalde gevallen geen respect meer verdient, waarbij de problemen rond het embryo en de foetus in één adem vermeld worden met die rond gehandicapten en ongeneeslijk zieken? Kan het nog verwarrender en tendentieuzer? En dan nog de kwetsende uitspraak dat volgens de voorstanders van euthanasie bepaalde mensenlevens minder waarde zouden hebben, hoewel het bij euthanasie alleen gaat over het als ondraaglijk inschatten van het eigen leven.

Sommige intellectuelen weten blijkbaar niet dat men al 63 jaar geleden heeft aangetoond dat het gebod in Exodus "lo tirtsah" niet betekent "gij zult niet doden", maar "gij zult geen moord plegen". Dat wil zeggen dat je niemand mag doden die volgens de regels van de maatschappij niet mag gedood worden, wat nogal evident is.

Etienne Vermeersch

Fun in Fallujah

De ondertekenaars zeggen dat volgens de wet een verzoek van de patiënt geen verplichting tot euthanasie bij de arts inhoudt. Na deze vaststelling, waarover geen discussie bestaat, gaan ze volledig uit de bocht. Uiteraard mag een instelling een arts niet tot euthanasie dwingen, niemand heeft dat ooit beweerd. Maar de auteurs denken dat een instelling een arts wel kan verbieden euthanasie toe te passen.

Euthanasie is slechts aanvaardbaar als zowel arts als patiënt in geweten tot het besluit komen dat het de enige uitweg is. In plaats van die gewetensbeslissing te respecteren, zou een ziekenhuisbestuur - dat bij definitie geen geweten heeft, alleen individuele mensen hebben dat - de arts kunnen verbieden zijn geweten te volgen in de meest aangrijpende en intieme beslissing die hij ooit kan nemen. Dat is een totale negatie van het respect voor de patiënt en voor de arts.

Iedereen neemt aan dat een patiënt het recht heeft een arts te vragen die nooit euthanasie toepast. Maar dat hij zelfs het recht zou hebben te eisen dat in een heel ziekenhuis - of een ziekenhuisnetwerk? - geen euthanasie wordt uitgevoerd, is te gek voor woorden.

Het enige argument dat deze tekst schijnt te schragen, is de suggestie dat de euthanasiewet het respect voor het leven vermindert. Dat is puur speculatieve sociologie, waarvoor nooit een bewijs werd geleverd. De Amerikanen in Fallujah die een adrenalinestoot krijgen bij het doden van hun medemens, hebben nooit over euthanasie gehoord. Als ze onze debatten hierover hadden meegemaakt, zouden ze dan nog meer 'fun' beleven? Ik durf het betwijfelen.

Volwaardige autonomie

De kluisters van de huidige euthanasiewet moeten inderdaad springen. Volwassenen kunnen nu, op eigen verzoek, uit hun lijden verlost worden; minderjarigen niet: die mogen wel zinloos blijven lijden.

Voor mij persoonlijk zou het eindstadium van Alzheimer een ontluistering zijn. Maar de huidige wet laat de uitvoering van mijn wilsbeschikking daarover niet toe. Mag ik die gedachte ondraaglijk vinden?

Medische hulp bij zelfdoding was in België ook voor de wet niet strafbaar, maar er hangt wel een sfeer van onduidelijkheid over. Voor de rechtszekerheid is het beter dat de criteria daarvoor met die van euthanasie worden gelijkgesteld. Hetzelfde zou trouwens moeten gebeuren voor de terminale verdoving, die nu in een juridisch vacuüm wordt uitgevoerd.

Ten slotte zijn we het er allemaal over eens dat we de palliatieve zorg verder moeten ontwikkelen. Maar ieder eerlijk mens weet ook dat, ondanks de beste zorg, de euthanasievraag niet altijd verdwijnt. Laten we, zeker als het over de lijdende medemens gaat, respect hebben voor de waarheid, de hele waarheid en voor de autonomie, de volwaardige autonomie.

Etienne Vermeersch

De auteur is filosoof en emeritus hoogleraar van de Universiteit Gent.